NJB 2025/2018
Dadelijke uitvoerbaarheid van op grond van art. 14c Sr gestelde bijzondere voorwaarden of het uit te oefenen toezicht kan voor de veroordeelde verstrekkende gevolgen hebben. Onder meer daarom zal de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk moeten geven dat aan de in art. 14e Sr gestelde voorwaarden is voldaan. In casu voldoet de uitspraak van het hof niet aan deze motiveringsverplichting nu daaruit niet zonder meer volgt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het cassatiemiddel is terecht voorgesteld. De Hoge Raad zal de zaak zelf afdoen en het bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid vernietigen.
HR 01-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:835
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 juli 2025
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, T.B. Trotman en R. Kuiper
- Zaaknummer
24/00080
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Materieel strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:835, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑07‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:441, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 22‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Dadelijke uitvoerbaarheid van op grond van art. 14c Sr gestelde bijzondere voorwaarden of het uit te oefenen toezicht kan voor de veroordeelde verstrekkende gevolgen hebben. Onder meer daarom zal de rechter in de motivering van zijn bevel tot dadelijke uitvoerbaarheid ervan blijk moeten geven dat aan de in art. 14e Sr gestelde voorwaarden is voldaan. In casu voldoet de uitspraak van het hof niet aan deze motiveringsverplichting nu daaruit niet zonder meer volgt dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.