Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/2.1.2.3
2.1.2.3 Inroepen en gevolgen
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS410192:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Voetnoten
Voetnoten
De Bra, Insolvenzordnung Kommentar, p. 834, Hirte, Insolvenzordnung Kommentar, p. 1968 en Henckel, Anfechtung im Insolvenzrecht, p. 154, 155.
De toelichting op artikel 129 InsO stelt nog het volgende ten aanzien van het karakter van de Anfechtung. Auf die Übernahme der Worte 'als den Konkursgläubigern gegenüber unwirksam' (§ 29 KO (de oude InsO, RdW) ist bewußt verzichtet worden. Schon zum gedienden Recht hat sich die Auffassung durchgesetzt, daß die Anfechtbarkeit einer Rechtshandlung nicht als redative Unwirksamkeit aufzufassen ist, sondern im Regedfall einen obdigatorischen Rückgewähranspruch begründet (§ 143 des Entwurfs). Eine weitergehende Stellungnahme zum Sireit um die dogmatische Einordnung der Anfechtung ergibt sich aus dem Entwurf nicht.' (Toelichting op het Regeringsontwerp van art. 129 InsO, Balz en Landfermann, Die neuen Insolvenzgesetze, p. 229). Hiermee is afstand genomen van de dingliche Theorie. Onenigheid blijft echter bestaan of de verplichting het verkregene af te staan ten behoeve van de boedel gezien moet worden als een schuld van de wederpartij (schuldrechtliche Theorie) of dat het vermogensbestanddeel in kwestie nog steeds door de schuldeisers uitgewonnen kan worden (haftungsrechtliche Theorie). Zie hierover De Bra, Insolvenzordnung Kommentar, p. 827, 828. De schuldrechterlijke theorie leidt daarbij slechts tot een insolventievordering van de bewindvoerder in een eventuele insolventieprocedure van de wederpartij, waarbij de haftungsrechtliche Theorie de bewindvoerder een recht met goederenrechtelijke kenmerken (i.c. Aussonderungsrecht) verleent. Zie over de theorieënstrijd ook Dauernheim, Anfechtungsrecht in der Insolvenz, p. 36, Kirchhof, Münchener Kommentar zur Insolvenzordnung, p. 407 tot en met 412 en Hirte, Insolvenzordnung Kommentar, p. 1995 e.v.
Artikel 144 lid 1 InsO: Gewährt der Empfänger einer anfechtbaren Leistung das Erdangte zurück so debt seine Forderung wieder auf.'
Henckel, Anfechtung im Insolvenzrecht, p. 559. Dit geldt voor accessoire en niet accessoire zekerheidsrechten en ook voor zekerheidsrechten verschaft door een derde (zie Henckel, Anfechtung im Insolvenzrecht, p. 560 en 561).
Dauernheim, Das Anfechtungsrecht in der Insolvenz, p. 45 en Huber, Insolvenzrechts-Handbuch, p. 789. Henckel, Anfechtung im Insolvenzrecht, p. 130: `Grundsätzlich sind Rechtsgeschäfte und Rechtshandlungen nur im Ganzen anfechtbar, eine Teilanfechtung ist ausgeschlossen. Ob und wieweit ausnahmeweise eine Teilanfechtung zugelassen werden kann, muss für die einzelnen AnfechtungsTatbestände differenziert geklärt werden.'
Zie over deze `nachteilige Vertragsklauseln speziell für den Insolvenzfall' § 2.2.4 hieronder.
Henckel, Anfechtung im Insolvenzrecht, p. 131: 'Bestand vor den kritischen Zeit eine fällige Verpflichtung des Schuldners zur Bestellung einer Sicherheit der gewährten Art für eine der gesicherten Forderungen, für die andere Forderungen dagegen nicht, und wird für eine der beiden Forderungen eine voll deckende Sicherheit bestellt, so ist diere nur insoweit nach § 131 anfechtbar, als sie die zweite Forderung sichert. Die einheitliche Rechtshandlung, nämlich die Bestellung einer Sicherheit, ist also nur teilweise nach § 131 anfechtbar'
Henckel, Anfechtung im Insolvenzrecht, p. 132: `Ist dagegen eine einheitliche Sicherungsübertragung vorgenommen worden, sollte mit ihr sowohl der Altkredit als auch der Neukredit gesichert werden und reichte die Sicherheit sowohl zur Deckung des Altkredites als auch des Neukredites aus, ist sie nur insoweit anfechtbar, wie sie den Altkredit sichert. Denn hinsichtlich des Neukredites ist sie eine unanfechtbare Bardeckung (§ 142).' Er blijven echter risico's bestaan voor de bank indien niet duidelijk is waarvoor de zekerheid is gevestigd. Zie hierover ook Hirte (Insolvenzordnung Kommentar, p. 2017): `Dementsprechend liegt umgekehrt regelmäßig eine inkongruente Sicherung vol; wenn eine Sicherungsübereignung neben einem gewährten Neukredit auch seimtliche Altverbindlichkeiten des Gläubigers sichern soll. Geht aus den getroffenen Vereinbarungen nicht eindeutig hervor, dans die Sicherheit vorrangig die Rückzahlung des im Gegenzug gewährten Kredits abdecken soll, ist das gesamte Geschäft in vollem Umfang anfechtbar.'
