25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid
Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.4.1:61.4.1 Toezicht in het licht van artikel 8 EVRM
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/61.4.1
61.4.1 Toezicht in het licht van artikel 8 EVRM
Documentgegevens:
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
mr. J.H.A. van der Grinten, mr. J. Wijmans
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
CRvB 15 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2807.
CRvB 24 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:297.
Gewezen kan bijv. worden op CRvB 2 januari 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:12.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De uitoefening van toezicht kan onder bepaalde omstandigheden leiden tot een inbreuk op het recht op eerbiediging van een privéleven in de zin van artikel 8 EVRM. De vraag is of de bevoegdheden van titel 5.2 Awb, dan wel de onderzoeksbevoegdheden die in bijzondere wetten zijn toegekend, hiervoor een voldoende gespecificeerde wettelijke grondslag bieden zoals artikel 8 EVRM vereist. Vooral bij toezicht in het sociale domein komt die vraag met enige regelmaat aan de orde, bijvoorbeeld wanneer gebruik wordt gemaakt van fysieke observaties. De wijze waarop en intensiteit waarmee het toezicht plaatsvindt en de vraag of daarmee een min of meer volledig beeld van bepaalde aspecten van het leven van betrokkenen kan worden verkregen, is daarbij van doorslaggevend belang. Zo oordeelde de CRvB dat de WWB (thans: Participatiewet) noch titel 5.2 Awb een voldoende nauwkeurige wettelijke grondslag bood voor het gedurende vijf maanden op ruim 60 dagen in totaal 97 waarnemingen verrichten bij een uitkeringsadres.1 Het uitvoeren van fysieke observaties op enkele, niet gedurende een langere periode aangesloten dagen, kon naar het oordeel van de CRvB wel weer gebaseerd worden op de WWB.2 De grens tussen het toelaatbare en het ontoelaatbare is dun en de overwegingen die gewijd worden aan het vraagstuk zijn vaak summier.3