Einde inhoudsopgave
Circulaire wijzigingen in de bouwregelgeving per 15 augustus 2002 en 1 januari 2003
Tekst
Geldend
Geldend vanaf 15-07-2002
- Bronpublicatie:
15-07-2002, Internet 2002, www.vrom.nl (uitgifte: 15-07-2002, regelingnummer: MG2002-19)
- Inwerkingtreding
15-07-2002
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
15-07-2002, Internet 2002, www.vrom.nl (uitgifte: 15-07-2002, regelingnummer: MG2002-19)
- Vakgebied(en)
Bouwrecht / Bijzondere onderwerpen
Geacht bestuur/college,
1. Inleiding
Op 1 januari 2003 zullen een aantal wijzigingen in de bouwregelgeving in werking treden. De inwerkingtreding van deze wijzigingen was eerder aangekondigd voor 1 juli aanstaande. Dit uitstel heeft te maken met het feit dat de Raad van State zijn adviezen over enkele onderdelen van het wijzigingspakket niet voor eind mei had kunnen uitbrengen. Om gemeenten en de bouwpraktijk de nodige voorbereidingstijd te geven is besloten tot uitstel van het gehele wijzigingspakket, dus ook van het Bouwbesluit. Daarbij is gekozen voor de datum 1 januari 2003 omdat op die datum al een aantal wijzigingen van de bouwregelgeving in werking treden. Om tegemoet te komen aan de dringende behoefte van de aanbieders van mobiele telefonie is evenwel besloten om een onderdeel van de categorie vergunningsvrije bouwwerken eerder in werking te laten treden. Het betreft hier de antennes voor mobiele telecommunicatie, waarvan een vervroegde inwerkingtreding is voorzien op 15 augustus 2002. Tegelijkertijd zullen op verzoek van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ook de C-2000 antenne opstelpunten vervroegd bouwvergunningsvrij worden.
Met deze MG-circulaire wil ik u informeren over de nieuwe regelgeving en over de taken die hieruit voortvloeien voor gemeenten. Verder zal in deze brief worden ingegaan op het overgangsrecht van de nieuwe regelgeving, de bekendmaking van de geactualiseerde lijst van erkende kwaliteitsverklaringen, de voorlichtingsactiviteiten rond de nieuwe wetgeving en de helpdesk voor de nieuwe bouwregelgeving.
2. Wanneer treedt wat in werking
De volgende onderdelen zullen per 1 januari 2003 in werking treden:
- —
De Wijziging van de Woningwet inzake bouwvergunningsprocedure en welstandstoezicht (Staatsblad 2001, nr. 518)1.;
- —
Het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-vergunningplichtige bouwwerken (in concept opgenomen in bijlage 1 van Kamerstukken I 2001/2002, 26 734, nr. 31d);
- —
- —
Een toevoeging op het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-vergunningplichtige bouwwerken inzake de plicht om in de gemeentelijke welstandsnota objectgerichte ‘loketcriteria’ op te nemen ten behoeve van de welstandsbeoordeling van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, kozijn en gevelwijzigingen, dakkapellen en terrein- en erfafscheidingen;
- —
Het Bouwbesluit 2002 (Staatsblad 2001, nr. 410, op onderdelen nog te wijzigen bij een binnenkort in het Staatsblad te publiceren wijzigingsbesluit) inclusief de bepalingen inzake plafondhoogten, deurhoogten (vrije doorgang) en de stijlheid (beloopbaarheid) van trappen.
Op 15 augustus 2002 zal, vooruitlopend op het pakket wijzigingen van 1 januari 2003, zal het onderdeel[lees: het onderdeel] uit het Besluit bouwvergunningsvrije en licht-vergunningplichtige bouwwerken in werking treden dat voorziet in het bouwvergunningsvrij maken van de antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie en de C-2000 antenne-opstelpunten.
3. Toelichting op de nieuwe regelgeving
In deze paragraaf wordt een beknopte toelichting gegeven op de inhoud van de genoemde nieuwe regelgeving, waarbij expliciet wordt ingegaan op de taken die hieruit voortvloeien voor gemeenten. Daarbij kan worden opgemerkt dat de wijzigingen die per 15 augustus 2002 respectievelijk 1 januari 2003 in werking treden, deel uitmaken van een eerste pakket van wijzigingen in de bouwregelgeving. Een tweede pakket wijzigingen, waarvan de inwerkingtreding is beoogd in 2004, is thans in voorbereiding en heeft betrekking op de verbetering van de handhaving van de bouwregelgeving. Een derde pakket wijzigingen behelst een integrale herziening van de bouwregelgeving waarbij onder meer de huidige bouwparagraaf van de Woningwet in een Bouwwet wordt ondergebracht. Voor nadere informatie hieromtrent verwijs ik naar de brief Bouwregelgeving 2002–2006 (Kamerstukken II 2001/2002, 28 325, nr. 1) waarmee het kabinet de Tweede Kamer over de toekomst van de bouwregelgeving heeft geïnformeerd.
