Hof 's-Hertogenbosch, 27-01-2015, nr. HD 200.142.169, 01
ECLI:NL:GHSHE:2015:222
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
27-01-2015
- Zaaknummer
HD 200.142.169_01
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Verbintenissenrecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:GHSHE:2015:222, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 27‑01‑2015; (Hoger beroep)
Tussenuitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2014:2998
ECLI:NL:GHSHE:2014:2998, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 26‑08‑2014; (Hoger beroep)
Einduitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2015:222
Uitspraak 27‑01‑2015
Inhoudsindicatie
Ontbinding wegens wanprestatie. Verzuim?
Partij(en)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
zaaknummer HD 200.142.169/01
arrest van 27 januari 2015
in de zaak van
[appellante],
h.o.d.n. "[handelsnaam]",
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna aan te duiden als “[appellante]”,
advocaat: mr. R.H.M. Wagemans te Maastricht,
tegen
[Glasprojecten] Glasprojecten B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als “[Glasprojecten] B.V.”,
advocaat: mr. N.P.J. Frijns te Maastricht,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 26 augustus 2014 in het hoger beroep van het door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, onder zaaknummer 2158021 CV EXPL 13-2589 gewezen vonnis van 27 november 2013.
Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- -
het tussenarrest van 26 augustus 2014;
- -
een formulier H3, ingekomen ter griffie op 23 september 2014, met bijgevoegde akte met twee producties ten behoeve van de comparitie van partijen;
- -
het proces-verbaal van comparitie van partijen van 24 november 2014.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
De verdere beoordeling
4.1.
Bij genoemd tussenarrest heeft het hof onder meer het beroep van [appellante] op vernietiging van de overeenkomst wegens bedrog verworpen. Voor zover [appellante] bij akte nog is ingegaan op overwegingen in het tussenarrest vindt het hof daarin geen aanleiding om op één van haar overwegingen of beslissingen terug te komen. een comparitie van partijen gelast. Deze heeft plaatsgevonden op 24 november 2014. Bij die gelegenheid heeft de [medewerker van glasprojecten] namens [Glasprojecten] B.V. onder meer het navolgende verklaard:
“Ik ben op donderdagavond gebeld dat de deur niet goed zou zijn. Er is toen een afspraak gemaakt om vrijdagochtend om half negen te komen kijken. Ik ben toen ook wezen kijken en de deur was toen nog niet op het stroomnet aangesloten. Ik heb toen wel aangegeven dat ik actie ging ondernemen om de klachten te herstellen en ik heb daarvoor contact gezocht met een bedrijf. Een half uur later kreeg ik een telefoontje van mr. Wagemans die mij verweet dat ik geen verstand van zaken had, dat ik tweedehands spullen had geleverd of mogelijk zelfs gestolen spullen. Ik heb er toen nog op gewezen dat wij eventuele gebreken zouden moeten herstellen, want dat is normaal.”
In aanvulling hierop heeft mr. Frijns erop gewezen dat in dit gesprek, dat vrijdagochtend om 09.45 uur plaatsvond, door mr. Wagemans aan de [medewerker van glasprojecten] ook de toegang tot het werk in het pand is ontzegd.
4.2.
De gang van zaken, zoals geschetst door de [medewerker van glasprojecten] en de advocaat van [Glasprojecten] B.V., is bij gelegenheid van de gehouden comparitie door mr. Wagemans niet weersproken. Door de raadsheer-commissaris gevraagd naar de gronden voor deze opstelling tegenover [Glasprojecten] B.V. heeft hij het navolgende opgemerkt:
“Het rapport van NIWA vermeldt een groot aantal gebreken en ik blijf erbij dat de installatie niet deugdelijk was. Omdat op grond van het typeplaatje van de automaat duidelijk was dat die uit 2011 stamde en wij informatie hadden gekregen dat met die automaat geen installatie kon worden geleverd die aan de overeenkomst voldeed, hebben wij de overeenkomst ontbonden en [medewerker van glasprojecten] niet meer toegelaten tot het werk. (…) Op deze automaat ontbrak de software die nodig was om de installatie deugdelijk te laten functioneren en die software kon daar ook niet op geïnstalleerd worden. De magneetsluiting ontbrak volledig en omdat de overige gebreken ook beginnersfouten waren, had cliënt er geen enkel vertrouwen meer in dat [medewerker van glasprojecten] de gebreken zou kunnen herstellen. Er waren inmiddels al boekingen binnen voor de kamers en daarom moest een oplossing snel gerealiseerd worden.”
