Einde inhoudsopgave
Executele (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2007/III.C.9
III.C.9. De levensverzekering?
Prof.mr. B.M.E.M. Schols, datum 07-12-2007
- Datum
07-12-2007
- Auteur
Prof.mr. B.M.E.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS406055:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Op 1 januari 2006 met de komst van titel 7.17 (Wet van 22 december 2005, Stb. 700) in eennieuw jasje gestoken. Zie hierover uitgebreidhet themanummer: Een verzekeringsrecht!, WPNR (2006) 6658, alsmede de artikelenreeks van F.M.H. HOENS, Het notariaat en de invoering van het nieuwe (levens-)verzekeringsrecht opgenomen in De Notarisklerk vanaf oktober 2006, nr. 10.
HR 27 maart 1888,W 5588. Zie ook art. 6:253 BW.
W.M.A. KALKMAN, De overeenkomst van levensverzekering, Deventer: Kluwer 2007, p. 181. Anders ASSER-CLAUSING-WANSINK, Deventer: Kluwer 1998, nr.421, alsmede S. PERRICK, Erfrechtelijke aspecten van de sommenverzekering, WPNR (2006) 6658, p. 220-221. Dit neemt niet weg dat de erflater (verzekeringnemer) niet ook testamentair over de uitkering zou kunnen beschikken. Zie in deze ook 7: 967 lid 8 BWover de blanco begunstiging. In dat geval weet men zeker dat de uitkering de nalatenschap passeert. Daarnaast kan zich de situatie voordoen dat goederen feitelijk in de nalatenschap worden ingebracht.
MvA, Parl. Gesch.Vast., p. 845.
MvA, Parl. Gesch.Vast., p.98.
Parl. Gesch. Inv., p. 1176. In de nota naar aanleiding van het Eindverslag, nr. 20 wordt opgemerkt dat meer en meer in het verzekeringsrecht de gedachte veld gewonnen heeft dat zodanige bedingen zijn te beschouwen als derdenbedingen die leiden tot een verkrijging als zelfstandig recht, buiten de nalatenschap om. In artikel 7.17.3.4 lid 4 werden deze uitkeringen reeds onttrokken aan het bereik van art. 4.1.3a waardoor het artikel zijn belang grotendeels verloor.
Zie WM.A. KALKMAN, Levensverzekering en notariaat, preadvies KNB (1992), Lelystad: Koninklijke Vermande 1992, p. 95.Voorts merkt hijop dat de 'verklaring van erfrecht' voor het innen van een uitkering uit levensverzekering een rol speelt indien de 'kinderen'of 'de erfgenamen' van de verzekeringnemer begunstigden zijn. De verklaring is dan nodig om vast te stellen wie als begunstigden moeten worden aangemerkt.
WM.A. KALKMAN, Levensverzekering en notariaat, preadvies KNB (1992), Lelystad: Koninklijke Vermande 1992, p. 63.
WALTER ZIMMERMANN, Die Testamentsvollstreckung, Berlin: Erich Schmidt Verlag2003, p. 274.
Thans een klein uitstapje naar het levensverzekeringsrecht.1 Zonder daar uitgebreid op in te gaan, doet zich, in het licht van de reikwijdte van de opdracht van de executeur, in de praktijk nog wel eens de vraag voor in hoeverre de executeur bevoegd is om de uitkering van levensverzekering te innen, die naar aanleiding van het overlijden van erflater, wordt uitgekeerd. Het antwoord op deze vraag staat en valt met de op het gebied van de levensverzekering meer dan honderd jaar2 geldende leer van het zelfstandig recht, die er kort gezegd op neerkomt dat de uitkering van levensverzekering verkregen wordt buiten het vermogen van de verzekeringnemer om en niet de nalatenschap passeert. Het betreft derhalve een originair verkregen recht, dat niet verkregen wordt als rechtsopvolger van de verzekeringnemer. Indien de uitkering de nalatenschap niet passeert, betekent dit ook dat de uitkering geen deel uitmaakt van de door de executeur beheerde goederen van de nalatenschap. Niet uitgesloten is dat zelfs een begunstiging van 'de nalatenschap' als een eigen recht van de erfgenamen gezien wordt.3
Raadpleging van de parlementaire geschiedenis over de bevoegdheid van de executeur om de goederen van de nalatenschap te beheren zoals geregeldin art. 4:144 BW, herbergt het gevaar op het verkeerde been gezet te worden:4
'Onder de goederen der nalatenschap zijn begrepen uitkeringen - bijvoorbeeld levensverzekeringsuitkeringen - die ten behoeve van de erfgenamen, zonder nadere aanduiding der personen, zijn bedongen; zie artikel 4.1.3a. van het ge-wijzigdontwerp.' (Curs. BS)
Art. 4.1.3a luidde als volgt:
'Onder de goederen der nalatenschap zijn begrepen uitkeringen die ten behoeve van de erfgenamen, zonder nadere aanduiding der personen, zijn bedongen.'