Uit artikel 129 InsO volgt dat in een insolventieprocedure alleen de bewindvoerder een handeling kan aantasten. Er bestaat hier echter een uitzondering. Schuldeisers met het recht van separatisme kunnen nog steeds de gewone Anfechtung als opgenomen in het Anfechtungsgesetz inroepen indien zij door een handeling benadeeld zijn.1
De gevolgen van het succesvol inroepen van de Insolvenzanfechtung blijken uit artikel 143 InsO. Artikel 143 InsO bepaalt dat hetgeen op grond van een aantastbare handeling uit het vermogen van de schuldenaar is gevloeid aan de boedel geretourneerd moet worden (muß zur Insolvenzmasse zurückgewährt werden). Het Duitse recht werkt dus niet met vernietiging, en heeft ook afstand gedaan van het voorheen gebruikte begrip van onwerkzaamheid (`unwirksam').2
In het inleidende hoofdstuk is het onderscheid gemaakt tussen handelingen die een inbreuk maken op de integriteit van het verhaalsvermogen enerzijds en handelingen die een doorbreking van de paritas creditorum vormen anderzijds. Betoogd is dat, om de gevolgen van het aantasten van een handelingen voor de wederpartij te bezien, niet een vergelijking gemaakt zou moeten worden tussen de situatie waarin deze wederpartij verkeert voor een geslaagd beroep en na een geslaagd beroep. Bij die vergelijking zal de wederpartij altijd wel slechter af zijn. De relevante vergelijking is bovenal de vergelijking tussen de situatie waarin de wederpartij zou hebben verkeerd zonder de gewraakte handeling en na een geslaagd beroep op de Insolvenzanfechtung.
Voor zover de wederpartij in strijd met de paritas creditorum voldaan is, dient hij het ontvangene af te staan. Zijn vordering kan hij gewoon indienen. Artikel 144 lid 1 InsO bepaalt dit met zoveel woorden.3 In deze zin is de wederpartij (Anfechtungsgegner) niet slechter af dan wanneer hij de gewraakte handeling niet zou hebben verricht. Indien de vordering verzekerd was met een zekerheidsrecht, herleeft ook dit recht weer.4
Indien de wederpartij echter zelf een prestatie heeft geleverd en de transactie wordt later aangetast, dan is de vraag wat met de geleverde prestatie dient te gebeuren. Hierbij dient bijvoorbeeld gedacht te worden aan de overdracht door de schuldenaar van een auto voor 40% van de marktwaarde. Indien de bewindvoerder een geslaagd beroep doet op de Insolvenzanfechtung, wat dient dan te gebeuren met de prestatie geleverd door de wederpartij (de 40%)? Artikel 144 InsO geeft hiervoor de volgende regeling:
Eine Gegenleistung ist aus der Insolvenzmasse zo erstatten, soweit sie in die-ser noch unterscheidbar vorhanden ist oder soweit die Masse um ihren Wert bereichert ist. Darüber hinaus kann der Empfänger der anfechtbaren Leistung die Forderung auf Rückgewahr der Gegenleistung nur als Insolvenzgläubiger geltend machen.
Deze regeling komt er dus op neer dat, voor zover de boedel gebaat is door de prestatie, de wederpartij een boedelvordering heeft. Voor zover de boedel echter niet gebaat is, blijft de wederpartij met een concurrente vordering achter. De Insolvenzanfechtung kan dus als effect hebben dat de wederpartij uiteindelijk aanzienlijk slechter af is indien men zijn situatie vergelijkt met die waarin hij de gewraakte handeling nooit had verricht.
De Insolvenzanfechtung richt zich in principe tegen de gehele handeling en bij het sluiten van een overeenkomst op de gehele overeenkomst.5 Het Duitse recht maakt een uitzondering voor die bepalingen in een overeenkomst die slechts beogen te werken in geval van insolventie. Deze bepalingen kunnen zelfstandig met de Insolvenzanfechtung bestreden worden.6 Verder kan een zekerheidsrecht dat voor meerdere vorderingen wordt gevestigd, ten dele als een congruente en ten dele als een incongruente voldoening hebben te gelden, afhankelijk van de vraag ter zekerheid van welke vordering de zekerheid strekt. Indien het zekerheidsrecht wel als een incongruente maar niet als een congruente voldoening aantastbaar is, is het zekerheidsrecht ten dele aantastbaar althans ten dele niet inroepbaar.7 Dezelfde aanpak wordt gevolgd indien het zekerheidsrecht ten dele strekt ter verzekering van oud krediet en ten dele strekt tot zekerheid voor nieuw krediet, en het zekerheidsrecht voor het oude krediet wel en voor het nieuwe krediet niet met de Insolvenzanfechtung bestreden kan worden.8