4.3.
Vast staat dat de deur en de voor het functioneren daarvan noodzakelijke apparatuur op 14 februari 2013 in elk geval – los van mogelijke andere gebreken - niet deugdelijk was gemonteerd. Hiermee staat vast dat [Glasprojecten] B.V. op dat moment tekortgeschoten was in de nakoming van haar contractuele verplichtingen.
4.4.
Ter beoordeling in deze zaak staat de vraag of de door [appellante] ingeroepen ontbinding van de tussen partijen gesloten overeenkomst tot effect heeft gehad dat zij niet langer gehouden is de door [Glasprojecten] B.V. gezonden factuur te voldoen. Elke tekortkoming van een partij in de nakoming van haar verbintenissen geeft de wederpartij in beginsel de bevoegdheid de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, maar de bevoegdheid daartoe ontstaat pas wanneer de schuldenaar in verzuim is. Om de overeenkomst te kunnen ontbinden, diende derhalve te zijn voldaan aan de voorwaarde dat [Glasprojecten] B.V. in verzuim was geraakt.
4.5.1.
Het hof stelt vast dat een schriftelijke ingebrekestelling ontbreekt. Voor zover [appellante] al beoogt te betogen dat zij [Glasprojecten] B.V. alsnog de gelegenheid heeft gegeven tot herstel door via de [vertegenwoordiger van NIWA] contact te zoeken met het voorstel om tot vervanging van de geplaatste automaat over te gaan blijft ook gelden dat na de contacten tussen de [vertegenwoordiger van NIWA] en [Glasprojecten] B.V. [appellante] niet is overgegaan tot een ingebrekestelling van [Glasprojecten] B.V. Een mogelijk verzuim van [Glasprojecten] B.V. kan dus niet zijn ingetreden doordat zij geen acht heeft geslagen op een ingebrekestelling.
4.5.2.
Zijdens [appellante] is nog, met een beroep op artikel 7:759, lid 1 BW, betoogd dat in verband met de omstandigheden niet van haar kon worden verlangd dat zij [Glasprojecten] B.V. nog toeliet tot het uitvoeren van herstelwerkzaamheden. Het hof merkt op dat deze bepaling nog eens de hoofdregel bevestigt dat in geval van gebreken de tekortschietende partij de gelegenheid moet krijgen om de gebreken in de prestatie te herstellen. Wil [appellante] met succes een beroep doen op de uitzondering op deze regel, dan dient zij feiten en/of omstandigheden te stellen op grond waarvan een oordeel gerechtvaardigd is dat in alle redelijkheid van haar niet verlangd kan worden dat zij [Glasprojecten] B.V. toelaat om de geconstateerde gebreken te herstellen. Dergelijke omstandigheden kunnen zijn gelegen in een verregaande onbekwaamheid van de aannemer, in het bestaan van groot ongerief voor de opdrachtgever bij het uitvoeren van herstelwerkzaamheden, in de omstandigheid dat herstelwerkzaamheden niet binnen een redelijke termijn kunnen worden uitgevoerd of in verstoorde verhoudingen tussen partijen.
4.5.3.
