Rb. Amsterdam, 07-04-2016, nr. C/13/602547 / HA RK 16-58
ECLI:NL:RBAMS:2016:1891
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
07-04-2016
- Zaaknummer
C/13/602547 / HA RK 16-58
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBAMS:2016:1891, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 07‑04‑2016; (Eerste aanleg - enkelvoudig)
- Vindplaatsen
AR 2016/1083
INS-Updates.nl 2016-0181
UDH:TvCu/13169 met annotatie van prof. mr. A.W. Jongbloed
Uitspraak 07‑04‑2016
Inhoudsindicatie
Einde faillissement na volledige voldoening geverifieerde schuldeisers; benoeming (oud) curator tot vereffenaar, mede op verzoek van (zo mag worden aangenomen) de huidige vereffenaar tevens bestuurder. art 2:23 lid 5 Fw.
Partij(en)
beschikking
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rekestnummer: C/13/602547 / HA RK 16-58
Beschikking van 7 april 2016
in de zaak van
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[Vastgoed] ,
statutair gevestigd te [plaats] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf] ,
statutair gevestigd te [plaats] ,
3. mr. STEPHAN DENNIS VAN DE KANT, in hoedanigheid van (voormalig) curator van voormelde vennootschappen, kantoorhoudende te Amsterdam,
verzoekers,
advocaat mr. A.L. op 't Hoog te Amsterdam.
Verzoeker onder 3. wordt hierna de voormalig curator genoemd.
1. De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 12 februari 2016;
- het e-mailbericht met bijlage van mr. Op ’t Hoog van 19 februari 2016.
1.2.
De beschikking is bepaald op heden. De voormalig curator is van de beschikkingsdatum op de hoogte gesteld.
2. De feiten
2.1.
Op 16 september 2006 zijn de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid [Vastgoed] (hierna: Vastgoed) en [bedrijf] (hierna: [bedrijf] , en samen met Vastgoed: de vennootschappen) in staat van faillissement verklaard. Daarbij is de voormalig curator tot curator benoemd en is een rechter-commissaris aangewezen.
2.2.
Op 28 december 2015 heeft de voormalig curator de slotuitdelingslijst ter zake van beide vennootschappen neergelegd ter griffie van deze rechtbank. Op 8 januari 2016 is de slotuitdelingslijst verbindend geworden.
2.3.
[Beheer] (hierna: Beheer) is de enig aandeelhouder en bestuurder van Vastgoed. De enig aandeelhouder van de [bedrijf] was Vastgoed. De enig bestuurder van de [bedrijf] was Beheer. De enige aandeelhouder en bestuurder van Beheer is [naam] (hierna: [naam] ).
2.4.
In de statuten van zowel [bedrijf] (artikel 24 lid 1) als in die van Vastgoed (artikel 29 lid 1) is bepaald dat bij ontbinding van de betrokken vennootschap de vereffening geschiedt door het bestuur, tenzij anders door de algemene vergadering van aandeelhouders is bepaald.
3. Het verzoek
3.1.
Het verzoek strekt tot benoeming van een vereffenaar op grond van artikel 2:23 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Verzoekers leggen het volgende aan dit verzoek ten grondslag.
3.2.
Na het einde van het faillissement door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst, moet vereffening plaatsvinden van het binnen de ontbonden vennootschappen nog aanwezige restantbedrag van circa € 1,3 miljoen. Na overleg tussen de voormalig curator, de rechter-commissaris en [naam] , is aanleiding gezien niet het bestuur, maar de voormalig curator met de vereffening te belasten. De voormalig curator is van plan om aan de schuldeisers in elk geval de ex artikel 108 Faillissementswet (Fw) niet verifieerbare rente te betalen.
4. De beoordeling
4.1.
Uit het verzoekschrift en de daarbij overgelegde stukken wordt afgeleid dat:
- de faillissementen met toestemming van de rechter-commissaris geconsolideerd zijn afgewikkeld;
- de slotuitdelingslijst op 8 januari 2015 verbindend is geworden;
- op grond van deze slotuitdelingslijst aan de geverifieerde (preferente en concurrente) schuldeisers 100% van hun verifieerbare vorderingen is uitgekeerd; en dat
- na voormelde uitkeringen op de faillissementsrekening nog een bedrag resteert ter grootte van circa € 1,3 miljoen.
4.2.
