Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/9.4.2:9.4.2 Het Nederlandse vermogensrecht door een (Anglo-) Amerikaanse lens
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/9.4.2
9.4.2 Het Nederlandse vermogensrecht door een (Anglo-) Amerikaanse lens
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS299262:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
416. Er kunnen twee conclusies worden getrokken over de mate waarin in de Nederlandse rechtsliteratuur is gepoogd tot soortgelijke opvattingen te komen als die ik in de voorgaande hoofdstukken heb uiteengezet.
417. De eerste conclusie is dat er in de Nederlandse rechtsliteratuur ontegenzeggelijk aandacht is geweest voor de opvatting dat subjectieve rechten bestaan uit de juridische posities die de gerechtigde inneemt in relatie tot andere personen. Men ziet precies dezelfde discussiepatronen terugkomen als in de (Anglo-) Amerikaanse literatuur. Aanhangers van een relationele benadering van het goederenrecht wijzen op het feit dat goederenrechtelijke rechten juridische constructies zijn die slechts tussen personen kunnen bestaan. Daarom doen zij een poging om tot een beschrijving van goederenrechtelijke rechten te komen waarin zowel andere personen als het rechtsobject van het goederenrechtelijke recht een plaats krijgen. Ten slotte bezweren zij dat het niet ‘fout’ is om te spreken van een recht ‘op’ een rechtsobject, zo lang men maar in de gaten houdt dat dit een samenvatting van de juridische werkelijkheid inhoudt.
418. Toch heeft deze benadering van het goederenrecht nog niet echt vaste voet aan de grond gekregen, omdat – en zo luidt conclusie twee – het in de Nederlandse rechtsliteratuur ontbreekt aan een begrippenkader waarmee de elementen waaruit een goederenrechtelijk recht bestaat, kunnen worden weergegeven. Daardoor is men genoodzaakt toevlucht te nemen tot het weergeven van goederenrechtelijke rechten in verbintenisrechtelijke termen, hetgeen net niet goed past. Juridische posities die (samen) geen verbintenissen vormen, vallen dan namelijk buiten de boot.