NJB 2014/1104
Verdediging door advocaat in geval van niet verschenen verdachte, art. 279 Sv: in casu niet onbegrijpelijk oordeel van het hof dat advocaat in eerste aanleg voor de betrokkene is opgetreden als gemachtigd raadsman in de zin van deze bepaling
HR 13-05-2014, ECLI:NL:HR:2014:1097
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
13 mei 2014
- Magistraten
Mrs. A.J.A. van Dorst, V. van den Brink, E.S.G.N.A.I. van de Griend
- Zaaknummer
12/04338
- Vakgebied(en)
Strafprocesrecht / Rechtsmiddelen
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:1097, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 13‑05‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:362, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 18‑03‑2014
- Wetingang
Essentie
Verdediging door advocaat in geval van niet verschenen verdachte, art. 279 Sv: in casu niet onbegrijpelijk oordeel van het hof dat advocaat in eerste aanleg voor de betrokkene is opgetreden als gemachtigd raadsman in de zin van deze bepaling
Uitspraak
Inleiding:
Profijtontnemingszaak. Betrokkene is niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank waarbij aan de betrokkene de verplichting is opgelegd om ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel een bedrag van € 125.360 aan de Staat te betalen. Het middel klaagt over het oordeel van het hof dat de betrokkene niet-ontvankelijk is in het door hem ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.