Inhoudsopgave
WFR 2025/153:Vaste inrichtingsresultaten in de earningsstrippingmaatregel: hoe om te gaan met verschillen tussen de bijdragewinst en de voorkomingswinst?
WFR 2025/153
Vaste inrichtingsresultaten in de earningsstrippingmaatregel: hoe om te gaan met verschillen tussen de bijdragewinst en de voorkomingswinst?
Documentgegevens:
K.F.P. Klein LLM, datum 26-05-2025
- Datum
26-05-2025
- Auteur
K.F.P. Klein LLM1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD13128:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Objectvrijstelling voor buitenlandse ondernemingswinsten
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Vennootschapsbelasting / Belastingplichtige
- Wetingang
Art. 15b Wet Vpb 1969, Besluit van 24 november 2023, 2023-22492, art. 4 Richtlijn (EU) 2016/1164
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De auteur bespreekt op welke wijze afschrijvingslasten en renten van een buitenlandse vaste inrichting tot uitdrukking komen bij de toepassing van de earningsstrippingmaatregel bij het Nederlandse hoofdhuis. Hier komen met name vragen op als de vrijgestelde winst in de objectvrijstelling afwijkt van de wereldwinst.
1. Inleiding
Bij de earningsstrippingmaatregel worden vrijgestelde resultaten van een buitenlandse vaste inrichting in principe buiten beschouwing gelaten bij de berekening van de aftrekbeperking. Hoewel dit een eenvoudig uitgangspunt lijkt, kan dit tot vragen leiden bij de praktische toepassing. De winst van een buitenlandse vaste inrichting kan namelijk vanuit twee perspectieven worden benaderd: vanuit de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.