NJB 2021/127
Er is geen verordenende bevoegdheid om, als eenmaal is gekozen voor de standaardduur van ..n, twee of drie maanden, afgezien van gevallen van recidive, verder te differenti.ren in hoogte of duur van de maatregel. Een verdere differentiatie in verband met de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid strookt niet met de wettekst, de toelichting hierop of met de bedoeling van de wetgever.
CRvB 08-12-2020, ECLI:NL:CRVB:2020:3258
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
8 december 2020
- Magistraten
Mrs. Korte, Overbeeke, Okhuizen
- Zaaknummer
16/5897 PW
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid algemeen / Algemeen
Sociale zekerheid bijstand / Algemene bijstand
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2020:3258, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 08‑12‑2020
- Wetingang
Essentie
Er is geen verordenende bevoegdheid om, als eenmaal is gekozen voor de standaardduur van ..n, twee of drie maanden, afgezien van gevallen van recidive, verder te differenti.ren in hoogte of duur van de maatregel. Een verdere differentiatie in verband met de ernst van de gedraging of de mate van verwijtbaarheid strookt niet met de wettekst, de toelichting hierop of met de bedoeling van de wetgever.
Uitspraak
Overwegingen
4.6.
Appellant voert aan dat hij niet zeer zwaar nalatig is geweest. Ten onrechte is daarom toepassing gegeven aan artikel 8, tweede lid, van de Verordening.
4.6.1
Deze beroepsgrond ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.