NJB 2018/1971
Vereiste van beraadslaging in hoger beroep naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg, art. 422 lid 2 Sv: geen rechtsregel verplicht een hof met zoveel woorden in zijn arrest tot uitdrukking te brengen dat het heeft beraadslaagd naar aanleiding van zowel het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep als het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De Hoge Raad merkt op dat een klacht als hier aan de orde in voorkomende gevallen met toepassing van art. 81 lid 1 RO of art. 80a RO kan worden afgedaan
HR 09-10-2018, ECLI:NL:HR:2018:1887
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
9 oktober 2018
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, Y. Buruma en A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
17/00325
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
Strafprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2018:1887, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 09‑10‑2018
ECLI:NL:PHR:2018:1134, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑08‑2018
- Wetingang
(art. 422 Sv)
Essentie
Vereiste van beraadslaging in hoger beroep naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg, art. 422 lid 2 Sv: geen rechtsregel verplicht een hof met zoveel woorden in zijn arrest tot uitdrukking te brengen dat het heeft beraadslaagd naar aanleiding van zowel het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep als het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De Hoge Raad merkt op dat een klacht als hier aan de orde in voorkomende gevallen met toepassing van art. 81 lid 1 RO of art. 80a RO kan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.