Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/7.6:7.6 Samenvatting
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/7.6
7.6 Samenvatting
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS585124:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
377. In dit hoofdstuk heb ik onderzocht onder welke omstandigheden het doel van de geschonden norm of de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid dient te leiden tot de conclusie dat een toereikend normatief verband bestaat tussen de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis en de daardoor veroorzaakte schade, en deze schade dus in beginsel dient te worden toegerekend en tevens in beginsel aan het relativiteitsvereiste, voor zover dat geldt, is voldaan (§ 7.1).
Ik heb tot uitgangspunt genomen dat indien zich laat vaststellen dat met de geschonden norm of met de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden, de laedens deze schade in beginsel dient te vergoeden en ten aanzien van deze schade dus het vereiste normatieve verband aanwezig is. Bij de toepassing van dit uitgangspunt bleek de moeilijkheid te bestaan dat tussen het doel van de geschonden norm of van de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid in abstracto en de schade zoals geleden in concreto een aanzienlijke kloof kan gapen. Ik heb een tweetal funderende functies van het doel van de geschonden norm en van de kwalitatieve aansprakelijkheid onderscheiden. In de eerste plaats kan duidelijk zijn dat het doel van de geschonden norm is te beschermen tegen de schade zoals geleden. Dit is het geval in de basale en niet-relevant andere schadesituaties. Het zou zich in deze situaties niet met het bestaan van de norm laten verenigen om te zeggen dat geen toereikend normatief verband aanwezig is tussen de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis en de schade. De Hoge Raad heeft vanaf 1960 in een reeks van arresten in dergelijke gevallen geoordeeld dat de schade kan worden toegerekend op grond van de strekking van de geschonden norm. Ik betoogde dat in plaats van te denken in termen van waarschijnlijkheid of voorzienbaarheid van de schade zoals geleden, gedacht dient te worden in termen van de vraag of de schade zoals geleden kan gelden als schade waartegen met de geschonden norm of met de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid beoogd wordt te beschermen. In de tweede plaats biedt het geheel van schadesituaties waarvoor duidelijk is dat de norm daartegen beoogt te beschermen, de harde kern van het beschermingsbereik, een essentieel oriëntatiepunt bij de beoordeling of een toereikend normatief verband aanwezig is. De schadesituatie zoals deze zich heeft voorgedaan kan vergeleken worden met de schadesituaties in de harde kern van het beschermingsbereik. Op deze manier laat zich bepalen of redelijk is de schade zoals geleden voor rekening van de laedens te brengen of voor rekening van de gelaedeerde te laten (§ 7.2).
In het vervolg van het hoofdstuk heb ik uitgewerkt hoe de harde kern van het beschermingsbereik voor verschillende aansprakelijkheidsgrondslagen gevonden kan worden.
In het geval van een onrechtmatige daad heb ik, aan de hand van de onderscheiding tussen de rechtsinbreuk, de schending van een wettelijke plicht en de schending van hetgeen volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt, uitgewerkt hoe het doel van het recht waarop inbreuk is gemaakt of van de geschonden norm gevonden kan worden. Het is de rechthebbende die het subjectieve recht beoogt te beschermen. Tegen welke schade met dat recht beoogd wordt te beschermen, hangt verder van het specifieke recht af. In het geval van een wettelijke plicht dient het doel van de geschonden norm te worden gevonden door interpretatie van de norm in de context van de wet waarvan de norm deel uitmaakt. Normen van ongeschreven recht beogen te beschermen tegen het gevaar voor bepaalde personen dat door een bepaald mechanisme op bepaalde wijze bepaalde schade zou ontstaan dat van dien aard is dat de laedens zich met het oog daarop anders had dienen te gedragen (§ 7.3).
Ook voor de kwalitatieve aansprakelijkheden voor personen, opstallen, roerende zaken en personen heb ik het doel van de kwalitatieve aansprakelijkheid uitgewerkt. In het geval van de kwalitatieve aansprakelijkheden voor personen bleek dat doel te zijn het beschermen tegen dezelfde schade als waartegen ook met de norm die geschonden is door degene voor wiens gedrag aansprakelijkheid bestaat, beoogd werd te beschermen. Met de kwalitatieve aansprakelijkheden voor opstallen en roerende zaken wordt beoogd te beschermen tegen het (bijzondere) gevaar voor personen of zaken met het oog waarop aan het opstal of de roerende zaak in het concrete geval eisen worden gesteld. Met de kwalitatieve aansprakelijkheid voor dieren wordt beoogd te beschermen tegen de schade waartegen de gedragsnormen die gelden ingeval de bezitter de gedraging van het dier in de hand zou hebben, beoogd wordt te beschermen, maar slechts voor zover met deze gedragsnormen beoogd wordt te beschermen tegen de verwezenlijking van het gevaar dat schuilt in de eigen energie van het dier en het onberekenbare element dat in die energie ligt opgesloten (§ 7.4).
In het geval van verplichtingen uit overeenkomsten bleek het in het algemeen de schuldeiser te zijn die door de geschonden norm wordt beschermd. Ter zake van de vraag tegen welke schade en welke wijzen van ontstaan van schade met verplichtingen uit overeenkomsten beoogd wordt te beschermen, bleek nieuwe theorievorming nodig te zijn. Ik heb betoogd dat in de eerste plaats onderscheid gemaakt dient te worden tussen, enerzijds, schade die bestaat uit de kosten voor het alsnog verkrijgen van de prestatie en, anderzijds, gevolgschade. Met een verplichting uit overeenkomst wordt beoogd te beschermen tegen het door de schuldeiser maken van de kosten voor het alsnog verkrijgen van de prestatie. Voor de aanwezigheid van een toereikend normatief verband is niet van belang of voorzien kon worden dat deze kosten zouden worden gemaakt of dat deze kosten door veranderingen in de markt onvoorzienbaar hoog zijn. Bij de vaststelling van het beschermingsdoel van een norm ten aanzien van geleden gevolgschade diende onderscheid gemaakt te worden naar de bron van de verplichting. Ik betoogde dat het doel van overeengekomen verplichtingen kan worden bepaald aan de hand van hetgeen partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs hebben begrepen en mochten begrijpen over de voordelen die de schuldeiser met de prestatie beoogt te verkrijgen en/of de nadelen die de schuldeiser met de prestatie beoogt te vermijden. In dit kader bleek de waarschijnlijkheid of voorzienbaarheid van mogelijke schade ten tijde van het aangaan van de overeenkomst van belang, maar niet beslissend, te zijn. Het doel van verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid, verkrijgt men door uitleg van de wet respectievelijk hetgeen de gewoonte of de redelijkheid en billijkheid meebrengen. In het algemeen speelt hierbij de voorzienbaarheid van schade ten tijde van het aangaan van de overeenkomst geen rol (§ 7.5).