NJB 2024/1488:Straftoemetingsvrijheid en motiveringsplicht, art. 359 Sv: de strafrechter beschikt over een ruime straftoemetingsvrijheid. Mede gelet op de veelheid aan factoren die van belang (kunnen) zijn bij de keuze van de strafsoort en het bepalen van de hoogte van de straf kan de feitenrechter daarbij slechts tot op zekere hoogte inzicht verschaffen in en uitleg geven over de afwegingen die ten grondslag liggen aan zijn straftoemetingsbeslissing. De grote straftoemetingsvrijheid brengt ook de verantwoordelijkheid van de feitenrechter mee om – met het oog op de begrijpelijkheid en de aanvaardbaarheid van de strafoplegging en mede in reactie op wat ter terechtzitting naar voren is gebracht over de strafoplegging – inzicht te bieden in de beweegredenen die in het concrete geval hebben geleid tot de opgelegde straf. Het in art. 359 lid 2 Sv neergelegde motiveringsvoorschrift heeft zelfstandige betekenis naast de ambtshalve door de rechter in acht te nemen motiveringsvoorschriften van art. 359 lid 5 en 6 Sv. In casu voldoet de motivering aan de eisen die art. 359 lid 5 en 6 Sv stelt en is die niet onbegrijpelijk. A-G: anders, met een pleidooi voor meer sturing door de cassatierechter wat betreft de motivering van de straftoemeting.