Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/12.1.1:12.1.1 Inleiding
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/12.1.1
12.1.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS299268:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De reden om dit nogmaals uitdrukkelijk te zeggen is dat veel van de literatuur waar ik in dit hoofdstuk naar verwijs, betrekking heeft op de vraag of aan een beperkt recht ‘verplichtingen’ kunnen worden toegevoegd. Daarbij dient goed te worden onderscheiden tussen verplichtingen die op de beperkt gerechtigde komen te rusten en verplichtingen die worden opgelegd aan de moedergerechtigde ten gunste van de beperkt gerechtigde.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
463. In het Nederlandse vermogensrecht kunnen partijen in grote mate zelf afstemmen wat zij jegens elkaar mogen en kunnen. Sommige van deze aanspraken kunnen onderdeel worden van een bestaand subjectief recht. Het is dus tot op zekere hoogte mogelijk dat partijen de inhoud van tussen hen in het leven geroepen subjectieve rechten nader bepalen. Daarnaast bepaalt ook de overheid in grote mate welke aanspraken onderdeel uitmaken van een subjectief recht. Zo bepaalt de wet bijvoorbeeld dat goederenrechtelijke rechten voorzien zijn van een ‘perimeter of protection’, gelegen in de mogelijkheid om derden uit te sluiten (zie art. 5:2 BW en randnummer 186). De ‘claims’ om anderen uit te sluiten worden gezien als een onlosmakelijk onderdeel van het eigendomsrecht (zie randnummer 233). Ook bevat de wet aanspraken die een subjectief gerechtigde kan doen gelden jegens specifiek bepaalde andere partijen en die dwingend tot de inhoud van het subjectieve recht behoren. Te denken valt aan de bevoegdheden die de wet verleent aan de rechthebbende van een recht van erfdienstbaarheid (bijv. art. 5:75 BW), een recht van erfpacht (bijv. art. 5:93 en 5:94 BW) en een recht van opstal (bijv. art. 5:103 BW). Deze bevoegdheden zien op dezelfde wederpartij en hetzelfde rechtsobject als de rest van de aanspraken die in het subjectieve recht liggen besloten en maken er daarom onderdeel van uit (zie paragraaf 6.2).
464. Het bespreken van alle mogelijke aanspraken waarmee door partijen en de overheid een subjectief recht kan worden opgebouwd, gaat het bestek van dit boek te buiten. Ik kies er daarom voor om de aanspraken die door de overheid onderdeel van een subjectief recht gemaakt kunnen worden verder niet in detail te bespreken. In dit hoofdstuk bespreek ik dus welke door partijen verleende aanspraken onderdeel kunnen worden van een subjectief recht. Aanspraken die géén onderdeel worden van een subjectief recht, zijn ofwel zelfstandige aanspraken die überhaupt niet met het subjectieve recht samenhangen (en die ik in dit onderzoek verder niet bespreek) dan wel aanspraken die zelfstandige aanspraken (die, voorzien van een ‘perimeter of protection’, een zelfstandig subjectief recht vormen en) die via een juridisch mechanisme aan het subjectieve recht waar ze bij horen worden verbonden (zie de hoofdstukken 13-17).
465. Ook de vraag welke aanspraken door partijen aan de inhoud van een subjectief recht kunnen worden toegevoegd is nog vrij breed. Ik beperk me in dit hoofdstuk daarom tot het bespreken van twee soorten subjectieve rechten waar aanspraken onderdeel van kunnen worden gemaakt: beperkte rechten en vorderingsrechten (meer specifiek vorderingsrechten tot betaling van een geldsom). De reden om niet ook het eigendomsrecht te bespreken is dat in het Nederlandse vermogensrecht het uitgangspunt geldt dat het eigendomsrecht het meest omvattende recht op een zaak is; het is daarom niet goed voorstelbaar dat partijen een aanspraak onderdeel kunnen laten uitmaken van het eigendomsrecht die er niet al in besloten ligt. Het toevoegen van aanspraken aan een eigendomsrecht komt op meerdere plaatsen in de volgende hoofdstukken aan de orde; zie bijvoorbeeld de mogelijkheid dat de overheid aan een eigendomsrecht extra aanspraken toevoegt (paragraaf 13.1.5), of dat partijen aanspraken verschaffen die door de overheid aan een eigendomsrecht worden toegevoegd als afhankelijk recht (hoofdstuk 14) of kwalitatief recht (hoofdstuk 15), of dat partijen aanspraken verschaffen aan iemand die de hoedanigheid heeft van eigenaar van een specifieke zaak (hoofdstuk 17). Ik gebruik het eigendomsrecht hier alleen in de paragrafen 13.1.2 en 13.1.3 om de ratio voor het al dan niet aan de inhoud van beperkte rechten en vorderingsrechten kunnen toevoegen van aanspraken te verhelderen.
466. Ten slotte beperk ik me in dit hoofdstuk – net als in de rest van het onderzoek – tot aanspraken die een voordeel toevoegen aan een subjectief recht. Het vestigen van beperkte rechten ‘op’ de in dit hoofdstuk besproken beperkte rechten en vorderingsrechten, bespreek ik daarom niet.1