NJ 2022/125
Eerlijk proces. Aanwezigheidsrecht in hoger beroep. Weigering van in buitenland gedetineerde verdachte deel te nemen aan zitting via videoconferentie. Aanhoudende weigering te beschouwen als afstand van recht. Geen schending art. 6 EVRM.
EHRM 08-06-2021, ECLI:CE:ECHR:2021:0608JUD006159116, m.nt. B.E.P. Myjer (Dijkhuizen/Nederland)
- Instantie
Europees Hof voor de Rechten van de Mens
- Datum
8 juni 2021
- Magistraten
Y. Grozev, F. Vehabović, I.A. Motoc, G. Kucsko-Stadlmayer, P. Pastor Vilanova, J. Schukking, A.M. Guerra Martins
- Zaaknummer
61591/16
- Noot
B.E.P. Myjer
- Roepnaam
Dijkhuizen/Nederland
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS640324:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Strafprocesrecht / Terechtzitting en beslissingsmodel
- Brondocumenten
ECLI:CE:ECHR:2021:0608JUD006159116, Uitspraak, Europees Hof voor de Rechten van de Mens, 08‑06‑2021
- Wetingang
Art. 6 lid 1 EVRM
Essentie
Eerlijk proces. Aanwezigheidsrecht in hoger beroep. Weigering van in buitenland gedetineerde verdachte deel te nemen aan zitting via videoconferentie. Aanhoudende weigering te beschouwen als afstand van recht. Geen schending art. 6 EVRM.
Samenvatting
In 2008 heeft de rechtbank klager wegens handel in verdovende middelen (cocaïne) veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen jaar. Tegen dit vonnis heeft hij appel ingesteld. Hangende het hoger beroep heeft het hof de voorlopige hechtenis geschorst. In dat kader was het hem ook toegestaan naar het buitenland te reizen. Na meerdere voorbereidende zittingen — het betreft een complexe zaak met meerdere medeverdachten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.