Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht
Einde inhoudsopgave
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.2.1.1:4.2.1.1 Inleiding: Trias Politica (Trias Poenalis)
Individuele straftoemeting in het fiscale bestuurlijke boeterecht (FM nr. 151) 2018/4.2.1.1
4.2.1.1 Inleiding: Trias Politica (Trias Poenalis)
Documentgegevens:
mr. I.J. Krukkert, datum 01-02-2018
- Datum
01-02-2018
- Auteur
mr. I.J. Krukkert
- JCDI
JCDI:ADS464475:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Fiscaal strafrecht
Fiscaal bestuursrecht / Boete
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Schoep refereert bijvoorbeeld aan Bleichrodt (zie Schoep, p. 58).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de traditionele triasleer worden de rechtsprekende, uitvoerende en wetgevende macht van elkaar onderscheiden. Deze machten moesten volgens Montesquieu elk aan onafhankelijke organen, respectievelijk de rechter, het bestuur en de wetgever, worden toebedeeld. Om deze machten ter borging van de vrijheid van de burger in balans te houden, beschikt elk orgaan over een controlemogelijkheid ten opzichte van de ander. Sinds 1983 is de driedeling terug te vinden in de titel van hoofdstuk 5 (‘wetgeving en bestuur’) en 6 (‘rechtspraak’) van de Grondwet.
In de strafrechtelijke vakliteratuur wordt ook wel gesproken van de ‘Trias Poenalis’ wanneer de conventionele triasleer op de strafrechtpraktijk wordt toegepast.1 Deze Trias Poenalis bestaat uit de strafrechter, de strafwetgever en het Openbaar Ministerie, die gezamenlijk vanuit hun constitutionele rol een inbreng hebben bij de strafvorming in individuele gevallen. Omdat het in het kader van dit onderzoek voornamelijk gaat om de onafhankelijheid en onpartijdigheid van de bestraffende instantie, zal ik me toespitsen op het beschrijven en vergelijken van de relatie tussen de bestraffende instantie en de wetgever (onderdeel 4.2.1.2) en de relatie tussen de bestraffende instantie en de uitvoerende macht (onderdeel 4.2.1.3). Ook zal in onderdeel 4.2.1.4 ingegaan worden op de verhouding tussen strafrechter en verdachte versus de verhouding tussen de inspecteur en de belastingplichtige.