Hiermee werdimmers, mede met het oog op executele, bereikt:5
'Ook indien b.v. een werkgever een verzekering heeft gesloten op het leven van de werknemer onder beding van uitkering na diens overlijden aan diens erfgenamen zonder enige aanduiding, derhalve ongeacht welke personen erfgenaam zullen blijken te zijn, vormt de uitkering een deel der te vereffenen en te verdelen nalatenschap en valt zij eventueel onder het beheer van de executeur en onder een door de erflater ingesteld bewind.' (Curs. BS)
Waarom spreek ik van op het verkeerde been zetten?
Bij de Invoeringswet6 is dit artikel echter komen te vervallen en heeft de executeur geen grip (meer) op uitkeringen die de nalatenschap niet passeren. Er is echter meer. De nieuwe titel 7.17 heeft een nieuwe vorm van bewindge-ïntroduceerd en wel de mogelijkheid om de uitkering van levensverzekering onder bewind te stellen op grondvan art. 7:966 BW lid 1 letter b. Een interessante rechtsfiguur. In de praktijk zal zich ongetwijfeld het fenomeen 'levens-verzekerings-executeur' gaan ontwikkelen. Dit past niet alleen in de quasi-overeenkomstgedachte, het bewindsaspect van executele maar ook in de gedachte dat de executeur als vertegenwoordiger van erflater optreedt en als zijn verlengstuk de uitkering van levensverzekering int en uitkeert aan de (erfgenamen-)begunstigden.
Art. 7:966 lid3 BW luidt als volgt:
'Het bewind over een recht op uitkering heeft dezelfde rechtsgevolgen als een bij uiterste wilsbeschikking ingesteld bewind, met dien verstande dat:
a. de termijnen bedoeld in de artikelen178, 179 lid2 en180 lid 2 vanBoek 4 aanvangen op het tijdstip waarop de uitkering ofde eerste van een reeks uitkeringen opeisbaar wordt, en
b. het bewind, voor zover het niet in het belang van een ander dan de begunstigde is ingesteld, ook eindigt wanneer de verzekeringnemer en de begunstigde een gemeenschappelijk besluit tot opheffing schriftelijk ter kennis van de bewindvoerder brengen.' (Curs. BS)
Met een levensverzekeringsbewind kan de facto het beheer van de executeur over de goederen van de nalatenschap uitgebreid worden tot de uitkering van levensverzekering. Ik ga er vanuit dat men als bewindvoerder kan benoemen degene die de in de uiterste wil opgenomen benoeming tot executeur aanvaardt. Dit blijven evenwel twee verschillende functies, zij het dat de facto een synthese kan ontstaan om de boedelafwikkeling te versoepelen.
Wie voor 'boedelgevolmachtigde' in de aanbevelingen in het preadvies van Kalkman, nr. 5.10 7 mutatis mutandis leest een door erflater aangewezen 'levensverzekeringsexecuteur-(bewindvoerder)' ziet in deze, bijvoorbeeld bij het aanwijzen van de erfgenamen als begunstigden, dan ook vanzelf nieuwe mogelijkheden:
'Een notaris dient in dat kader bij het opstellen van een boedelvolmacht rekening te houden met het feit dat de uitkering uit de levensverzekeringsovereenkomst niet uit de nalatenschap van de verzekeringnemer wordt ontvangen, en dat als het de bedoeling is dat de boedelgevolmachtigde inningsbevoegd dient te zijn, deze bevoegdheid expliciet in de boedelvolmacht wordt opgenomen.'
In de literatuur kwam ik een geval tegen waar de Ombudsman Levensverze-kering8 er zonder meer vanuit ging dat, afgezien van inkortingskwesties op grond van de legitieme portie, de levensverzekeraar de uitkering ten behoeve van de testamentair aangewezen erfgenaam mocht uitkeren aan de executeur. Dit terwijl hij ook aannam dat de uitkering niet krachtens erfrecht, maar krachtens een derdenbeding werd verkregen.
In het Duitse recht gaat men er ook van uit dat de uitkering van levensverzekering in beginsel niet tot de nalatenschap behoort en derhalve ook niet onder de 'Verwaltung' van deTestamentsvollstrecker valt:9
'Der Anspruch aus einer Lebensversicherung oder einer Kapitalversicherung auf den Todesfall gehort beim Tod des Versicherungsnehmers nicht zu dessen Nachlass, wenn im Versicherungsvertrag die Versicherung zur Zahlung an ein-en Bezugsberechtigten verpflichtet wurde.'
In het Nederlandse recht hebben wij, zoals gezien, sinds kort de mogelijkheid om de 'bewindsbevoegdheid' van de executeur uit te breiden tot de overeenkomst van levensverzekering.
Bij de uitkering van levensverzekering staat in artikel 7:966 BW bij het cree-ren van een verlengstukfunctie voor de executeur met name het bewindaspect van executele op de voorgrond. In een andere wet, de Auteurswet 1912, waar ook de gedachte aan een 'nevenfunctie' voor de executeur zich opdringt, staat met name de vertrouwensrelatie centraal.