Afscheiding van bestanddelen
Einde inhoudsopgave
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.6.7:1.6.7 De actio ad exhibendum in het legis actio-proces
Afscheiding van bestanddelen (O&R nr. 134) 2022/1.6.7
1.6.7 De actio ad exhibendum in het legis actio-proces
Documentgegevens:
mr. J.C.T.F. Lokin, datum 01-03-2022
- Datum
01-03-2022
- Auteur
mr. J.C.T.F. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS644995:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Algemeen
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kaser, RIDA/1967, p. 282.
Kaser, ZRG RA/1984, p. 93. Volgens Kaser was de wettelijke legitimatie van de actie te vinden in de Wet der Twaalf Tafelen: Kaser, RIDA/1967, p. 282. Kaser verwijst hier naar tabula 6, 5 A voor de legitimatie van de actie.
Zie echter §1.8.8.
Zie Van der Wal (2019), p. 255.
Kaser/Hackl (1996), p. 105.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In de eerste fase van het proces, die zich afspeelde voor de praetor, kon de gedaagde zich al dan niet tegen de eis van de eiser verweren. Ook als hij zich niet verweerde, was het voor de totstandkoming van de litis contestatio vereist, dat naast de eiser ook de gedaagde zich stelde in het proces. Hoewel in alle gevallen de zaak waarover geprocedeerd werd voor de praetor aanwezig moest zijn, kon de gedaagde niet gedwongen worden de zaak in het proces te brengen. Anders dan bij de legis actio sacramento in personam, was hij bij een legis actio sacramento in rem niet zelf aansprakelijk als hij het proces verloor: dat wil zeggen dat er geen sprake was van een personele executie. De vindicatio was een actie die betrekking had op de zaak en niet op de bezitter van de zaak. Vandaar dat een eiser niet met een zakelijke actie kon vorderen dat de gedaagde de litigieuze zaak naar het proces bracht. Daar was een zakelijke actie niet voor gemaakt. De regels van het procesrecht schreven echter voor, dat voor het toekennen van een zakelijke actie door de praetor vereist was dat de zaak in iure aanwezig was. De Romeinse staat hielp de eiser in die tijd niet door (met geweld) in te grijpen en de zaak bij de gedaagde weg te nemen. Ook mocht de eiser niet zelf met geweld de zaak uit het huis van de gedaagde ophalen. Kortom, er waren geen juridische gevolgen verbonden aan het niet produceren van een zaak. Wat nu? Was de eiser machteloos? Om toch de gedaagde te dwingen de verdediging op zich te nemen en dus de litigieuze zaak in iure te brengen, werd de (persoonlijke) actio ad exhibendum geschapen.1
Wanneer de actio ad exhibendum precies is ontstaan, is onbekend. Zeker is dat de actie stamt uit de tijd waarin de legis actio sacramento in rem de enige procesvorm was waarin een zakelijke vordering aanhangig kon worden gemaakt, ongeveer uit de derde/tweede eeuw voor Christus.2 Met de actie tot productie vorderde de eiser dat de gedaagde de zaak produceerde, oftewel in iure bracht. De actie was een persoonlijke actie.3 De gedaagde werd zo gedwongen om mee te werken aan het proces. Deed hij dat niet, dan was hij immers in zijn persoon aansprakelijk, met alle gevolgen van dien. Zo maakte de actio ad exhibendum het voor de eiser mogelijk om een zakelijke (hoofd)actie met succes in te stellen, omdat door de productie van de zaak de eiser haar kon vastpakken en met een staf kon aanraken. De actio ad exhibendum was zo bezien te beschouwen als een hulp- of steunactie die de zakelijke hoofdactie (een zogenaamde iudicium directum of een actio directa) mogelijk maakte.4 De gedaagde werd bij het niet produceren van de zaak veroordeeld tot het betalen van een geldsom. Produceerde hij wel, maar verdedigde hij zich niet tegen de zakelijke actie van de eiser, dan beval de praetor, nog vóórdat het proces inhoudelijk werd behandeld, dat de eiser de zaak mocht meenemen.5 Ontkende de gedaagde na de productie van de zaak het zakelijke recht van de eiser, dan begon het proces waarin een actio in rem was ingesteld. Zo vervulde de actio ad exhibendum een belangrijke rol in het oude Romeinse proces.