GHvJ, 11-05-2022, nr. SXM2021H000071
ECLI:NL:OGHACMB:2022:41
- Instantie
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Datum
11-05-2022
- Zaaknummer
SXM2021H000071
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:OGHACMB:2022:41, Uitspraak, Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, 11‑05‑2022; (Hoger beroep)
Uitspraak 11‑05‑2022
Inhoudsindicatie
Ambtshalve beoordeling van bevoegdheid bestuursrechter. Artikel 7, tweede lid, aanhef en onder c, van de Landsverordening administratieve rechtspraak. Geschillen over de uitgifte van erfpacht door het Land Sint Maarten kunnen uitsluitend aan de burgerlijke rechter worden voorgelegd.
Partij(en)
SXM2021H00071
Datum uitspraak: 11 mei 2022
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
de naamloze vennootschap Alegria Real Estate N.V., gevestigd in Sint Maarten (hierna: Alegria),
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van
19 april 2021 in zaak nr. SXM202001101, in het geding tussen:
appellante
en
de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur van Sint Maarten (hierna: de minister)
Procesverloop
Bij beschikking van 6 oktober 2020 heeft de minister het verzoek van Alegria tot erfpachtuitgifte van een perceel water, kadastraal onbekend, grenzend aan de percelen grond die kadastraal bekend zijn onder meetbrieven nrs. 040/1963, 99/1967 en 346/1969, afgewezen.
Bij uitspraak van 19 april 2021 heeft het Gerecht het door Alegria daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Alegria hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld in Curaçao op 4 april 2022. Alegria, vertegenwoordigd door mr. E.R. de Vries, advocaat, is ter zitting verschenen. De minister, vertegenwoordigd door mr. Z.J. Bary, advocaat, heeft aan de zitting deelgenomen via een videoverbinding met Sint Maarten.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 1 van de Landsverordening op de uitgifte van eigendommen is de minister bevoegd tot uitgifte van gronden in erfpacht volgens de bepalingen van hoofdstuk 1 van die Landsverordening.Op grond van artikel 7, tweede lid, aanhef en onder c, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: de Lar) staat geen beroep open tegen een beschikking die aan goedkeuring is onderworpen.Op grond van artikel 7, tweede lid, aanhef en onder f, van de Lar staat geen beroep open tegen een beschikking ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling, met uitzondering van een beschikking houdende weigering van goedkeuring van een dergelijke beschikking.
2. Alegria heeft een aantal percelen grond gelegen tussen Maho Bay en Burgeaux Bay in erfpacht. Deze percelen zijn kadastraal bekend onder meetbrieven nrs. 040/1963, 99/1967 en 346/1969. Alegria heeft de minister op 23 februari 2018 verzocht om een perceel water te Burgeaux Bay aan haar in erfpacht uit te geven. Dat perceel grenst aan de percelen grond die zij reeds in erfpacht heeft en heeft een grootte van ongeveer 13.525 m². Alegria wil op het perceel onder meer een golfbreker en een pier bouwen. Bij de beschikking van 6 oktober 2020 heeft de minister afwijzend op het verzoek beslist.
3. Het Hof komt, ook ambtshalve, tot de volgende beoordeling over de bevoegdheid om van het geschil kennis te nemen.
3.1.
Zoals het Hof eerder heeft overwogen (zie de uitspraak van 12 augustus 2021, ECLI:NL:OGHACMB:2021:221) is de beslissing van de minister over de uitgifte van gronden in erfpacht een beschikking ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling en is dat niet anders bij een beschikking waarbij een verzoek tot uitgifte van gronden of water in erfpacht wordt afgewezen. Een dergelijke afwijzende beschikking van de minister is niet en kan ook niet worden aangemerkt als een beschikking houdende weigering van goedkeuring van een beschikking ter voorbereiding van een privaatrechtelijke rechtshandeling als bedoeld in artikel 7, tweede lid, aanhef en onder f, slot, van de Lar. Met "goedkeuring" is blijkens de memorie van toelichting bij de Lar gedoeld op wettelijk vereiste goedkeuring in het kader van toezicht door een hoger bestuursorgaan op beschikkingen van een lager bestuursorgaan. De minister heeft in de beschikking van 6 oktober 2020 geen goedkeuring onthouden aan een (voorgenomen) beschikking van een lager bestuursorgaan. Dit betekent dat tegen de beschikking van 6 oktober 2020 geen beroep openstaat bij de bestuursrechter. Dat bij de beoordeling van een verzoek om erfpachtuitgifte algemene en publieke belangen, zoals het milieu, een rol spelen, biedt - anders dan de minister betoogt - geen grond voor een ander oordeel. Ook het gegeven dat voor de eventuele bouw van een golfbreker en een pier vergunningen nodig zijn op basis van publiekrechtelijke regelingen, maakt niet dat de beschikking van 6 oktober 2020 moet worden aangemerkt als een voor beroep bij de bestuursrechter vatbare beschikking. Het Gerecht, oordelend als bestuursrechter op grond van de Lar, heeft zich dan ook ten onrechte bevoegd geacht om kennis te nemen van het geschil.
4. Het hoger beroep is gegrond. De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd. Doende hetgeen het Gerecht had behoren te doen, verklaart het Hof het Gerecht, oordelend als bestuursrechter, onbevoegd om kennis te nemen van het door Alegria aanhangig gemaakte geschil.
5. Ter voorlichting aan partijen wijst het Hof erop dat geschillen over de uitgifte van erfpacht door het Land Sint Maarten uitsluitend ter beoordeling kunnen worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter.
6. De minister hoeft onder deze omstandigheden geen proceskosten te vergoeden. Op grond van artikel 17, zevende lid, van de Lar dient de minister wel het door Alegria betaalde griffierecht te vergoeden.
Beslissing
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
I. vernietigt de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten van 19 april 2021 in zaak nr. SXM202001101;
II. verklaart het Gerecht onbevoegd om kennis te nemen van het door de naamloze vennootschap Alegria Real Estate N.V. aanhangig gemaakte geschil;
III. gelast dat de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening, Milieu en Infrastructuur aan de naamloze vennootschap Alegria Real Estate N.V. het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van NAf 300,- vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. T.G.M. Simons, voorzitter, en mr. E.J. Daalder en mr. B.J. van Ettekoven, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.
w.g. Simons voorzitter | w.g. Van der Heide griffier |
Uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2022.