AB 2022/356
Mogelijke strijd met Didam-arrest maakt niet dat bestemmingsplan als zodanig niet uitvoerbaar is.
ABRvS 20-04-2022, ECLI:NL:RVS:2022:1157, m.nt. J. Wieland
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
20 april 2022
- Magistraten
Mr. B.J. Schueler
- Zaaknummer
202104840/1/R4 en 202104841/1/R4
- Noot
J. Wieland
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS678222:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Gebiedsontwikkeling
Aanbestedingsrecht / Selectie
Ruimtelijk bestuursrecht / Ruimtelijke ordening
Ruimtelijk bestuursrecht / Procedure bestemmingsplan
Aanbestedingsrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2022:1157, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 20‑04‑2022
- Wetingang
Art. 3.1.6 lid 1 onder f Bro
Essentie
Didam-arrest; financiële uitvoerbaarheid bestemmingsplan.
Samenvatting
Daarnaast betoogt appellant, onder verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778, dat onduidelijk is of de raad een passende mate van openbaarheid heeft betracht over de beschikbaarheid van de locatie, de selectieprocedure en de selectiecriteria. Zo zou appellant zelf in het verleden zijn interesse in de planlocatie bij de gemeente kenbaar hebben gemaakt, maar daarop niets hebben vernomen. Dit kan volgens appellant gevolgen hebben voor de inmiddels opgestelde concept-koopovereenkomst en de financiële uitvoerbaarheid van het plan.
Daargelaten of uit hetgeen appellant heeft aangevoerd, zonder meer ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.