Einde inhoudsopgave
Forumkeuze in het Nederlandse IPR (R&P nr. 159) 2008/15.6
15.6 Vormvoorschriften
mr. P.H.L.M. Kuypers, datum 29-02-2008
- Datum
29-02-2008
- Auteur
mr. P.H.L.M. Kuypers
- JCDI
JCDI:ADS418051:1
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Rapport Schlosser, p. C 59/120.
De Bra, Verbraucherschutz, p.198 (voor Afdeling 4); Droz, Compétence Judiciaire, p. 87; GaudemetTallon, Les Conventions, p. 183; Gaudemet-Tallon, Les Conventions, p. 183 (Afdeling 4); GaudemetTallon, Compétence en Europe, p. 220; Gaudemet-Tallon, Compétence en Europe, p. 233 (Afdeling 4); Goldman, RTDE 1971, p. 24; Gothot/Holleaux, La Convention, p. 75; Holleaux/Foyer/ Geouffre de la Pradelle, Dip, p. 383; Van Houtte, Europese IPR-Verdragen, p. 62; Van Houtte, Europese IPR-Verdragen, p. 63 (Afdeling 4); Kaye, Pil, p. 853 Afdeling 4); Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 119; Klauser, EZPR, p. 93 (Afdeling 3) en 109 (Afdeling 4); Kropholler, EZPR, p. 246, nr. 72; Goldman, RTDE 1971, p. 24; Samtleben, NJW 1974, p. 1593; Schlosser, EZPR, p. 107 (Afdeling 3) en 120 (Afdeling 4); Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 256 (Afdeling 3); Strikwerda, Inleiding NIPR, p. 257 (Afdeling 4); Verheul, Rechtsmacht, Deel 1, p. 70; Vlas, Rechtsvordering, Verdragen en Verordeningen, Verdragen, suppl 304 (juli 2006), p. A-a-278-282 en suppl 292 (maart 2004), p. A-a-331 (Afdeling 4).
Rb. Leeuwarden 20 februari 1992, NIPR 1992, 271 (Afdeling 4).
Zie literatuur en rechtspraak in vorige twee noten.
De Bra, Verbraucherschutz, p. 200.
HvJ EG 14 juli 1983, zaak 201/82, Gerling/Tesoro dello Stato, Jur. 1983, p. 2503, NJ 1984, 716, r.o. 20; zie ook bevestigend: Pres. Rb. Haarlem, 25 oktober 1991, NIPR 1992, 130, KG 1991, 383, S&S 1992, 124.
HvJ EG 14 juli 1983, zaak 201/82, Gerling/Tesoro dello Stato, Jur. 1983, p. 2503, NJ 1984, 716, r.o. 14.
Pres. Rb. Haarlem, 25 oktober 1991, NIPR 1992, 130, KG 1991, 383, S&S 1992, 124.
Par. 15.2.3 over het formele toepassingsbereik van Afdeling 3, 15.3.3 voor het formele toepassingsbereik van Afdeling 4 en 15.4.3 voor het formele toepassingsbereik van Afdeling 5
Anders voor art. 12 sub 3 Verdrag: Killias, Gerichtsstandsvereinbarungen, p. 119 die onder omstandigheden een rol toedicht aan de vormvoorschriften van nationaal recht.
Kropholler, EZPR, p. 309, nr. 80; anders: Verheul, Rechtsmacht, p. 71.
Een volgende vraag is voor verzekerings-, consumenten- en arbeidsovereenkomsten van belang. Dient een forumkeuze in een overeenkomst — gesloten in overeenstemming met de art. 13 EEX-V°/12 Verdrag (verzekeringsovereenkomsten), 17 EEX-V°/15 Verdrag (consumentenovereenkomsten) c.q. 21 EEX-V°/17 lid 5 Verdrag (arbeidsovereenkomsten) — te voldoen aan de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag? De Afdelingen 3, 4 en 5 bepalen niets over de vorm waarin de forumkeuze dient te worden gesloten. Evenmin bevat art. 17 lid 5 Verdrag hierover een bepaling. Bij het laatste artikel kan echter niets anders zijn bedoeld dan een forumkeuze die voldoet aan het bepaalde in art. 17 lid 1 Verdrag, omdat dezelfde terminologie wordt gebruikt (`overeenkomst tot aanwijzing van een bevoegde rechter'). Het vijfde lid wijst hiermee terug naar het eerste lid.