3.1. Wijziging Woningwet
Zoals al aangegeven zal op 1 januari 2003 de wijziging van de Woningwet (inzake bouwvergunningsprocedure en welstandstoezicht) inwerkingtreden (‘pakket I’). Deze wijziging van de Woningwet vormt een neerslag van het in het regeerakkoord van het tweede paarse kabinet neergelegde streven om te komen tot een verdere vereenvoudiging en vermindering van de bouwregelgeving.
De belangrijkste wijzigingen in de Woningwet staan hieronder op een rij.
Vergunningsprocedure
- •
Om tot een vereenvoudiging van de vergunningsprocedures te komen wordt een nieuwe categorisering van bouwwerken geïntroduceerd, waarbij een onderverdeling wordt gemaakt in bouwvergunningsvrije en bouwvergunningplichtige bouwwerken. Ten opzichte van de huidige Woningwet zal daarbij de categorie vergunningsvrije bouwwerken worden verruimd. Voor de vergunningplichtige bouwwerken wordt een onderscheid gemaakt in een lichte bouwvergunningprocedure en een reguliere bouwvergunningprocedure. De categorie meldingsplichtige bouwwerken wordt uit de Woningwet geschrapt.
- •
In onderstaande tabel zijn de verschillen tussen de reguliere en de lichte bouwvergunningprocedure op een rij gezet.
Reguliere procedure
Lichte procedure
Beslistermijn 12 weken, eenmalig met 6 weken te verdagen
Beslistermijn 6 weken, niet te verdagen
Preventieve toets aan:
- •
bestemmingsplan
- •
welstand
- •
bouwverordening
- •
- •
monumentenvergunningsvereiste
Preventieve toets aan:
- •
bestemmingsplan
- •
welstand
- •
bouwverordening-stedenbouwkundige voorschriften
- •
Bouwbesluit-constructieve voorschriften
- •
monumentenvergunningsvereiste
Welstandsadvisering verplicht
Welstandsadvisering facultatief
Gefaseerde vergunningverlening
- •
De aanvraag voor een gefaseerde vergunning kan gefaseerd worden verleend. In fase 1 wordt een beschikking gegeven over de ruimtelijke en welstandaspecten van het bouwplan en in fase 2 volgt een beschikking over de bouwtechnische aspecten. Het nut van deze gefaseerde vergunningverlening is dat in de eerste fase op basis van minimale gegevens (gevelaanzichten en plattegronden) een appellabel besluit kan worden verkregen omtrent de uitleg van het bestemmingsplan en de welstandsbeoordeling. Als onherroepelijk vaststaat dat er op dit punt geen belemmering bestaat voor de bouw kan geïnvesteerd worden in de nadere bouwtechnische uitwerking van het bouwplan, hetgeen in fase 2 leidt tot een appellabel besluit. Fase 1 is dus een geformaliseerde variant van het zogenoemde vooroverleg (de ‘principe-uitspraak’).
- •
De beslistermijnen voor de gefaseerde bouwvergunning bedragen voor elke fase zes weken. Zowel bij de eerste fase als de tweede fase kan de beslistermijn met zes weken worden verdaagd.
Welstand
- •
De gemeenteraad is verplicht een welstandsnota op te stellen die het uitgangspunt is bij de welstandsbeoordeling van ingediende bouwplannen. Volgens een overgangsbepaling moeten gemeenten binnen 18 maanden na de inwerkingtreding van de gewijzigde Woningwet hun welstandsnota hebben vastgesteld. Indien geen welstandsnota wordt gemaakt is het na het verlopen van de overgangstermijn niet langer mogelijk om bouwplannen en bestaande bouwwerken te beoordelen op redelijke eisen van welstand.
- •
In de welstandsnota moet voor een aantal bouwwerken die licht-vergunningplichtig zijn ‘loketcriteria’ worden opgenomen. Deze criteria beschrijven de welstand uitputtend en hebben uitsluitend betrekking op de plaatsing, de vorm, de maatvoering, het materiaalgebruik en de kleur. Dat betekent dat de criteria zodanig zijn geformuleerd dat de aanvrager tevoren weet hoe te bouwen om aan de welstandseisen te voldoen. Deze criteria maken het voorts mogelijk om aan het loket de bouwvergunning te verlenen (de zogenoemde ‘klaar-terwijl-u-wacht vergunning’).
