Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/7.6.2
7.6.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS585935:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Zie Kamerstukken II 1991-1992, 17 779, nr. 8, p. 10; Asser/Kortmann 5-III 1994, nr. 171; Leijten 1996, p. 428. Uit deze passage volgt onder meer dat een privatieve last niet reeds op grond van art. 7:423 BW op de nieuwe rechthebbende overgaat, zoal bij bewind was voorzien. Zie Leijten 1996, p. 428.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 933. Vgl. Asser/Kortmann 5-III 1994, nr. 171.
Zie Kamerstukken II 1991-1992, 17 779, nr. 8, p. 10.
Zie Kortmann 1993b, p. 35; Asser/Kortmann S-Ill 1994, nr. 171; Leijten 1996, p. 428. Vgl. J.J.A. de Groot 1995, p. 329.
Zie Asser/Kortmann S-Ill 1994, nr. 171.
In de parlementaire geschiedenis wordt opgemerkt dat het vaak in het belang van de lasthebber zal zijn dat de lastgever een goed beheer of een goede exploitatie van het goed niet zal doorkruisen. Zie Kamerstukken II 1991-1992, 17 779, nr. 8, p. 7.
Vgl. Leijten 1996, p. 429.
446. Blijkens de parlementaire geschiedenis kunnen de rechten en verplichtingen uit hoofde van een privatieve last die door de oude schuldeiser is aangegaan, op de nieuwe schuldeiser overgaan op grond van art. 6:251BW.1 De rechten uit hoofde van de lastgeving gaan als kwalitatieve rechten over (art. 6:251 lid 1 BW). De tegenprestatie (loon en kosten, art. 7:405-406 BW) gaat over op grond van art. 6:251 lid 2 BW. De oude schuldeiser blijft naast de nieuwe schuldeiser jegens de lasthebber aansprakelijk, behoudens voor zover de lasthebber zich na de overgang in geval van uitblijven van de tegenprestatie van zijn verbintenis kan bevrijden door ontbinding of beëindiging van de lastgeving (art. 6:251 lid 2 BW). De contractuele rechtsverhouding uit lastgeving gaat niet op de nieuwe schuldeiser over.2 Als de nieuwe schuldeiser de last niet wenst, kan hij de overgang van de kwalitatieve rechten voorkomen door mededeling aan de lasthebber (art. 6:251 lid 3 BW).3
In de literatuur is evenwel in twijfel getrokken of art. 6:251 BW de overgang van de rechten en verplichtingen uit de lastgevingsovereenkomst bewerkstelligt, als het goed waarop de privatieve last betrekking heeft door de lastgever wordt overgedragen.4 Volgens Kortmann gaan op grond van art. 6:251 BW alleen de afzonderlijke rechten en verplichtingen over, niet de rechtsverhouding uit de overeenkomst. Ook de aanspraak op beheer van de lastgever jegens de lasthebber is volgens hem geen kwalitatief recht, net zomin als de verplichting om zelf niet de rechten uit te oefenen als een tegenprestatie voor dit recht kan worden beschouwd.5
Het is naar mijn mening juist dat op grond van art. 6:251 BW niet de rechtsverhouding uit de overeenkomst overgaat. Het is naar mijn mening wei goed verdedigbaar, mede gelet op de bedoeling van de wetgever zoals die uit de parlementaire geschiedenis blijkt, dat het recht van de lastgever jegens de lasthebber om zijn goed te beheren als een kwalitatief recht wordt beschouwd en dat de bedongen onbevoegdheid van de lastgever als een tegenprestatie wordt aangemerkt.6
Het is evenwel duidelijk dat de overgang van de privatieve last op grond van art. 6:251 BW onduidelijkheden met zich brengt. Is het de bedoeling van partijen om de privatieve last op de verkrijger van het goed te laten overgaan, dan verdient contractsoverneming (art. 6:159 BW) om die reden zekerheidshalve de voorkeur.7 Door contractsoverneming is duidelijk dat de gehele rechtsverhouding uit de lastgevingsovereenkomst overgaat en het privatieve karakter daarvan behouden blijft.
De stille cessionaris kan de overgang van de kwalitatieve rechten blokkeren door daarvan mededeling te doen aan de lasthebber (art. 6:251 lid 3 BW). Een dergelijk mededeling is geen mededeling in de zin van art. 3:94 lid 3 BW, omdat de schuldenaar hierbuiten staat. De stille cedent (of een ander) zal in een dergelijk geval als lasthebber de inning overnemen. De schuldenaar behoeft niet te mer ken dat de- in zijn ogen- schuldeiser (de stille cedent) (of een andere lasthebber) de inning overneemt.
Gaan de rechten uit hoofde van lastgeving als kwalitatieve rechten op de stille cessionaris over, dan gaat op grond van art. 6:251 lid 2 BW ook de verplichting van de stille cedent tot betaling van de daarvoor verschuldigde tegenprestatie over. De stille cedent blijft naast de stille cessionaris jegens de lasthebber aansprakelijk. Om het privatieve karakter van de lastgeving te behouden, verdient contractsoverneming de voorkeur. Hiervoor is de medewerking van de lasthebber vereist. Deze medewerking gaat buiten de schuldenaar van de stil gecedeerde vordering om, en dient derhalve niet als mededeling in de zin van art. 3:94 lid 3 BW te worden beschouwd.
447. In beginsel kunnen zowel de oude schuldeiser als de nieuwe schuldeiser in eigen naam een last tot inning verlenen aan een lasthebber. Het verlenen van een last tot inning is echter alleen zinvol als de lastgever de lasthebber in staat kan stellen om de vordering te innen en de lasthebber in dat kader de vordering 'ter beschikking' kan stellen. In de regel zal alleen de schuldeiser hiertoe in staat zijn, dus voor de overgang de oude schuldeiser en na de overgang de nieuwe schuldeiser. Blijft na de stille cessie de stille cedent krachtens lastgeving bevoegd, dan zal het eerder in zijn macht liggen om een derde in plaats van hem of in opdracht van hem de vordering te laten innen. Op dit aspect wordt hieronder nader ingegaan.