Naar het oordeel van het hof blijken dergelijke omstandigheden niet uit hetgeen door [appellante] is aangevoerd. Uit het rapport van de firma NIWA blijkt weliswaar dat de geleverde deur niet conform de montagehandleiding is geïnstalleerd, maar dat levert op zich geen grond op om aan te nemen dat [Glasprojecten] B.V. verregaand onbekwaam is om een deur zoals deze was besteld te monteren. Ook de omstandigheid dat een automaat is geleverd die mogelijk niet meer aan de meest actuele specificaties voldeed levert geen grond op om te oordelen dat [Glasprojecten] B.V. verregaand onbekwaam is. Voor zover [appellante] nog heeft verwezen naar de gebrekkige aansluiting op het stroomnet stelt het hof vast dat die aansluiting niet behoorde tot het door [Glasprojecten] B.V. aangenomen werk. Van een disproportioneel grote mate van ongerief bij het uitvoeren van herstelwerkzaamheden is evenmin gebleken. Verwezen zij op dit punt naar hetgeen hiervoor in r.o. 4.4 is overwogen ten aanzien van de gestelde boekingen. Ook is niet gebleken dat herstel niet binnen een redelijke termijn heeft kunnen plaatsvinden. Het beroep op de uitzonderingsbepaling in artikel 7:759, lid 1 BW kan niet slagen.
Bovendien kan uit de brief van 4 maart 2013 van NIWA aan mr. Wagemans worden afgeleid dat diverse door [appellante] genoemde technische onvolkomenheden, waaronder het productiejaar van de schuifdeur, door NIWA – en dus door [appellante] – pas op 22 februari 2013 zijn geconstateerd. [appellante] heeft RVG B.V. echter al op 15 februari 2013 de deur gewezen, kort nadat [medewerker van glasprojecten] [appellante] had bezocht om klachten over de schuifdeur te bekijken, en [medewerker van glasprojecten] zich bereid tot herstel had getoond. [appellante] heeft RVG B.V. dus geen enkele mogelijkheid tot herstel geboden en is daarmee al op 15 februari 2013 in schuldeisersverzuim geraakt.
4.6.
Een verzuim van [Glasprojecten] B.V. kan ook niet zijn ingetreden op één van de gronden genoemd in artikel 6:83 BW. In het tussenarrest is al overwogen dat de in de offerte opgenomen levertijd niet als een termijn in de zin van artikel 83, aanhef en onder a BW kan worden beschouwd.
Evenmin is gebleken dat de [medewerker van glasprojecten] of enige andere medewerker van [Glasprojecten] B.V. zich zodanig tegenover [appellante] heeft uitgelaten dat [appellante] daaruit kon afleiden dat [Glasprojecten] B.V. haar verplichtingen niet wilde nakomen. In tegendeel: de [medewerker van glasprojecten] heeft bij zijn bezoek op vrijdagochtend juist aangekondigd dat hij maatregelen zou gaan treffen om de klacht te verhelpen. Door hem bij telefoonbericht van mr. Wagemans van vrijdagochtend de toegang tot het werk te ontzeggen, heeft [appellante] zelf het [Glasprojecten] B.V. onmogelijk gemaakt herstelwerk uit te voeren. Feiten of omstandigheden op grond waarvan [Glasprojecten] B.V. had moeten begrijpen dat de [vertegenwoordiger van NIWA] bevoegd was om namens [appellante] afspraken te maken met [Glasprojecten] B.V. zijn niet gesteld of gebleken, net zo min als feiten of omstandigheden op grond waarvan kan worden aangenomen dat [appellante] via de [vertegenwoordiger van NIWA] was teruggekomen op haar weigering om [Glasprojecten] B.V. nog tot het werk toe te laten zijn niet gebleken. De weigering van [Glasprojecten] B.V. tegenover de [vertegenwoordiger van NIWA] om in te gaan op diens voorstel tot omruilen van de automaat kan dan ook niet gelden als een uitlating tegenover [appellante] als bedoeld in artikel 6:83, aanhef en sub c BW, nog los van het feit dat [appellante] al op 15 februari 2013 in schuldeisersverzuim was geraakt.
