Einde inhoudsopgave
Het nieuwe aandelenregime gewikt en gewogen (FM nr. 89) 1999/10.2.3
10.2.3 Verrekening tegen 25%-tarief
E.J.W. Heithuis, datum 01-12-1999
- Datum
01-12-1999
- Auteur
E.J.W. Heithuis
- JCDI
JCDI:ADS455360:1
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Aanmerkelijk belang (box 2)
Voetnoten
Voetnoten
Tot 1 januari 1999 was dit de eerste tariefschijf, maar met ingang van 1 januari 1999 heeft een knip in de tot dan geldende eerste tariefschijf plaatsgevonden. Met ingang van 1 januari 1999 kent de Wet IB vier tariefschijven in plaats van drie en worden de premies volksverzekeringen zowel in de eerste als in de tweede tariefschijf geheven. De bijzondere tarieven van art. 57 Wet IB, art. 57a Wet IB, art. 57b en art. 58 Wet IB worden sedert 1 januari 1999 dan ook pas toegepast nadat de belastbare som de tweede tariefschijf ad ƒ 48 175 (1999) overschrijdt.
Vgl. J.E.A.M. van Dijck, De aanmerkelijk-belangregeling, Fed fiscale brochures, blz. 184, Fed, Deventer, 1995; dezelfde. Bijzondere tarieven in de Wet op de inkomstenbelasting. Fed fiscale brochures, blz. 53, Fed, Deventer, 1992; B. van Walderveen, Verlies uit aanmerkelijk belang na 'Oort', WFR 1991/5972, blz. 1135 e.v.; J.W. Zwemmer, Verliescompensatie, Fiscale monografie nr. 35, blz. 67-70, Kluwer, Deventer, 1995. T. Blokland alsmede de redactie van Vakstudie Nieuws menen dat de duidelijke toelichting en de strekking van het amendement de doorslag moeten geven, T. Blokland, Winst uit aanmerkelijk belang, Fiscale monografie nr. 19, blz. 292, Kluwer, Deventer, 1993, alsmede de redactie van Vakstudie Nieuws, V-N 1990, blz. 1422.
Memorie van toelichting Tweede Kamer, Kamerstuknr. 24 761, nr. 3, blz. 87-88.
Hof Arnhem 28 maart 1996, Infobulletin 96/367, V-N 1996, blz. 3081 e.v.
Tegen het feit dat een aanmerkelijkbelangverlies slechts tegen het proportionele tarief van 25%) in aanmerking wordt genomen, kan welhaast niemand bezwaar hebben. Als de positieve voordelen van aanmerkelijkbelangaandelen slechts tegen 25%o worden belast, behoren negatieve voordelen van aanmerkelijkbelangaandelen eveneens slechts tegen dit 25%)-tarief in aanmerking te worden genomen. Kenmerkend voor de toepassing van bijzondere tarieven is echter dat deze eerst in aanmerking worden genomen als de belastbare som de tweede tariefschijf overschrijdt.1 Is dit niet het geval, dan wordt de winst uit aanmerkelijk belang belast tegen het tarief van de eerste en tweede tariefschijf van 35,75% (1999) en 37,05% (1999). De achtergrond hiervan is gelegen in de premies volksverzekeringen die tariefsmatig slechts in de eerste en tweede tariefschijf zijn verwerkt. Het zou dan logisch zijn om een verlies uit aanmerkelijk belang eveneens te verrekenen tegen het tarief van de eerste en tweede tariefschijf als de tweede tariefschijf niet wordt overschreven. Toch is dit niet het geval. Met het oog hierop was onder de oude aanmerkelijkbelangregeling bij amendement van het kamerlid Vreugdenhil aan art. 60 Wet IB een vijfde lid (het huidige zesde lid) toegevoegd. Bij dit amendement was de volgende toelichting gegeven: 'Nu ter zake van de winst uit aanmerkelijk belang in de eerste schijf tegen een tarief van 35,2% (inmiddels 35,75% en 37,05%o, EJWH) wordt geheven, ligt het in de rede dat ook bij een verlies zulks tegen hetzelfde tarief wordt verrekend. Dit bewerkstelligen is de strekking van het amendement.' Reeds vanaf de invoering van dit amendement is echter getwijfeld of de bewoordingen van het amendement dit ook daadwerkelijk bewerkstelligden.2 Naar de tekst van het amendement mag het aanmerkelijkbelangverlies ook worden verrekend met het premiedeel van de belastingheffing over de eerste en tweede schijf, maar nergens blijkt dat dit tevens een verrekening tegen het tarief van de eerste en tweede tariefschijf moet zijn in plaats van het aanmerke-lijkbelangtarief van 25%. In de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling is de letterlijke tekst van het amendement ongewijzigd in art. 60, zesde lid, Wet IB overgenomen, zonder dat tevens aandacht is gegeven aan de toelichting bij dit amendement. Uit de memorie van toelichting blijkt dat de verrekening van het aanmerkelijkbelangverlies geschiedt tegen het tarief van 25%, ook voorzover de tweede tariefschijf niet wordt overschreden.3 De onder de oude aanmerkelijkbelangregeling bestaande onevenwichtige situatie is aldus onder de nieuwe aanmerkelijkbelangregeling bestendigd niettegenstaande de in andere richting wijzende toelichting op het desbetreffende amendement. Pogingen van belastingplichtigen om het oude art. 60, vijfde lid, (oud) Wet IB (het huidige art. 60, zesde lid, Wet IB) meer in overeenstemming met haar toelichting toe te passen, zijn vooralsnog voor de rechter gestrand.4 Naar de huidige tekst bevat het zesde lid van art. 60 Wet IB niets anders dan een praktische regeling, waarbij het aanmerkelijkbelangverlies niet alleen kan worden verrekend met het inkom-stenbelastingdeel van de eerste en tweede tariefschijf maar tevens met het pre-miesvolksverzekeringendeel; hiermee wordt een ingewikkelde splitsingsproble-matiek voorkomen.