WR 2024/6
Woonruimte – schadevergoeding – gebreken – procesrecht: materiële en immateriële schadevergoeding; stankoverlast; tekortkoming in herstelplicht; ontvankelijkheid vordering immateriële schade na vervaltermijn art. 7:257 BW? schade ontstaan tijdens huurovereenkomst toerekenbaar aan verhuurder? (hoger beroep van WR 2021/148)
Hof Amsterdam 25-07-2023, ECLI:NL:GHAMS:2023:1804
- Instantie
Hof Amsterdam
- Datum
25 juli 2023
- Magistraten
Mrs. J.C. Toorman, J.C.W. Rang, M.J.R. Brons
- Zaaknummer
200.301.389/01
- Noot
Red. Aant.
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS941450:1
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Vermogensrecht / Algemeen
Huurrecht / Algemeen
Huurrecht / Huur van woonruimte
Huurrecht / Verplichtingen huurder en verhuurder
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHAMS:2023:1804, Uitspraak, Hof Amsterdam, 25‑07‑2023
- Wetingang
Essentie
Woonruimte – schadevergoeding – gebreken – procesrecht: materiële en immateriële schadevergoeding; stankoverlast; tekortkoming in herstelplicht; ontvankelijkheid vordering immateriële schade na vervaltermijn art. 7:257 BW? schade ontstaan tijdens huurovereenkomst toerekenbaar aan verhuurder? (hoger beroep van WR 2021/148)
Samenvatting
De huurder klaagt in 2015 over stankoverlast. Naar aanleiding daarvan noteert de aannemer van de verhuurster op een werkbon dat er sprake is van aantasting van de leidingen en aardig wat corrosie. Na (nieuwe) klachten is de riolering in oktober 2019 vervangen. De huurder maakt vervolgens aanspraak op schadevergoeding (materiële en immateriële) wegens stankoverlast van in totaal ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.