- •
Loketcriteria moeten in ieder geval worden opgesteld voor de volgende bouwwerken:
- —
bij een woning of woongebouw op de grond staande aan- of uitbouwen van ten hoogste één bouwlaag, met een maximale hoogte van 5 m;
- —
bij een woning of woongebouw op de grond staande bijgebouwen en overkappingen bestaande uit één bouwlaag, met een maximale hoogte van 5 m en een bruto vloeroppervlakte van maximaal 50 m2;
- —
het veranderen van een kozijn, kozijninvulling, luik of gevelpaneel van een woning of woongebouw of een bij een woning of woongebouw behorend bijgebouw;
- —
dakkapellen op een gebouw (zowel op woningen als niet-woningen);
- —
erf- en perceelsafscheidingen.
- •
In de bouwverordening zal de gemeenteraad voorschriften moeten opnemen omtrent de samenstelling, inrichting en de werkwijze van de welstandscommissie of, indien een stadsbouwmeester wordt aangesteld, over de rol en de functie van de stadsbouwmeester.
- •
Vergaderingen van de welstandscommissie zijn openbaar.
- •
Eenmaal per jaar leggen zowel burgemeester en wethouders als de welstandscommissie of de stadsbouwmeester aan de gemeenteraad een verslag voor over de verrichte werkzaamheden op het terrein van het welstandstoezicht en de wijze waarop zij toepassing hebben gegeven aan de welstandsnota.
Landelijk uniforme indieningsvereisten
- •
De gewijzigde Woningwet schrijft landelijk uniforme indieningsvereisten voor bij zowel de lichte als de reguliere vergunningsprocedure. Daarmee staat wettelijk vast welke gegevens en stukken een gemeente maximaal mag vragen bij een bouwvergunningsaanvraag;
- •
Van het gebruik van een landelijk uniform door de minister van VROM vastgesteld aanvraagformulier voor bouwvergunningen mag niet worden afgeweken.
Er wordt overigens nog een integrale tekst van de Woningwet, zoals die per 1 januari 2003 komt te luiden, gepubliceerd in het Staatsblad.
3.2. Besluit bouwvergunningsvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken
Gelijktijdig met de wijziging van de Woningwet zal het Besluit bouwvergunningsvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken in werking treden. In dit besluit worden de bouwwerken aangewezen waarvoor ingevolge artikel 43 van de gewijzigde Woningwet geen bouwvergunning nodig is. In het besluit worden tevens de bouwwerken aangewezen die niet een reguliere maar een lichte bouwvergunning behoeven. Daarbij wordt aangegeven voor welke type[lees: welk type] bouwwerken er eerder genoemde ‘loketcriteria’ gegeven moeten worden voor de welstandsbeoordeling.
Tevens wordt met het besluit voorzien in een wijziging van artikel 20 van het Besluit op de Ruimtelijke Ordening 1985, waardoor antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie tot een hoogte van 40 meter binnen de bebouwde kom onder de vrijstellingsbevoegdheid van artikel 19, derde lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening komen te vallen.
Vervroegde inwerkingtreding antenne-installaties mobiele telecommunicatie en C-2000
Inmiddels heeft de Ministerraad ingestemd met de definitieve tekst van het besluit en is het de verwachting dat deze rond 1 augustus zal worden gepubliceerd in het Staatsblad. Daarbij is besloten om het onderdeel inzake het bouwvergunningsvrij maken van antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie en de antenne-opstelpunten voor C-2000 vervroegd in werking te laten treden op 15 augustus 2002. Dit onderdeel hangt samen met een convenant dat is gesloten tussen de ministeries van VROM en Verkeer en Waterstaat, de VNG en de aanbieders van mobiele telefonie. In dit convenant zijn ondermeer afspraken gemaakt over het door de aanbieders van mobiele telefonie aan gemeenten overleggen van plaatsingsplannen waarin de locaties van te bouwen antenne-installaties worden aangeven[lees: aangegeven]. Over de inhoud van het convenant en de bevoegdheden die hieruit voor gemeenten voortvloeien wordt u separaat nader geïnformeerd door het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het Nationaal Antennebureau zal de implementatie van het Nationaal Antennebeleid begeleiden. Bij dit bureau kunt u terecht voor specifieke vragen die betrekking hebben op de plaatsing van antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie.
De vervroegde inwerkingtreding wordt gerealiseerd door artikel I, onderdelen B en N (het nieuwe artikel 4 en artikel 43 van de Woningwet), artikel III (het nieuwe artikel 20 van de Wet op de Ruimtelijke ordening) en artikel VII, eerste, derde, vierde en vijfde lid (het overgangsrecht), van de wet van 18 oktober 2001 tot wijziging van de Woningwet (Stb. 2001, 518) op 15 augustus aanstaande in werking te laten treden. Van het Besluit bouwvergunningsvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken (nog te plaatsen in het Staatsblad rond 1 augustus aanstaande) zullen op 15 augustus aanstaande de navolgende artikelen in werking treden: artikel 1 (begripsomschrijvingen), artikel 3, eerste lid, onderdeel e (de bouwvergunningsvrije antenne-installaties voor mobiele telefonie), artikel 3, derde lid, onderdeel c (de antenne-opstelpunten voor C-2000), artikel 8 (opsomming van de huidige categorie vergunningsvrije bouwwerken zoals opgenomen in artikel 43, eerste lid, van de thans geldende Woningwet), artikel 9 (overgangsbepaling), artikel 13 (inwerkingtredingsbepaling) en artikel 14 (citeertitel).
