Sfeerovergangen in de winstsfeer
Einde inhoudsopgave
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.3.2:5.3.2 De winstbepaling bij een sfeerovergang
Sfeerovergangen in de winstsfeer (FM nr. 172) 2022/5.3.2
5.3.2 De winstbepaling bij een sfeerovergang
Documentgegevens:
Mr. dr. B.F.M. Coebergh, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
Mr. dr. B.F.M. Coebergh
- JCDI
JCDI:ADS630454:1
- Vakgebied(en)
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Rens en Dornaert.
Circulaire 2017/C/58 betreffende het fiscale stelsel van de exitheffing. Invoering van de keuze tussen de onmiddellijke en de gespreide betaling van de exitheffing.
Rens en Dornaert.
Circulaire nummer Ci.D.19/292.822, 19 september 1977, Bull., afl. 556, afl. 73, 2143. In een circulaire wordt commentaar op wettelijke regelingen gegeven. Een circulaire is gericht aan belastingambtenaren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De fiscale gevolgen van een sfeerovergang zijn niet duidelijk in de Belgische wet opgenomen. Hoewel er omvangrijke rechtspraak bestaat die de criteria behandelt op basis waarvan wordt uitgemaakt of een entiteit is onderworpen aan de rechtspersonenbelasting dan wel aan de vennootschapsbelasting, is er geen rechtspraak die ingaat op de specifieke fiscale behandeling van de overgang van de ene naar de andere belasting.1
De boekhoudkundige regels (commerciële jaarrekening) wijzigen bij een dergelijke sfeerovergang in principe niet en het belastbare resultaat wordt bepaald aan de hand van de commerciële jaarrekening (behoudens enkele fiscale correcties). Opvallend is dat voor de omgekeerde situatie, wanneer een lichaam België verlaat, wel duidelijk is bepaald dat er een eindafrekening plaatsvindt. In dat geval wordt het verschil tussen de waarde in het economische verkeer en de boekwaarde van de overgedragen activa in de heffing betrokken. Er kan dan worden gekozen tussen onmiddellijke betaling of gespreide betaling in vijf jaar.2
In de Belgische literatuur wordt verdedigd dat bij een sfeerovergang waardoor de belastingplicht aanvangt de activa en passiva voor hun marktwaarde moeten worden opgenomen op de fiscale openingsbalans. Een ander standpunt zou namelijk tot gevolg hebben dat latente meerwaarden, ontstaan vóór de onderworpenheid aan de vennootschapsbelasting, bij een latere realisatie alsnog aan de vennootschapsbelasting onderworpen worden.3 De belastingadministratie heeft reeds in 1977 aangegeven dat bij een sfeerovergang van de rechtspersonenbelasting naar de vennootschapsbelasting de activa en passiva moeten worden geacht te zijn ingebracht tegen een waarde die in overleg met de betrokken belastingplichtige moet worden bepaald. De belastingadministratie stelt dat hiervoor kan worden gesteund op de jaarlijkse aangifte in de taks tot vergoeding der successierechten. In deze aangifte wordt uitgegaan van de verkoopwaarde van alle bezittingen van het lichaam.4 Dit is echter nooit gecodificeerd, zodat onduidelijk is of ook echt sprake is van een rechtsregel. Daarnaast blijkt uit de uitlating dat de waarde in overleg met de belastingplichtige moet worden bepaald, zodat er ook geen sprake is van een duidelijk waarderingsvoorschrift.