NJB 2025/2165:Recht op mondelinge behandeling. Tijdig verzoek. Na memoriewisseling bij het hof en een akte van appellant, vraagt appellant op 16 mei 2023 arrest. Op 15 januari 2024 beslist de rolraadsheer dat een antwoordakte van geïntimeerde geacht wordt te zijn genomen op 2 mei 2023. Op 5 april 2024 verzoekt appellant om mondelinge behandeling. Op dit verzoek beslissen de rolraadsheer en het hof niet (althans niet kenbaar). Hoge Raad: Van het verzoek om een mondelinge behandeling kan niet worden gezegd dat het niet tijdig is gedaan. Het hof had derhalve kenbaar op dit verzoek moeten beslissen.