Op basis van het Rapport Schlosser1 neemt de literatuur2 en rechtspraak3 aan dat de vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag ook gelden voor een forumkeuze in verzekerings-, consumenten- en arbeidsovereenkomsten.4 Eén vorm is echter uitgesloten in de consumenten- en arbeidsovereenkomst: een in de internationale handel gebruikelijke vorm is niet mogelijk omdat een consument als particulier eindgebruiker en een werknemer niet deelnemen aan het internationale handelsverkeer en ook niet op de hoogte zal zijn van gebruiken in de betrokken handelsbranche.5 De consument en werknemer zullen meestal ook niet op de hoogte zal zijn van gebruiken in de betrokken handelsbranche. Ook het sluiten van een consumenten-of arbeidsovereenkomst behoort niet tot het internationale handelsverkeer. In arbeidsovereenkomsten is voorts de vorm ontleend aan lopende handelsbetrekkingen tussen partijen niet mogelijk, omdat daarvan mijns inziens geen sprake kan zijn; ook niet indien de werkgever enige eerdere arbeidsovereenkomsten met forumkeuze voor bepaalde tijd heeft aangeboden aan de werknemer, omdat de bepaalde tijd zich verzet tegen het van toepassing doen zijn op latere overeenkomsten die zijn gesloten voor perioden na de bepaalde tijd of tijden. Aangezien derhalve tussen werkgever en werknemer geen vorm zal bestaan die wordt toegelaten door de handelwijzen die tussen partijen gebruikelijk is geworden, is deze vorm voor een forumkeuze in een arbeidsovereenkomst uitgesloten.
Mijns inziens kan voor de toepasselijkheid van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag voor de vorm van de forumkeuzen van de Afdelingen 3, 4 en 5 ook een aanwijzing worden gevonden in het arrest Gerling/Tesoro dello Stato waarin het Hof van Justitie over een forumkeuze in een verzekeringsovereenkomst overweegt dat deze rechtsgeldig moet worden geacht, indien de forumkeuze voldoet aan de vormvoorschriften van art. 17 EEX in de verhouding tussen verzekeraar en verzekeringnemer.6 Het Hof van Justitie overwoog omtrent de forumkeuze in de verzekeringsovereenkomst:7
`Door deze schriftelijke vorm voor te schrijven in de betrekkingen tussen partijen, heft art. 17 EEG-Executieverdrag echter niet tot doel of gevolg, dat dit vereiste van schriftelijkheid ook geldt voor de mogelijkheid van degene die geen partij is bij de overeenkomst doch begunstigde van het derden-beding, zich in een geding met de verzekeraar op de te zijnen gunste bedongen forumkeuze te beroepen.'
De Pres. Rb. Haarlem8 heeft in dat verband aangenomen dat het sluiten in de internationale verzekeringsbranche van een verzekering in de zin van art. 14 EEX-V°/12bis Verdrag (grote risico's) door middel van sluitnota opgemaakt door de makelaar van de verzekeringnemer en voor akkoord getekend door de verzekeraar, een vorm is in de zin van art. 17 lid 1 sub c Verdrag. Daarbij volstaat een verwijzing in de sluitnota naar 'Farm mar' en 'Farm SG' , zelfs als de forumkeuze niet ter kennis van de verzekeringnemer is gebracht. Als uitzondering lijkt de President slechts te aanvaarden een totstandkoming van een dergelijke forumkeuze waarbij één van de partijen de inhoud en strekking van één of meer van de voorwaarden, zoals een forumkeuze, niet heeft begrepen. De Pres. Rb. gaat derhalve stilzwijgend uit van toepasselijkheid van de vormvoorschriften van art. 17 EEX op een verzekeringsovereenkomst.
De vormvoorschriften van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag zijn ook van toepassing, indien de forumkeuze niet binnen het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag valt. Dat is het geval, indien of partijen een gerecht of de gerechten buiten de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten hebben aangewezen, en minimaal één van de partijen in de EG-lidstaten c.q. verdragsluitende staten woonplaats heeft. Deze situatie valt weliswaar niet binnen het formele toepassingsbereik van art. 23 EEX-V°/17 Verdrag, maar nu de art. 13 EEX-V°/12 Verdrag, 17 EEX-V°/15 Verdrag en 21 EEX-V° ook deze forumkeuzen beheersen,9 is geen reden om aan te nemen dat een onderscheid moet worden gemaakt.10 In dit geval gaat het om het waarborgen van de bescherming van de verzekeringnemer, verzekerde of begunstigde, consument c.q. werknemer.11