Omzetting van rechtspersonen
Einde inhoudsopgave
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/1.5:1.5 Probleemstelling en opzet van het onderzoek
Omzetting van rechtspersonen (FM nr. 129) 2008/1.5
1.5 Probleemstelling en opzet van het onderzoek
Documentgegevens:
Dr. J.L. van de Streek, datum 01-09-2008
- Datum
01-09-2008
- Auteur
Dr. J.L. van de Streek
- JCDI
JCDI:ADS498921:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vennootschapsbelasting (V)
Vennootschapsbelasting / Omzettingsregeling
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het centrale doel van dit onderzoek is een analyse op te stellen van de gevolgen van de omzetting van rechtspersonen voor de toepassing van een aantal relevante rijksbelastingen naar geldend en wenselijk recht. Dit centrale doel valt uiteen in drie subdoelen. Het eerste subonderzoeksdoel is het op systematische wijze in kaart brengen van de fiscale gevolgen die zijn verbonden aan de omzetting van rechtspersonen. Gelet op de beknopte wettekst, de summiere toelichting daarop van de wetgever en de beperkte aandacht in de literatuur voor de regeling, mag worden verwacht dat uitvoering van het eerste subdoel diverse vragen oproept. Het (zoveel mogelijk) beantwoorden van deze vragen beschouw ik als een tweede subonderzoeksdoel. Het derde en tevens laatste subonderzoeksdoel van het onderzoek is de beantwoording van de vraag of voor de van het civiele recht afwijkende regeling een afdoende rechtvaardiging bestaat in het licht van de heersende verhouding tussen het civiele en fiscale recht, de in de literatuur geuite bezwaren tegen het gebruik van ficties in het belastingrecht en de fiscale neutraliteit ten opzichte van een rechtsvormwijziging van een onderneming, en zo nee welke aanpassingen van de fiscale regeling wenselijk zijn.
Het onderzoeksdoel laat zich vertalen in de volgende probleemstelling:
‘Welke zijn de fiscaalrechtelijke gevolgen van de omzetting van rechtspersonen op de voet van art. 2:18 BW, welke rechtsgrond hebben deze fiscaalrechtelijke gevolgen en is een andere fiscaalrechtelijke regeling wenselijk?’
De probleemstelling werk ik uit in tien hoofdstukken. In hoofdstuk 2 schets ik de civielrechtelijke regeling van art. 2:18 BW. Voor een beoordeling van de fiscale aspecten is een goed begrip van de civielrechtelijke regeling onontbeerlijk.
In hoofdstuk 3 analyseer ik de gevolgen van de omzetting van rechtspersonen voor een vijftal rijksbelastingwetten, te weten de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965, de WBR 1970 en de SW 1956. De analyse heeft tot op zekere hoogte een globaal karakter omdat ik op de fiscale gevolgen van acht concrete omzettingen in de volgende drie hoofdstukken dieper inga, te weten de omzetting van een stichting in een BV, en omgekeerd, (hoofdstuk 4), de omzetting van een coöperatie in een BV, en omgekeerd, (hoofdstuk 5) en de omzetting van een BV in een NV, en omgekeerd, alsmede de omzetting van een stichting in een vereniging, en omgekeerd, (hoofdstuk 6). Aan hand van deze omzettingen kunnen alle relevante fiscale consequenties van de omzetting worden gedemonstreerd. Het heeft weinig nut om andere omzettingsvormen te behandelen, die kennen weliswaar hun eigen specifieke civiel-juridische problemen, maar de fiscale aard van de problematiek verschilt niet wezenlijk van die bij de te behandelen omzettingsvormen.
Hoofdstuk 7 betreft een analyse van de samenloop van de omzetting van rechtspersonen en de fiscale eenheid ex art. 15 Wet VPB 1969. In dit hoofdstuk beoordeel ik de uitermate complexe interactie van art. 28a Wet VPB 1969 met deze voor de praktijk belangrijke concernfaciliteit.
In hoofdstuk 8 beoordeel ik of de wetgever op een adequate wijze is omgesprongen met de fiscale behandeling van de omzetting in art. 28a Wet VPB 1969. Voor zover dat niet het geval is, doe ik voorstellen ter verbetering (wenselijk recht).
Hoofdstuk 9 gaat in op de grensoverschrijdende omzetting van rechtspersonen, waarbij ik aandacht besteed aan het raakvlak met een zetelverplaatsing. Een belangrijke rol is weggelegd voor de ontwikkelingen op Europeesrechtelijk gebied.
Hoofdstuk 10 bevat een samenvatting van het onderzoek.