NJ 1938/503
Pandbeslag op huurkoop-goederen, terwijl de verhuurder bij het aangaan der huurovereenkomst wist, dat de goederen niet aan den huurder, doch aan den verkooper toebehoorden.
HR 07-04-1938, ECLI:NL:HR:1938:133, m.nt. Prof.mr. Paul Scholten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 april 1938
- Magistraten
Mrs. Jhr. Feith, Gelein Vitringa, Kirberger, Fick, Meckmann
- Zaaknummer
[07041938/NJ_1938_503]
- Conclusie
Mr. Van Lier
- Noot
Prof.mr. Paul Scholten
- JCDI
JCDI:ADS130566:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1938:133, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑04‑1938
- Wetingang
(BW art. 1186.)
Essentie
Pandbeslag op huurkoop-goederen, terwijl de verhuurder bij het aangaan der huurovereenkomst wist, dat de goederen niet aan den huurder, doch aan den verkooper toebehoorden.
Samenvatting
Ten onrechte hebben Rechtb. en Hof het verzet van den eigenaar der goederen gegrond geoordeeld. De slotwoorden van het eerste lid van art. 1186 B. W. zijn volkomen duidelijk en het artikel heeft aan het recht van den verhuurder in geen enkel opzicht eenige beperking gesteld. Te allen overvloede blijkt nog uit het tweede lid van art. 1186, dat, ook al wist de verhuurder bij de totstandkoming van de huurovereenkomst, dat de goederen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.