4.7.
Nu moet worden geoordeeld dat [Glasprojecten] B.V. niet in verzuim is geraakt, staat daarmee vast dat niet is voldaan aan de voorwaarde voor het ontbinden van de tussen partijen bestaande overeenkomst. Deze is dus ongewijzigd in stand gebleven. Voor zover [appellante] bij gelegenheid van de gehouden comparitie nog heeft opgemerkt dat zij [Glasprojecten] B.V. heeft uitgenodigd om de geleverde zaken op te komen halen, hoefde [Glasprojecten] B.V. daar dus geen gevolg aan te geven. Omdat de overeenkomst in stand is gebleven, kan [Glasprojecten] B.V. aanspraak maken op nakoming van die overeenkomst door [appellante]. Redenen om aan te nemen dat [appellante] de overeengekomen som niet hoeft te voldoen bestaan niet.
4.8.
Het voorgaande voert dan tot de slotsom dat het verweer van [appellante] niet kan leiden tot afwijzing van de vorderingen van [Glasprojecten] B.V.. Voor zover [appellante] bij memorie van grieven nog bewijs heeft aangeboden, gaat de rechtbank daaraan voorbij. Hetgeen [appellante] met betrekking tot de feiten heeft aangeboden om te bewijzen is, gelet op het voorgaande, niet ter zake dienend, omdat het geen aanleiding kan geven om anders te beslissen dan hiervoor is overwogen. Hetgeen tussen partijen verder nog in geding is ten aanzien van de kwaliteit van het geleverde kan verder onbesproken blijven. Het hof zal dan ook het vonnis van de kantonrechter bekrachtigen. [appellante] heeft in hoger beroep als de in het ongelijk gestelde partij te gelden en zal om die reden worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
De uitspraak
Het hof:
bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt [appellante] in de proceskosten van het hoger beroep, welke kosten tot op heden aan de zijde van [Glasprojecten] B.V. worden begroot op € 704,-- wegens verschotten en € 1.264,= aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot-van Dijken, J.P. de Haan en R.J.M. Cremers en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 27 januari 2015.
griffier rolraadsheer
Uitspraak 26‑08‑2014
Inhoudsindicatie
Wanprestatie in aannemingsovereenkomst.
Partij(en)
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Afdeling civiel recht
Zaaknummer: HD 200.142.169/01
Uitspraak : 26 augustus 2014
arrest in de zaak van
[appellante],
h.o.d.n. “[handelsnaam]”,
wonende te [woonplaats],
appellante,
hierna aan te duiden als [appellante],
advocaat: mr. R.H.M. Wagemans te Maastricht,
tegen
[Glasprojecten] Glasprojecten B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats],
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als “[Glasprojecten] B.V.”,
advocaat: mr. N.P.J. Frijns te Maastricht,
op het bij exploot van dagvaarding van 13 februari 2014 ingeleide hoger beroep van het vonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 27 november 2013, gewezen tussen [appellante] als gedaagde en [Glasprojecten] B.V. als eiseres.
1. Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 2158021 CV EXPL /13-2589)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.
2. Het geding in hoger beroep
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 13 februari 2014, tevens memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord.
Partijen hebben arrest gevraagd. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.
3. De beoordeling
De feiten
3.1
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in het geding gebrachte producties, voor zover de inhoud daarvan niet is weersproken, staat tussen partijen het navolgende vast.
[Glasprojecten] B.V. is met [appellante] overeengekomen dat zij aan [appellante] ten behoeve van de door haar gevoerde onderneming (bemiddeling in ruimtes die dienst doen als “guesthouse”) een automatische hardglazen deur zou leveren en plaatsen conform offerte/opdrachtbevestiging d.d. 30 januari 2013. Deze offerte bevat na een omschrijving van de te leveren zaken en de bedongen aanneemsom de navolgende tekst:
“Werkzaamheden [Glasprojecten] Glasprojecten bv.
