Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht
Einde inhoudsopgave
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/2.4:2.4 Liquidatietarieven
Rechtersregelingen in het burgerlijk (proces)recht (BPP nr. II) 2004/2.4
2.4 Liquidatietarieven
Documentgegevens:
K. Teuben, datum 02-12-2004
- Datum
02-12-2004
- Auteur
K. Teuben
- JCDI
JCDI:ADS574759:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Snijders, Ynzonides & Meijer 2002, nr. 121; Jongbloed 2003, p. 437-139.
Zie hierover de in de vorige noot genoemde vindplaatsen, alsmede Ingelse & Molenberg 2000, p. 1143.
De tarieven worden van tijd tot tijd aangepast; de meest recente versies zijn onder andere te raadplegen via de website van de NOvA (www.advocatenorde.nl), onder Wet- en regelgeving/Tarieven.
Zie over de vraag of deze vaststelling enige toegevoegde waarde (in de zin van daaraan te verbinden 'rechtsgevolgen') heeft § 5.2.3.5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De in het ongelijk gestelde partij in een civiele procedure kan op grond van art. 237 lid 1 Rv worden veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij. Hieronder vallen onder meer het griffierecht, de kosten van de dagvaarding en andere exploten, en de kosten (salaris en verschotten) van de advocaat of procureur (in kantonzaken: de - eventuele - gemachtigde).1
In de praktijk worden de kosten van de verrichtingen van advocaten en procureurs berekend op basis van de zgn. liquidatietarieven.2 In deze rechtersregelingen worden de door de procureur verrichte werkzaamheden gewaardeerd via een puntensysteem. Afhankelijk van het belang van de zaak worden deze punten vervolgens op een bepaald (forfaitair) bedrag gewaardeerd. Toepassing van het liquidatietarief leidt er doorgaans toe, dat de winnende partij slechts een deel van de werkelijk gemaakte kosten van procesvertegenwoordiging vergoed krijgt.
De verschillende liquidatietarieven worden veelal in overleg vastgesteld door de Nederlandse Orde van Advocaten (nova) en de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR). Er bestaat onder meer een liquidatietarief voor de kantongerechten en een - hoger - tarief voor de rechtbanken en gerechtshoven.3 Het per 1 januari 1998 geldende liquidatietarief voor de rechtbanken en gerechtshoven is overigens tevens vastgesteld, c.q. goedgekeurd, door de vergaderingen van rechtbank- en appèlpresidenten.4