Einde inhoudsopgave
Accountantsaansprakelijkheid (R&P nr. CA20) 2019/2.4.4.3
2.4.4.3 Klachtrecht klachtencommissie NBA
mr. J.E. Brink-van der Meer, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.E. Brink-van der Meer
- JCDI
JCDI:ADS300546:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Algemeen
Juridische beroepen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Blokdijk & Achten (2011), p. 54.
www.accountantskamer.nl/procedure.
Verordening op de klachtbehandeling, toelichting bij artikel 6.
Verordening op de klachtbehandeling, toelichting bij artikel 6.
HR 26 juni 1985, NJ 1986, 307, HR 23 december 1987, NJ 1988, 680 en Huizink (2016), p. 325.
Verordening op de klachtbehandeling, toelichting.
Ingevolge de artikelen 25 van het Bta, artikel 32 van de VAO en artikelen 26 en 54 van de NV AK.
Verordening op de klachtbehandeling, toelichting.
Verordening op de klachtbehandeling, toelichting.
Beckman (2013), p. 651.
Verordening op de klachtbehandeling, toelichting.
Indien sprake is van een klacht over de wijze waarop de accountant zich in zijn beroepsmatig handelen heeft gedragen,1 dan kan een klacht worden ingediend bij de klachtencommissie NBA of de binnen een accountantskantoor met klachtbehandeling belaste functionaris of commissie. Een klacht kan alleen worden ingediend door de persoon jegens wie een accountant beroepsmatig heeft gehandeld.2 Het klachtrecht is bedoeld voor bejegeningsklachten.3 klachten betreffen de manier waarop iemand door de accountant is behandeld.4
Hierbij wordt opgemerkt dat de zinsnede “de wijze waarop een registeraccountant zich in diens beroepsmatig handelen jegens hem heeft gedragen” zowel een handelen als nalaten omvat. Nalaten van handelen is immers ook een wijze waarop iemand zich kan gedragen.5
De verordening voorziet niet in een algemeen klachtrecht in de zin dat een ieder de mogelijkheid krijgt over feiten die hem of haar ter ore zijn gekomen te klagen. Dit zou moeten blijken uit de woorden ‘jegens hem’ in dit artikel.6 De vraag wanneer hier sprake van is, is mijns inziens niet eenvoudig te beantwoorden. Mogelijk kan bij de invulling van de vraag of sprake is van handelen ’jegens de klager’ gebruik worden gemaakt van het in het kader van de jaarrekeningenprocedure gehanteerde begrip ‘belanghebbende’ en de eerste kring van de zogenaamde ‘tweekringenleer’.7 Alsdan zouden klachten alleen ingediend kunnen worden door belanghebbenden ter bescherming van wier belangen de klachtprocedure in het leven is geroepen. Hiertoe zouden dan de vennootschap behoren waar de wettelijke controle is verricht, maar ook de aandeelhouder van de betreffende vennootschap.
In het klachtrecht staat de klager centraal. De klachtbehandeling is er vooral op gericht partijen nader tot elkaar te brengen. Het klachtrecht wordt ook wel aangeduid als de voorfase. De voorfase heeft als uitgangspunt genoegdoening van de klager. De nadruk ligt daarbij op het bereiken van overeenstemming tussen de betrokken accountant en de klager.8 Indien men hier niet in slaagt of een klacht door een van de instanties niet naar behoren wordt opgelost, dan is het tuchtrecht de volgende fase en kan een klacht worden ingediend bij de accountantskamer. In het hiernavolgende zal uitsluitend worden ingegaan op de klachtbehandeling bij de klachtencommissie NBA.
De reden hiervoor is dat in de Verordening op de klachtbehandeling is gekozen om aan te sluiten bij de reeds voor accountantskantoren bestaande klachtenregelingen. Op het moment van inwerkingtreding van de Verordening op de klachtbehandeling waren accountantskantoren namelijk reeds gehouden een klachtenregeling op te stellen.9
Uitgangspunt is dat de klacht wordt behandeld door de klachtencommissie NBA als er geen andere klachtregeling van toepassing is c.q. als de klager een voorkeur uitspreekt voor behandeling door de klachtencommissie. Teneinde rechtsgelijkheid te bevorderen tussen de verschillende instanties voor klachtbehandeling wordt accountantskantoren aanbevolen hun procedures af te stemmen op die van de klachtencommissie NBA. Op deze wijze wordt een heldere, zorgvuldige wijze van klachtbehandeling gewaarborgd.10 Voor zover een klacht ziet op een accountant werkzaam bij of verbonden aan een vergunninghouder in de zin van de Wta is nog relevant dat de vergunninghouder is gehouden tot een zorgvuldige afhandeling en vastlegging van klachten over de uitvoering van wettelijke controles (artikel 25 Bta).
Bij de klachtencommissie NBA dient een klacht te worden ingediend binnen drie jaar na constatering van de gedraging waarover geklaagd wordt.11 Tussen het moment van de betreffende gedraging en het moment waarop een klacht wordt ingediend, moet minder dan zes jaar zijn verstreken. De procedure bij de klachtencommissie NBA is gebaseerd op de procedure beschreven in afdeling 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).12 De klachtencommissie NBA kan in haar beslissing alleen aangeven of zij een klacht gegrond of ongegrond acht. Een sanctie kan zij de betrokken accountant niet opleggen. Zij kan slechts een aanbeveling doen. De uitspraak van de klachtencommissie NBA is niet bindend. De accountant wie het betreft, kan de te geven aanbeveling niet opvolgen. Hoger beroep is niet mogelijk, het staat de klager echter vrij de klacht alsnog aan de tuchtrechter voor te leggen.13
Men kan niet bij zowel een klachtinstantie binnen een accountantskantoor als de klachtencommissie NBA een klacht indienen.14 Het is ook niet mogelijk een klacht aan de klachtencommissie voor te leggen die reeds eerder in behandeling is genomen door een accountantskantoor waar een klachtenregeling van toepassing is. Forumshoppen is ongewenst en gaat voorbij aan het doel van het klachtrecht.15 Indien een klacht reeds in behandeling is (geweest) bij de accountantskamer (lees: tuchtrechtelijk is of wordt behandeld), kan niet alsnog de klachtrechtprocedure gevolgd worden. Andersom is wel mogelijk, zie hierover paragraaf 2.4.4.4.