Klachtdelicten
Einde inhoudsopgave
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/1.3.3:1.3.3 De afbakening van het onderzoek
Klachtdelicten (SteR nr. 65) 2024/1.3.3
1.3.3 De afbakening van het onderzoek
Documentgegevens:
J.L.F. Groenhuijsen, datum 13-02-2024
- Datum
13-02-2024
- Auteur
J.L.F. Groenhuijsen
- JCDI
JCDI:ADS946198:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
De keuze voor die landen is niet louter gebaseerd op geografische nabijheid en is nader toegelicht in paragrafen 3.1. en 3.2.4. van hoofdstuk 5.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De hiervoor omschreven vormgeving van het onderzoek voorziet in een beantwoording van de hoofd- en deelvragen die centraal staan in dit onderzoek. Dit plan van aanpak leidt echter ook tot diverse beperkingen die dienen te worden benoemd.
Zo omvat het onderzoek geen empirische onderzoekscomponent. Het onderzoek is gestoeld op de in paragraaf 3.1 vermelde bronnen en kent daarmee een positiefrechtelijke invalshoek. Het onderwerp wordt niet victimologisch en interdisciplinair benaderd. Er zijn bijvoorbeeld geen interviews afgenomen met klachtgerechtigden over hun ervaringen met de toepassing van het klachtvereiste. Dit vergt een op zichzelf staand omvangrijk onderzoek dat buiten het bereik van dit proefschrift valt. Daarbij wordt volledigheidshalve opgemerkt dat het lastig zal zijn om een evenwichtig beeld te krijgen van de ervaringen met de toepassing van het klachtvereiste. Uit de aard der zaak zijn de klachtgerechtigden die bewust niet klagen over een delict dat hun is aangedaan immers veelal niet bekend bij politie en justitie. Zij stellen geen prijs op vervolging en zij willen voorkomen dat ruchtbaarheid wordt gegeven aan het onderliggende feitencomplex. Deze groep personen maakt gebruik van het recht om hetgeen hun is aangedaan te laten rusten en zij zijn daardoor lastig vindbaar. Het is dan ook van belang dat bij eventueel nader onderzoek naar de ervaringen van klachtgerechtigden met het klachtvereiste oog bestaat voor deze mogelijke beperking van het onderzoek. In die zin dat empirisch onderzoek naar de ervaringen met de toepassing van het klachtvereiste in het strafproces slechts één zijde van de medaille belicht indien uitsluitend ervaringen worden ingewonnen van klachtgerechtigden die wel een klacht hebben ingediend.
Het onderzoek kent daarnaast slechts een beperkte rechtsvergelijkende component in hoofdstuk 5. Dat hoofdstuk bevat onder meer het onderzoek naar de legitimiteit van de beperkingen die het klachtvereiste met zich brengt voor de bevoegdheid van het openbaar ministerie om strafbare feiten te vervolgen. Met het oog op de waardering van die beperkingen wordt ook op hoofdlijnen bezien welke invloed een slachtoffer kan hebben op de vervolging(sbeslissing) in de nabijgelegen landen Frankrijk, België en Duitsland.1 De rechtsvergelijking blijft daartoe beperkt. De voornaamste reden voor die beperking is erin gelegen dat rechtsvergelijkend onderzoek slechts een beperkte bijdrage levert aan de beantwoording van de vragen die centraal staan in dit onderzoek. De hoofd- en deelvragen richten zich immers specifiek op de grondslag, functie en plaats van klachtdelicten in het Nederlandse strafrechtelijke bestel. Het onderzoek is daarmee primair gericht op het verkrijgen van een compleet beeld van alle facetten van de Nederlandse figuur van het klachtdelict.
Tot slot is van belang dat het onderzoek is afgerond in juni 2023. Ontwikkelingen die zich nadien hebben voorgedaan en informatie die ter beschikking kwam op een later moment is slechts incidenteel verwerkt.