Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.2.3:3.2.3 Conclusie
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/3.2.3
3.2.3 Conclusie
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS297327:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
106.
In alle vergelijkingslanden wordt het initiatief met betrekking tot de inzet van een civiele procedure bij partijen gelegd. Het is niet aan de rechter om een civiele procedure te initiëren, ook niet als er rechtsgevolgen dreigen die niet ter vrije beschikking van particulieren staan. In een dergelijk geval wordt een overheidsorgaan de bevoegdheid toebedeeld om een civiele procedure te starten. Kortom, net als het Nederlandse Rv gaan ook de Duitse ZPO, de Engelse CPR 1998 en de Franse CPC uit van het principe: nemo judex, sine actore. Zonder partijen, geen rechter.
Net zozeer als het bovenstaande wordt gedeeld dat de rechter niet meer of anders zou moeten toewijzen dan gevorderd, terwijl het toewijzen van minder dan is gevorderd wel mogelijk wordt geacht, mits dat mindere ligt besloten in het meerdere. De uitwerking verschilt echter tussen de verschillende procesrechtelijke stelsels. Soms is dat verschil subtiel, zoals de reikwijdte van de bevoegdheid tot het toewijzen van minder dan gevorderd, welke in Duitsland en Frankrijk groter lijkt dan in Nederland en Engeland. Het verschil is soms ook minder subtiel. Zo laat de Engelse rechter het aan partijen om de vordering te verduidelijken en uit te leggen, terwijl op dat vlak in Nederland en Duitsland een wat actievere rol voor de rechter is weggelegd. In Frankrijk bestaat deze actievere rol niet, maar kan de rechter via de uitleg van de vordering wel een verdergaand resultaat bereiken dan zijn Engelse collega.
De basisgedachte in de aanvangsfase is echter in alle landen gelijk: het is aan partijen om te beschikken over de hen toekomende rechten uit het materiële privaatrecht. Pas waar dat ertoe leidt dat rechtsgevolgen tot stand komen die niet ter vrije beschikking staan van partijen wordt de rechter wat actiever.