Vgl. HR 5 oktober 2010, LJN BN1713.
HR, 19-02-2013, nr. 11/02165
ECLI:NL:HR:2013:BZ1441
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19-02-2013
- Zaaknummer
11/02165
- Conclusie
Zitting: 18 december 2012
- LJN
BZ1441
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2013:BZ1441, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 19‑02‑2013
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2013:BZ1441
ECLI:NL:HR:2013:BZ1441, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 19‑02‑2013; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2013:BZ1441
- Vindplaatsen
Conclusie 19‑02‑2013
Zitting: 18 december 2012
Partij(en)
Nr. 11/02165
Zitting: 18 december 2012
Mr. Vellinga
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1.
Verdachte is door het Gerechtshof te Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem, wegens "diefstal door twee of meer verenigde personen" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis. Voorts bevat het arrest een bijkomende beslissing, een en ander als in het arrest vermeld.
2.
Namens verdachte heeft mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, twee middelen van cassatie voorgesteld.
3.
In aanmerking genomen dat de bewijsmiddelen onder meer inhouden dat verdachte bij het aftappen van benzine aanwezig was, op een gegeven moment de slang waarmee benzine werd afgetapt in handen had, en is gevlucht voor de politie, kan het eerste middel niet tot cassatie leiden.1. Dit behoeft, gezien art. 81 RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4.
Het tweede middel klaagt dat het Hof, ter motivering van de strafoplegging overwegende dat verdachte blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister bij onherroepelijke uitspraken eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten, eraan voorbijgaat dat er blijkens dat uittreksel slechts sprake is van één onherroepelijke veroordeling.
5.
Blijkens het op de voet van art. 434 lid 1 Sv aan de Hoge Raad toegezonden uittreksel uit het justitieel documentatieregister van 24 maart 2011 is de verdachte bij vonnis van de Kinderrechter te Utrecht d.d. 3 juli 2008 voor twee vermogensdelicten onherroepelijk veroordeeld. Voorts is de verdachte blijkens dat uittreksel bij niet onherroepelijk vonnis voor een vermogensdelict veroordeeld en is de verdachte ter zake van een vermogensdelict een transactievoorstel gedaan waaraan hij heeft voldaan. Bedoeld uittreksel rept dus, anders dan het Hof overweegt, maar van één onherroepelijke veroordeling ter zake van vermogensdelicten.
6.
Het middel slaagt.2.
7.
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
8.
Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest voor wat betreft de strafoplegging en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Hof dan wel verwijzing van de zaak naar een aangrenzend Hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 19‑02‑2013
Vgl. bijv. HR 10 april 2012, LJN BW1344 en HR 26 oktober 2010, LJN BO1752.
Uitspraak 19‑02‑2013
Inhoudsindicatie
Strafmotivering. Gelet op de inhoud van de JD is de stafmotivering ontoereikend gemotiveerd.
19 februari 2013
Strafkamer
nr. S 11/02165
AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem, van 2 mei 2011, nummer 21/001867-10, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990.
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. A. Boumanjal, advocaat te Utrecht, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest wat betreft de strafoplegging en in zoverre tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof dan wel verwijzing naar een aangrenzend hof teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan, met verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt over de strafmotivering.
3.2.1. Ten laste van de verdachte is bewezenverklaard dat:
"hij op 2009 te Utrecht tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid benzine uit een personenauto, merk Fiat, type Punto, kleur rood, geheel of ten dele toebehorende aan [betrokkene 1]."
3.2.2. Het Hof heeft de verdachte te dier zake veroordeeld tot een werkstraf van dertig uren, subsidiair vijftien dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week, met een proeftijd van twee jaren. Het heeft ten aanzien van de strafoplegging het volgende overwogen:
"Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van benzine uit een auto. Een dergelijke diefstal is een ergerlijk feit, dat schade veroorzaakt en bijdraagt aan algemene gevoelens van onveiligheid.
Voorts heeft het hof acht geslagen op de justitiële documentatie van verdachte waaruit blijkt dat hij bij thans onherroepelijke uitspraken eerder is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten.
In het bijzonder in aanmerking genomen hetgeen omtrent de persoon van verdachte is gebleken, is het hof van oordeel dat oplegging van een voorwaardelijke gevangenisstraf en een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, beide van de hierna aan te geven duur, passend en geboden is. De voorwaardelijke straf dient ertoe verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen."
3.3. De vaststelling van het Hof dat de verdachte "bij thans onherroepelijke uitspraken eerder is veroordeeld" is niet zonder meer begrijpelijk. Het door het Hof genoemde uittreksel Justitiële Documentatie houdt immers slechts één onherroepelijke veroordeling in. De strafoplegging is daarom ontoereikend gemotiveerd.
3.4. Het middel is terecht voorgesteld.
4. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 19 februari 2013.