Speaking the same language
Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/4.3.13:4.3.13 Verplichte aflegging rekening en verantwoording door de trustee en bescherming van het recht op behoorlijk beheer van de (potentiële) begunstigde
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/4.3.13
4.3.13 Verplichte aflegging rekening en verantwoording door de trustee en bescherming van het recht op behoorlijk beheer van de (potentiële) begunstigde
Documentgegevens:
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717547:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie paragraaf 3.3.9.2.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De verplichting van de trustee tot aflegging van rekening en verantwoording over het door hem gevoerde beheer – en derhalve het recht van de (potentiële) begunstigde op rekening en verantwoording – is op grond van het thans geldende art. 3:137 lid 3 BWC van regelend recht, hetgeen betekent dat deze verplichting bij trustakte kan worden uitgesloten. Hierin schuilt het gevaar dat het feit dat de trustee niet behoeft te worden onderworpen aan controle over zijn beheer, tot gevolg kan hebben dat zijn trustrechtelijke schendingen onopgemerkt blijven.1 Een hiermee nauw samenhangend recht betreft bovendien het recht op inzage van de trustdocumenten. Ook dit recht heeft in het Curaçaose trustrecht een regelend karakter en kan aldus bij trustakte worden uitgesloten. Ter bescherming van deze rechten van de (potentiële) begunstigde dient de Curaçaose wetgever naar mijn mening te bepalen dat de wetsbepaling ter zake van de (jaarlijkse) aflegging van rekening en verantwoording en verlening van inzage in de trustdocumenten, van dwingend recht is. Derhalve zou bij trustakte hiervan niet kunnen worden afgeweken.
Ten slotte kent het huidige Curaçaose trustrecht het recht op informatie inzake het zijn van een (potentiële) begunstigde niet. Het is mijns inziens met betrekking hiertoe aanbevelenswaardig om wettelijk vast te leggen dat voor zover de trustakte niet anders bepaalt, iedere (potentiële) begunstigde over zijn rechten en bevoegdheden ten aanzien van de trust, door de trustee moet worden geïnformeerd. Bepaalt de trustakte evenwel dat de (potentiële) begunstigde door de trustee niet mag worden ingelicht over zijn positie, dan zou de benoeming van een protector naar mijn oordeel – zoals reeds is betoogd in paragraaf 4.3.2 – in dat geval wettelijk verplicht moeten worden gesteld zodat de protector de rechten, bevoegdheden en de daarmee corresponderende remedies van de niet in kennis gestelde (potentiële) begunstigde kan uitoefenen. De uitsluiting van het recht van informatie dient de overige rechten en bevoegdheden van de (potentiële) begunstigde onverlet te laten.