Inmeten en plaatsen van glas + benodigde profielen en adapters.
Niet in onze aanbieding opgenomen.
Halve cilinder!! Let op dat deze een gewone cilinder is.
Graag type cilinder aan ons doorgeven, vermelden.
Uitsparing sleutel schakelaar.
Elektrische aansluiting en programmeren van de schuifinstallatie + sensor moet door een erkende installateur geïnstalleerd en aangesloten worden.
[Glasprojecten] Glasprojecten zorgt voor de juiste documentatie, aansluitschema.
Wij zijn niet verantwoordelijk voor bouwkundige gebreken tijdens onze montage.
Levertijd: 2 a 3 weken onder voorbehoud
algemene voorwaarde: op verzoek kunnen wij deze toesturen.”
[Glasprojecten] B.V. heeft de bestelde materialen geleverd en het montagewerk uitbesteed aan een onderaannemer, Speedy Glas. Deze heeft in de ochtend van 14 februari 2013 de schuifwand geplaatst. Vervolgens is vastgesteld dat de schuifdeurrail verkeerd om gemonteerd was. [appellante] heeft daarover aan het eind van de dag op 14 februari 2013 bij [Glasprojecten] B.V. gereclameerd, waarop [Glasprojecten] B.V. op 15 februari 2013 om 09.00 uur het werk is komen bekijken. [Glasprojecten] B.V. heeft de constructiefout erkend en aangeboden om deze te herstellen. Aanvankelijk was [appellante] het daarmee eens, maar uiteindelijk heeft [appellante] [Glasprojecten] B.V. daartoe echter niet de gelegenheid geboden. Op 4 maart 2013 heeft de firma NIWA Elektrotechniek & Automatisering op verzoek van [appellante] een gebrekenrapportage aan [appellante] doen toekomen. Daarna heeft [appellante] op 6 maart 2013 een beroep gedaan op de vernietiging van de overeenkomst, althans de ontbinding daarvan.
3.2.1
[Glasprojecten] B.V. vordert in eerste aanleg wegens het leveren en plaatsen van een glazen schuifdeur betaling van een bedrag van € 5.142,50, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente en kosten als vermeld in de dagvaarding in eerste aanleg en uitvoerbaar bij voorraad.
[Glasprojecten] B.V. legt daaraan ten grondslag dat tussen partijen op basis van een daartoe op 30 januari 2013 gedane offerte is overeengekomen dat zij de onderdelen zou leveren en monteren – behoudens de elektrische aansluiting - van een automatische glazen schuifdeur voor een daarvoor door [appellante] aan [Glasprojecten] B.V. te betalen bedrag van € 4.250,= exclusief BTW. [Glasprojecten] B.V. heeft de onderdelen geleverd en gemonteerd, waarna is vastgesteld dat de elektrische aansluiting niet gemaakt kon worden, omdat onderdelen of een onderdeel van de schuifdeur verkeerd was/waren gemonteerd. Ondanks het herhaalde aanbod om dit te herstellen, heeft [appellante] [Glasprojecten] B.V. niet in de gelegenheid gesteld om de gesloten overeenkomst alsnog deugdelijk na te komen. Zij heeft een derde ingeschakeld om de geconstateerde gebreken te herstellen. De herstelwerkzaamheden zijn inmiddels uitgevoerd, waardoor het voor [Glasprojecten] B.V. niet meer mogelijk is alsnog haar verplichtingen na te komen.
[appellante] weigert de door [Glasprojecten] B.V. gezonden factuur voor het leveren en plaatsen van de deur, € 5.142,50 inclusief BTW te voldoen. [appellante] is hierdoor in verzuim geraakt. Omdat [appellante] in verzuim is geraakt, kan [Glasprojecten] B.V. niet in verzuim zijn geraakt en kan [appellante] ook geen aanspraak maken op een vergoeding van de herstelkosten of ontbinding van de overeenkomst, aldus [Glasprojecten] B.V..
