V-N 2017/6.3
Terechte bpm-naheffing voor gebruik Duitse auto door woonwagenbewoner
Hof 's-Hertogenbosch 08-09-2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:4076, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
8 september 2016
- Magistraten
Van Norden, Van Nispen tot Sevenaer, Schramade
- Zaaknummer
14/00599
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS925422:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Informatieverplichting
Fiscaal bestuursrecht (V)
Belastingheffing van motorrijtuigen (V)
Belastingheffing van motorrijtuigen / Belasting van personenauto's en motorrijwielen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2016:4076, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 08‑09‑2016
- Wetingang
art. 1 lid 6 en art. 5 lid 2 Wet BPM 1992
Essentie
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt in hoger beroep dat de inspecteur bevoegd was om vragen te stellen over het gebruik van de auto en dat de bewijslast terecht is omgekeerd en verzwaard na het onherroepelijk worden van de informatiebeschikking.
Samenvatting
De heer X is woonwagenbewoner. In juli 2011 is X door de politie aangehouden wegens te snel rijden in een auto met Duits kenteken. X stuurt het bpm-vragenformulier niet terug. De inspecteur stelt X ook vergeefs in de gelegenheid om alsnog bpm-aangifte voor het tijdsevenredige gebruik van de huurauto in Nederland te doen. Uiteindelijk legt de inspecteur een informatiebeschikking aan ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.