De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure
Einde inhoudsopgave
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/11.4:11.4 Afwijken van volmachten
De (onmiddellijke) voorzieningen van de enquêteprocedure (IVOR nr. 105) 2017/11.4
11.4 Afwijken van volmachten
Documentgegevens:
F. Eikelboom, datum 01-06-2017
- Datum
01-06-2017
- Auteur
F. Eikelboom
- JCDI
JCDI:ADS372125:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Hof Amsterdam (OK) 15 mei 2015, ARO 2015/136 (Barendregt).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door middel van de in par. 11.3.6 besproken maatregelen van de ondernemingskamer trachtte ondernemingskamer zich te mengen in discussies over de gevolgen van de door haar getroffen (onmiddellijke) voorzieningen. De Barendregt-beschikking1 toont daarmee een zekere verwantschap in de zin dat de ondernemingskamer duidelijk maakt hoe de door haar getroffen onmiddellijke voorzieningen zich verhielden tot bepaalde volmachten.
Deze beschikking zag op een vennootschap van de familie Barendregt. Deze vennootschap had twee bestuurders, Henk Beheer BV en Leen Beheer BV. Deze werden geschorst door de ondernemingskamer die tevens een tijdelijke bestuurder aanstelde. De vennootschap had echter ook (algemene) volmachten verstrekt aan Henk Barendregt en Ben Barendregt. Henk Barendregt was enig bestuurder en aandeelhouder van Henk Beheer BV. Ben Barendregt was de zoon van wijlen Leen Barendregt, maar Leen Beheer BV werd bestuurd door zijn moeder die ook enig aandeelhouder van deze vennootschap was. Het is dan ook begrijpelijk dat de ondernemingskamer wenste dat de door haar uitgesproken schorsing niet zou worden ondermijnd door genoemde volmachten.
De ondernemingskamer deed dat door bij wijze van onmiddellijke voorziening de volmachten te schorsen. Mijns inziens ging de ondernemingskamer aldus haar absolute bevoegdheid te buiten, want het is niet aan haar om vermogensrechtelijke instrumenten als volmachten buiten werking te stellen. Dat was mijns inziens ook niet nodig. De ondernemingskamer had immers kunnen overwegen dat de tijdelijk aangestelde bestuurder het tot zijn taak kon rekenen om de volmachten te beëindigen.