AB 2019/426
Maximumprijs geneesmiddel. Minister biedt appellante overgangstermijn om kosten omlaag te brengen. Dat overgangstermijn te kort is gebleken komt voor risico appellante.
CBb 13-08-2019, ECLI:NL:CBB:2019:351, m.nt. A.C. Hendriks
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
13 augustus 2019
- Magistraten
Mrs. J.L. Verbeek, S.C. Stuldreher, M.M. Smorenburg
- Zaaknummer
19/408
- Noot
A.C. Hendriks
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS78576:1
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Individuele gezondheidszorg
Gezondheidsrecht / Ordening en verzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2019:351, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 13‑08‑2019
- Wetingang
Essentie
De Wet geneesmiddelenprijzen ziet op de prijs van een geneesmiddel, niet op de bekostiging van een zorgprogramma. Overgangstermijn van minister was voldoende.
Samenvatting
Het College is van oordeel dat verweerder terecht heeft gesteld dat, indien appellante vergoeding van de kosten wenst die zijn gemoeid met het door haar aangeboden zorgprogramma, zij (al dan niet samen met een of meer zorgverzekeraars) de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) dient te verzoeken om een prestatiebeschrijving en een tarief vast te stellen. Naar het oordeel van het College heeft verweerder appellante hiervoor voldoende tijd gegeven. Het College overweegt daartoe als volgt. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.