De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland
Einde inhoudsopgave
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/9:9 Vragenlijst aan nationale uitvoeringsorganen van Europese subsidieregelingen
De uitvoering van Europese subsidieregelingen in Nederland (R&P nr. SB6) 2012/9
9 Vragenlijst aan nationale uitvoeringsorganen van Europese subsidieregelingen
Documentgegevens:
Mr. J.E. van den Brink, datum 13-12-2012
- Datum
13-12-2012
- Auteur
Mr. J.E. van den Brink
- JCDI
JCDI:ADS394892:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoeverre kan een nationaal uitvoeringsorgaan direct bevoegdheden ontlenen aan de Europese subsidieregelgeving? In hoeverre past u die bevoegdheden ook daadwerkelijk toe?
In hoeverre zijn de subsidieverplichtingen die door u worden opgelegd te herleiden tot ofwel Europees ofwel nationaal recht? Komt het voor dat subsidieverplichtingen alleen uit het Europese recht voortvloeien en aan subsidieontvangers worden tegengeworpen bij intrekkings- en terugvorderingsbesluiten?
In hoeverre wordt in uw praktijk nationaal recht gebruikt ter uitvoering van de Europese subsidieregeling en welk nationaal recht is dit?
Welke juridische knelpunten komt u tegen bij de uitvoering van de Europese subsidieregeling? Het gaat mij hier vooral om knelpunten in het nationale recht waardoor de uitvoering van de Europese subsidieregeling wordt bemoeilijkt.
In geval van knelpunten: hoe zou u deze het liefst opgelost willen zien?
In hoeverre is de subsidietitel van de Awb van toepassing op de door u uit te voeren Europese subsidieregeling?
In hoeverre wordt in lagere regelgeving ter uitvoering van een Europese subsidieregeling, zoals een gemeentelijke of provinciale verordening dan wel een ministeriële regeling, afgeweken van de subsidietitel van de Awb dan wel wordt een in de Awb discretionair geformuleerde bevoegdheid getransformeerd tot een gebonden bevoegdheid? Voorbeeld: artikel 4:57, eerste lid, van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kan terugvorderen. Artikel 11.1, eerste lid, van de ESF-regeling bepaalt dat de begunstigde verplicht is onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en teveel door hem ontvangen voorschotten onverwijld terug te betalen, tenzij de minister heeft aangegeven dat verrekening op andere wijze plaatsvindt.
In hoeverre vult u bij de vormgeving van intrekkings- en terugvorderingsbesluiten ten aanzien van een Europese subsidie algemene rechtsbeginselen zoals het vertrouwensbeginsel Europees dan wel nationaal in?
In hoeverre acht u zich gebonden aan soft law die door de Europese Commissie is opgesteld ter uitvoering van de Europese subsidieregeling? En hoe ziet de Europese Commissie dat naar uw ervaring?
In hoeverre bestaan informele contacten tussen uw organisatie en de Europese Commissie en hoe gaat een en ander concreet in zijn werk?
In hoeverre is dezelfde regelgeving van toepassing op de Europese subsidie enerzijds en de cofinanciering die in de vorm van een subsidie wordt verstrekt anderzijds?
In hoeverre zijn volgens u de Europese staatssteunregels van toepassing op de door u verstrekte Europese subsidie en de daarbij behorende cofinanciering?