NJB 2025/2165
Recht op mondelinge behandeling. Tijdig verzoek. Na memoriewisseling bij het hof en een akte van appellant, vraagt appellant op 16 mei 2023 arrest. Op 15 januari 2024 beslist de rolraadsheer dat een antwoordakte van geïntimeerde geacht wordt te zijn genomen op 2 mei 2023. Op 5 april 2024 verzoekt appellant om mondelinge behandeling. Op dit verzoek beslissen de rolraadsheer en het hof niet (althans niet kenbaar). Hoge Raad: Van het verzoek om een mondelinge behandeling kan niet worden gezegd dat het niet tijdig is gedaan. Het hof had derhalve kenbaar op dit verzoek moeten beslissen.
HR 05-09-2025, ECLI:NL:HR:2025:1240
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
5 september 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, A.E.B. ter Heide, F.R. Salomons
- Zaaknummer
24/03450
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1240, Uitspraak, Hoge Raad, 05‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:487, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 25‑04‑2025
- Wetingang
Essentie
Recht op mondelinge behandeling. Tijdig verzoek. Na memoriewisseling bij het hof en een akte van appellant, vraagt appellant op 16 mei 2023 arrest. Op 15 januari 2024 beslist de rolraadsheer dat een antwoordakte van geïntimeerde geacht wordt te zijn genomen op 2 mei 2023. Op 5 april 2024 verzoekt appellant om mondelinge behandeling. Op dit verzoek beslissen de rolraadsheer en het hof niet (althans niet kenbaar). Hoge Raad: Van het verzoek om een mondelinge behandeling kan niet worden gezegd dat het niet tijdig is gedaan. Het hof had derhalve kenbaar op dit verzoek moeten beslissen.
Partij(en)
A, adv. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.