3.2.2
Bij voormeld vonnis van 27 november 2013 heeft de kantonrechter te Maastricht de vorderingen van [Glasprojecten] B.V. in eerste aanleg toegewezen, nadat was vastgesteld dat [appellante] had verzuimd te antwoorden en het recht daartoe vervallen was verklaard. Blijkens de inhoud van de memorie van grieven beoogt [appellante] met het instellen van hoger beroep het verzuim in eerste aanleg te herstellen en alsnog verweer te voeren tegen de oorspronkelijke vorderingen.
Het geschil in hoger beroep
3.3.1
[appellante] heeft de vordering betwist op in de memorie van grieven nader aangevoerde gronden. Kennelijk voert zij als grief aan dat de kantonrechter de vordering van [Glasprojecten] B.V. ten onrechte heeft toegewezen. Zakelijk weergegeven komt het verweer van [appellante] er op neer dat niet zij, maar [Glasprojecten] B.V. in verzuim is geraakt wegens toerekenbaar tekortschieten in de nakoming van de gesloten overeenkomst, en dat zij uit hetgeen [Glasprojecten] B.V. op 15 februari 2013 ’s morgens meedeelde afleidde dat [Glasprojecten] B.V. tekort zou schieten in de nakoming van de verbintenis. Er was bovendien sprake van een fatale termijn. [appellante] heeft op 6 maart 2013 om die reden de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden en tevens vernietigd wegens bedrog. [Glasprojecten] B.V. kan volgens [appellante] geen beroep doen op de door haar gehanteerde algemene voorwaarden aangezien deze niet gelden tussen partijen, en subsidiair dat zij de betreffende bedingen vernietigt nu [Glasprojecten] B.V. haar geen redelijke mogelijkheid heeft geboden om kennis te nemen van de voorwaarden, het hier aansprakelijkheid voor de kern van haar prestatie betreft en de voorwaarden onredelijk bezwarend zijn. Voor zover [Glasprojecten] B.V. al heeft aangeboden om herstelwerkzaamheden te verrichten was op voorhand al duidelijk dat dat herstel niet deugdelijk zou zijn, omdat [Glasprojecten] B.V. niet alle bestaande gebreken als zodanig heeft erkend, meer in het bijzonder de ondeugdelijke inmeting van het glas met profielen en de onjuiste plaatsing van een bewegingssensor. Bovendien bleek een verouderde en incomplete schuifdeurautomaat uit 2011 zonder autostopmodule en zonder de juiste software, die voor een automaat uit 2011 niet beschikbaar was, te zijn geleverd. De leverancier van die automaat weigert de oude schuifautomaat gratis te vervangen, omdat [Glasprojecten] B.V. weigert de aankoopnota en de leveringspapieren over te leggen. Ten slotte heeft [appellante] na afronding van de werkzaamheden nog een achttal gebreken geconstateerd, te weten:
de beweginssensor was verkeerd geïnstalleerd, op een plaats waar personen passeren zonder de sensor te benaderen;
de aangegoten stekker van het snoer van de schuifdeurautomaat was van het snoer geknipt en het snoer was met een kroonsteen aangesloten op de aanwezige installatiedraden, zonder tussenkomst van een wandcontactdoos;
het deksel van de besturingsbehuizing ontbrak;
de twee eindkappen van de montagebalk ontbraken;
de elektromagnetische vergrendeling voor het vergrendelen van de schuifdeur in gesloten positie werkte niet en bleek later te ontbreken;
er waren geen afdekkappen aangebracht op de schuifdeurautomaat;
de sleutelschakelaar was niet deugdelijk bevestigd aan de wand;
de bekabeling was met een plakgootje gemonteerd.
