Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.4.2
5.4.2 De winstbepaling bij een sfeerovergang
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630525:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Voetnoten
Voetnoten
Opvallend is dat in de Engelse literatuur hier relatief weinig aandacht aan is besteed. Zie ook bijvoorbeeld Tiley & Loutzenhiser, die het systeem uitvoerig beschrijven, maar aan deze problematiek geen aandacht besteden.
Op de fiscale database UK practicallaw Thomsonreuters staat de volgende vraag: I understand the concept of an exit charge under s 185 TCGA 1992 - when a company migrates out of the UK, there is a deemed disposal of its assets and any unrealised gains will attract corporation tax. My question is, is there any equivalent charge in the inverse situation - ie when a company with unrealised gains is being brought onshore to the UK? De redactie beantwoordt deze vraag als volgt: ‘The occasion of a company becoming UK resident does not give rise to a deemed disposal and reacquisition of its assets under UK tax legislation. There is, therefore, no equivalent charge to section 185 of the Taxation of Chargeable Gains Act 1992, which applies in the reverse situation. There is also no re-basing of a company's assets to market value at the time of its migration. In other words, on an eventual disposal of its assets (or migration from the UK) the chargeable gain would be calculated using the original cost of the assets, not their market value at the time of entry.’A company may, of course, be liable for tax on chargeable gains in the jurisdiction where it has previously been resident, under principles similar to those in the UK tax legislation. You would need to seek advice on the law in a particular jurisdiction to establish whether this is the case.You may find helpful Ask, How is the exit charge which is imposed when a UK resident company ceases to be UK resident calculated? which discuss some of the above principles in further detail.
Artikel 185, lid 2 bepaalt: (2)The company shall be deemed for all purposes of this Act—(a)to have disposed of all its assets, other than assets excepted from this subsection by subsection (4) below, immediately before the relevant time; and (b)immediately to have reacquired them, at their market value at that time.
Zie ook Hughes over deze problematiek, pagina 14.
HRMC is UK’s tax, payments and customs authority.
Ondernemingen zijn in het Verenigd Koninkrijk onderworpen aan de vennootschapsbelasting wanneer ze een inkomstenbron verwerven. Per inkomstensoort en voor vermogenswinsten gelden specifieke regels. Bij een sfeerovergang van een onderneming van de onbelaste naar de belaste sfeer gelden in tegenstelling tot Nederland geen algemene regels. Voor handelswinst wordt bijvoorbeeld aangesloten bij de boekhoudregels. Voor vermogenswinsten wordt gekeken wanneer de onderneming het kapitaalvermogen verwierf en naar de (gecorrigeerde) overdrachtsprijs. Een vermogensmutatie welke is ontstaan in de onbelaste periode, maar wordt gerealiseerd in de belaste periode, is derhalve volledig onderworpen aan vennootschapsbelasting.1
Op ad-hoc basis wordt er echter soms een uitzondering gemaakt en mogen de vermogensbestanddelen bij een sfeerovergang als gevolg van een wetswijziging toch worden gewaardeerd tegen de waarde in het economische verkeer. Op basis van een wetswijziging in 2017 worden niet-ingezetenen die wel een sterke band hebben met het Verenigd Koninkrijk (‘Non-UK domiciliaries’) vanaf april 2017 beschouwd als ‘deemed domiciled’ voor belastingdoeleinden. Naar aanleiding van de consultatie in 2015 is door een aantal respondenten geopperd dat deze belastingplichtigen in staat zouden moeten worden gesteld om hun buitenlandse bezittingen te herwaarderen naar de waarde in het economische verkeer. Deze suggestie is gevolgd. Om van deze mogelijkheid gebruik te maken, moet wel aan diverse voorwaarden worden voldaan.2 Ondanks dat dit in principe niets zegt over een mogelijke step-up voor onderneming bij een sfeerovergang, illustreert bovengenoemde wel dat het niet opnemen van een step-up bepaling, in specifieke gevallen leidt tot kritiek en onder omstandigheden toch wordt afgeweken van de hoofdregel (dat geen herwaardering plaatsvindt).
Als de belastingplicht van een onderneming in het Verenigd Koninkrijk eindigt (tenzij na de emigratie een vaste inrichting in het Verenigd Koninkrijk overblijft) geldt er wel een eindafrekening op grond van artikel 185 TCGA 1992.3 In dat geval worden de vermogensbestanddelen geacht te zijn vervreemd en de vermogensmutaties in de heffing betrokken. Het verschil tussen de fiscale boekwaarde en de waarde in het economische verkeer wordt dan in de heffing betrokken. Er is geen voorgeschreven methode voor de berekening van de waarde in het economische verkeer.45 Het is aan de belastingplichtige om de waarde te bepalen en deze waarde kan vervolgens door HMRC worden betwist, zodat er in wezen op dit punt geen verschil is met de Nederlandse regels.6
De ratio achter het achterwege laten van een step-up bij aanvang van de belastingplicht en tegelijkertijd wel een eindafrekening is mij niet duidelijk geworden. Het ligt voor de hand dat de wetgever vooral oog heeft gehad voor het voorkomen van heffingslekken en minder op het voorkomen van dubbele heffing. Deze asymmetrische behandeling acht ik onwenselijk, omdat hierdoor belasting wordt geheven over winsten die niet zijn ontstaan in de periode dat de onderneming was gevestigd in het Verenigd Koninkrijk.