Op basis van het voorgaande wordt vastgesteld dat de faillissementen zijn geëindigd door het verbindend worden van de slotuitdelingslijst althans volledige voldoening van de geverifieerde schuldeisers (zie artikel 193 Fw). Daarnaast wordt vastgesteld dat ten aanzien van de vennootschappen de staat van insolventie is ingetreden; er zal immers een verificatievergadering hebben plaatsgevonden, hetgeen niet tot een akkoord zal hebben geleid (zie artikel 173 Fw). De vennootschappen zijn dus op de voet van artikel 2:19 lid 1 sub c BW van rechtswege ontbonden. De vennootschappen blijven voortbestaan voor zover dit ter vereffening van hun vermogen nodig is.
4.3.
In artikel 2:23 lid 1 BW is bepaald dat de bestuurders vereffenaar van een ontbonden rechtspersoon zijn voor zover de rechter geen andere vereffenaars heeft benoemd en de statuten geen andere vereffenaars aanwijzen. Het vermogen van een door de rechter ontbonden rechtspersoon wordt, zo is in dat artikel ook bepaald, vereffend door een of meer door hem te benoemen vereffenaars.
4.4.
Vooralsnog is bij geen van de vennootschappen sprake van een door de rechter benoemde vereffenaar. Evenmin is gebleken dat de betrokken aandeelhoudersvergaderingen een andere persoon dan de bestuurder tot vereffenaar hebben aangewezen (in de overgelegde aandeelhoudersbesluiten is slechts vermeld dat de betrokken aandeelhoudersvergadering de inhoud van het verzoekschrift onderschrijft). Overeenkomstig de statuten van elk van de vennootschappen is het bestuur dus van rechtswege vereffenaar geworden.
4.5.
Overeenkomstig artikel 2:23 lid 5 BW kan de rechtbank een vereffenaar ontslaan, hetzij op diens verzoek, hetzij wegens gewichtige redenen op verzoek van een medevereffenaar, het openbaar ministerie of ambtshalve.
4.6.
Aangenomen mag worden dat het verzoek, dat mede door de vennootschappen zelf is ingediend, ook namens hun bestuurders is gedaan. De (indirect) bestuurder [naam] heeft immers ten blijke van zijn instemming daarmee (een gelijkluidend) concept van het verzoekschrift mede ondertekend en ook (namens Beheer en Vastgoed) aandeelhoudersbesluiten ondertekend waarin met het onderhavige verzoek wordt ingestemd.
4.7.
Bij die stand van zaken zal de rechtbank op de voet van artikel 2:23 lid 5 BW een andere vereffenaar benoemen, met ontslag van de bestuurder als zodanig. Zoals verzocht zal de rechtbank de voormalig curator als vereffenaar benoemen.
4.8.
Ingevolge artikel 2:23 lid 2 BW kan een beloning aan de door de rechtbank benoemde vereffenaar worden toegekend. Het ligt in de rede, en daartoe is ook verzocht, het salaris van de vereffenaar (en door hem in te schakelen kantoorgenoten) te bepalen aan de hand van de Recofa Richtlijnen voor faillissementen en surséances van betaling.
4.9.
Omdat niet gebleken is dat het bestuur van de vennootschappen al op enigerlei wijze uitvoering heeft gegeven aan de vereffeningen en dit in de gegeven omstandigheden ook niet voor de hand ligt, ziet de rechtbank geen aanleiding om te bepalen dat de ontslagen vereffenaar aan de voormalig curator op de voet van artikel 2:23 lid 6 BW rekening en verantwoording dient af te leggen.
5. De beslissing
De rechtbank:
5.1.
ontslaat per heden het bestuur van Vastgoed en van [bedrijf] als vereffenaar van de betrokken vennootschap,
5.2.
benoemt per heden tot vereffenaar van zowel Vastgoed als van [bedrijf] :
mr. S.D. van de Kant,
kantoorhoudende te Amsterdam,
aan de Herengracht 425-429 (1017 BR),
5.3.
benoemt mr. A.E. de Vos, rechter in deze rechtbank, tot rechter-commissaris,
5.4.
bepaalt dat het salaris van de vereffenaar (en de door hem in dat kader bij zijn werkzaamheden betrokken kantoorgenoten) dient te worden berekend aan de hand van de Recofa Richtlijnen voor faillissementen en surséances van betaling,
5.5.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. K.M. van Hassel en in het openbaar uitgesproken op 7 april 2016.