3.3.2
[appellante] heeft tot slot opgemerkt dat zij, gelet op de uitvoerbaarheid bij voorraad van het bestreden vonnis, aan de veroordeling heeft voldaan door betaling op 4 december 2013 van een bedrag van € 6.214,11. Zij concludeert in hoger beroep tot vernietiging van het bestreden vonnis, vernietiging van de in het petitum genoemde bepalingen uit de algemene voorwaarden van [Glasprojecten] B.V. en veroordeling van [Glasprojecten] B.V. tot (terug)betaling van hetgeen zij naar aanleiding van het bestreden vonnis aan haar heeft voldaan, vermeerderd met de wettelijke handelsrente en kosten als vermeld in het petitum van de memorie van grieven.
3.4
[Glasprojecten] B.V. heeft in hoger beroep bij memorie van antwoord verweer gevoerd. Zo nodig zal het hof bij de inhoudelijke beoordeling van het geschil nader op het verweer zijdens [Glasprojecten] B.V. ingaan.
Het oordeel van het hof
3.5
Het meest verstrekkende verweer van [appellante] luidt dat zij de overeenkomst wegens bedrog heeft vernietigd. Wil dit verweer slagen, dan dient [appellante] te stellen dat [Glasprojecten] B.V. opzettelijk een onjuiste mededeling heeft gedaan met het oogmerk om haar te bewegen tot het aangaan van de overeenkomst. [appellante] heeft dit niet gesteld en uit hetgeen zij wel gesteld heeft valt dit niet af te leiden. De gesloten overeenkomst bevat geen nadere specificatie ten aanzien van het productiejaar van de door [Glasprojecten] B.V. te leveren schuifautomaat en evenmin is gebleken dat door of namens [Glasprojecten] B.V. aan [appellante] is voorgehouden dat [Glasprojecten] B.V. een dergelijk apparaat van een recent bouwjaar zou leveren terwijl [Glasprojecten] B.V. wist dat zij een exemplaar uit 2011 ging leveren. Het beroep op bedrog kan daarom niet slagen.
3.6
Vervolgens dient de vraag aan de orde te komen of de overeenkomst is ontbonden en, zo ja, door wie en op welke gronden. [appellante] heeft daartoe allereerst aangevoerd dat [Glasprojecten] B.V. in verzuim is geraakt, doordat zij niet tijdig, vóór 15 februari 2013, heeft gepresteerd. Voor zover dit standpunt berust op de stellingname dat in de overeenkomst tussen partijen een fatale termijn was opgenomen voor de levering, faalt dit verweer. Uit de tekst van de overeenkomst blijkt dat op 30 januari 2013 een levertijd van twee à drie weken is overeengekomen, welke termijn op 15 februari 2013 in elk geval nog niet was afgelopen en bovendien in de overeenkomst ook nog “onder voorbehoud” was opgenomen. Van het opnemen van een fatale termijn voor levering blijkt dus niet uit de overeenkomst.
3.7
Voor wat betreft het beroep op de ontbinding van de overeenkomst stelt het hof vast dat, wat er ook zij met betrekking tot de vraag wie van beide partijen nu op welk moment in verzuim is gekomen, in elk geval tot op heden niet is gebleken dat partijen uitvoering hebben gegeven aan ongedaanmakingsverplichtingen die door een ontbinding ontstaan. Meer in het bijzonder is tot op heden niet gebleken dat [appellante] de door [Glasprojecten] B.V. geconstrueerde schuifwand heeft ontmanteld en de geleverde materialen ter terugname aan [Glasprojecten] B.V. heeft aangeboden. Wat er ook zij met betrekking tot de verzuimkwestie: wanneer [appellante] de door [Glasprojecten] B.V. geleverde materialen heeft behouden en (door een derde) heeft laten verwerken in de schuifwand, dan komt het het hof vooralsnog voor dat [Glasprojecten] B.V. terecht aanspraak maakt op betaling, in elk geval voor de door haar geleverde en door [appellante] geaccepteerde materialen. Het komt het hof geraden voor om een comparitie van partijen te gelasten om met partijen in gesprek te gaan over de vraag of de geleverde materialen zijn behouden en verwerkt en, mocht dat zo zijn, of partijen dan in die omstandigheid geen aanleiding kunnen vinden om het geschil door middel van een regeling te beëindigen.
