V-N 2023/56.23.3
Geïndividualiseerde IB-heffing niet in strijd met Europees recht
HR 24-11-2023, ECLI:NL:HR:2023:1637
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 november 2023
- Zaaknummer
22/03087
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Europees belastingrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2023:1637, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑11‑2023
- Wetingang
Essentie
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een geïndividualiseerde IB-heffing, gelet op de ruime beoordelingsmarge van de wetgever op fiscaal gebied, niet in strijd is met het EVRM of het IVBPR. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Samenvatting
X is gehuwd en vader van drie kinderen. Hij is de kostwinner van het gezin. In maart 2020 doet hij aangifte IB/PVV 2019 naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 64.544. De inspecteur legt overeenkomstig de aangifte een aanslag op. X vindt dat hij en zijn echtgenote, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.