AB 2018/368
Asiel: Unierechtelijke eisen aan de omvang en intensiteit van de rechterlijke toetsing.
HvJ EU 25-07-2018, ECLI:EU:C:2018:584, m.nt. M. Reneman (Alheto)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
25 juli 2018
- Magistraten
K. Lenaerts, M. Ilešič, L. Bay Larsen, T. von Danwitz, A. Rosas, J. Malenovský, E. Levits, E. Juhász, A. Borg, F. Biltgen, K. Jürimäe, C. Lycourgos, M. Vilaras
- Zaaknummer
C-585/16
- Noot
M. Reneman
- Roepnaam
Alheto
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929665:1
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht / Algemeen
EU-recht / Rechtsbescherming
Staatsrecht / Rechtspraak
Bestuursprocesrecht / Beroep
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2018:584, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 25‑07‑2018
ECLI:EU:C:2018:327, Conclusie, Hof van Justitie van de Europese Unie (Advocaat-Generaal), 17‑05‑2018
- Wetingang
Art. 47 Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie; art. 46 lid 3 Richtlijn 2013/32/EU
Essentie
De rechter moet in het beroep tegen de asielbeslissing de elementen, feitelijk en rechtens, waarmee het bestuursorgaan dat deze beslissing heeft genomen rekening heeft gehouden of had kunnen houden, onderzoeken.
Samenvatting
Art. 46 lid 3 Richtlijn 2013/32, gelezen in samenhang met art. 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet aldus worden uitgelegd dat de rechterlijke instantie van een lidstaat waarbij in eerste aanleg een beroep tegen een beslissing inzake een verzoek om internationale bescherming is ingediend, verplicht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.