RI 2020/38
Bestuurdersaansprakelijkheid. Bewijslastverdeling ten aanzien van het bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW. (Appellanten/Froger qq.)
Hof 's-Hertogenbosch 31-12-2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:4711
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
31 december 2019
- Magistraten
Mrs. P.W.A. van Geloven, W.J.J. Beurskens, T.J. Dorhout Mees
- Zaaknummer
200.238.763_01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS197930:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Personenvennootschappen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2019:4711, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 31‑12‑2019
- Wetingang
Art. 2:248 BW
Essentie
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onbehoorlijk bestuur.
Bewijslastverdeling ten aanzien van het bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW. (Appellanten/Froger qq.)
Samenvatting
Drukwerk is aangevangen met bouwwerkzaamheden, waarbij onder meer een kelderbak is geplaatst. De gemeente legt een bouwstop op omdat er geen vergunning is voor de kelderbak en bepaalt derhalve dat de kelderbak moet worden verwijderd. Ten tijde van de aanvang van de werkzaamheden was X enig bestuurder en aandeelhouder van Drukwerk. In de periode hierna worden de aandelen in Drukwerk gehouden door Holding 1 (met Y als bestuurder en enig aandeelhouder) en vervolgens door Holding 2 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.