3.8
De comparitie zal tevens worden benut voor het verkrijgen van inlichtingen, meer in het bijzonder op de navolgende punten:
- -
[appellante] heeft aangevoerd dat zij de overeenkomst tussen partijen heeft ontbonden bij e-mail van 6 maart 2013. Het hof heeft deze e-mail niet bij de processtukken aangetrof-fen, maar acht het wel van belang om kennis te kunnen nemen van de inhoud daarvan.
- -
Nadere informatie dient verstrekt te worden omtrent de in de stukken vermelde “schuif-deurautomaat”, meer in het bijzonder ten aanzien van de vraag welk van de in de offerte gespecificeerde, door [Glasprojecten] B.V. te leveren zaken nu precies wordt bedoeld met “de schuifdeurautomaat”, wat [appellante] bedoelt met de “autostopmodule”, op grond van welke regelgeving een dergelijke module verplicht is en, als dat al zo is, waarom de software voor de bedoelde schuifdeurautomaat dan niet van een update voorzien kan worden, waardoor hij aan de gebruiksvereisten voldoet.
- -
Het hof wil met partijen van gedachten wisselen over hun standpunten ten aanzien van de door [appellante] genoemde gebreken (zie r.o. 3.3.1).
- -
Waaruit bestonden – in het kader van het beroep van [appellante] op het bepaalde in artikel 7:759 BW - volgens [appellante] de bijzondere omstandigheden die er aan in de weg stonden dat [Glasprojecten] B.V. de gelegenheid werd geboden om herstelwerkzaamheden uit te voeren?
- -
Welke werkzaamheden zijn uiteindelijk nodig geweest om tot een goed functionerende schuifwand te komen, hoeveel tijd is daarmee gemoeid geweest en welke kosten zijn daarvoor in rekening gebracht?
- -
Wat is bij het aangaan van de overeenkomst besproken ten aanzien van de toepasselijkheid van Algemene Voorwaarden?
3.9
Het voorgaande voert dan tot de navolgende beslissing. Met het oog op de te verstrekken informatie is het wenselijk dat partijen zich laten vergezellen door personen die nadere informatie kunnen verstrekken, waarbij het hof aan de zijde van [Glasprojecten] denkt aan een vertegenwoordiger van Speedy Glas en aan de zijde van [appellante] aan de heer [vertegenwoordiger NIWA] van NIWA Elektrotechniek & Automatisering, dan wel een andere medewerker van dat bedrijf die betrokken is geweest bij het opstellen van de rapportage d.d. 4 maart 2013. Elke verdere beoordeling en beslissing wordt aangehouden.
4. De uitspraak
Het hof:
bepaalt dat partijen – [appellante] in persoon en [Glasprojecten] B.V. deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is – vergezeld van hun advocaten en, zo mogelijk van de in r.o. 3.10 genoemde personen, zullen verschijnen voor mr. R.J.M. Cremers als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum, met de hiervoor onder r.o. 3.8 en 3.9 vermelde doeleinden;
verwijst de zaak naar de rol van 9 september 2014 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;
bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van de comparitie zal vaststellen;
verzoekt partijen kopieën van de hiervoor onder 3.9 bedoelde informatie uiterlijk twee weken voor de comparitie te doen toekomen aan de wederpartij en aan de raadsheer-commissaris;
houdt elke verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. P.M.A. de Groot, J.P. de Haan en R.J.M. Cremers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 26 augustus 2014.