De uitwerking van het bovenstaande leidt er toe dat de bouwwerken die thans ingevolge artikel 43 van de Woningwet bouwvergunningsvrij zijn, dat ook zullen blijven tot 1 januari 2003. Per 15 augustus worden daar de vergunningsvrije antenne-installaties voor mobiele telecomunicatie[lees: telecommunicatie] en de C-2000 antenne-opstelpunten aan toegevoegd.
Een relevant verschil met het huidige regime heeft echter betrekking op de naleving van het Bouwbesluit bij de vergunningsvrije bouwwerken. Thans dient in dit kader handhaving te worden gebaseerd op artikel 40 van de Woningwet. Onder het regime per 15 augustus zal een handhavend optreden ter naleving van het Bouwbesluit bij bouwvergunningsvrije bouwwerken gebaseerd moeten worden op artikel 4 van de Woningwet. In dit artikel wordt namelijk centraal in de Woningwet bepaald dat al het bouwen moet voldoen aan het Bouwbesluit.
3.3. Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning
Op 1 januari 2003 zal eveneens het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning in werking treden. Dit besluit regelt de wijze van inrichting en indiening van een aanvraag om bouwvergunning. Dit dient nu nog in de gemeentelijke bouwverordening te zijn geregeld. Bij de opstelling van het besluit, dat in nauw overleg met de VNG en de Vereniging Stadswerk heeft plaatsgevonden, is de regeling uit de Model-bouwverordening van de VNG als uitgangspunt genomen. De regeling in het nieuwe besluit gaat er van uit dat de aanvrager van een bouwvergunning slechts die gegevens hoeft te overleggen die nodig zijn om aannemelijk te maken dat het bouwplan voldoet aan de regelgeving (Bouwbesluit, bestemmingsplan e.a.). Het besluit schrijft in dit verband het gebruik van een landelijk uniform door de minister van VROM vastgesteld aanvraagformulier voor. Van dit aanvraagformulier mag niet worden afgeweken. Het formulier zal opgenomen worden in een ministeriële regeling. Het besluit zal rond 1 augustus aanstaande gepubliceerd worden in het Staatsblad. De ministeriële regeling zal rond deze datum worden gepubliceerd in de Staatscourant. Het aanvraagformulier zal tevens naar de gemeenten worden toegestuurd (in digitale vorm op cd-rom) en zal ook via www.vrom.nl/bouwregelgeving voor een ieder toegankelijk zijn.
3.4. Bouwbesluit 2003
De tekst van het nieuwe Bouwbesluit (het ‘ Bouwbesluit 2003’) is geplaatst in Staatsblad 2001, nr. 410 (ook in te zien via www.overheid.nl). Na deze publicatie zijn vanuit de bouwpraktijk diverse commentaren en vragen ontvangen. Mede op basis van deze praktijkinbreng is besloten om nog voor de inwerkingtreding van het Bouwbesluit 2003 aanpassingen aan te brengen. Deze aanpassingen zijn gepubliceerd in Staatsblad 2002, nr. 203. De aanpassingen moeten worden beschouwd als een kwalitatieve verbeterslag, waarmee onbedoelde effecten en inhoudelijke inconsistenties als gevolg van de eerdere introductie van de prestatie-eisen voor de utiliteitsbouw (zoals gepubliceerd in het Staatsblad 1998, nr. 618) worden weggenomen en de voorschriften weer in lijn worden gebracht met het vigerende Bouwbesluit. Deze besluiten treden op 1 januari 2003 in werking.
Naast de wijziging van het Bouwbesluit zijn ook de huidige ministeriële regelingen in elkaar geschoven tot één regeling. Het concept van deze regeling ligt thans ter notificatie in Brussel en zal naar verwachting deze zomer worden gepubliceerd in de Staatscourant.
4. Overgangsrecht
Specifieke aandacht verdient nog het overgangsrecht van de verschillende wetgeving. Zowel voor het Bouwbesluit als de Woningwet geldt dat aanvragen om bouwvergunning en meldingen die worden ingediend voor de inwerkingtreding (1 januari 2003) worden afgehandeld conform het oude recht. Dat zelfde geldt voor de indieningsvereisten die van toepassing zijn op bouwaanvragen. Het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning heeft dus betrekking op de aanvragen om bouwvergunning die met ingang van 1 januari 2003 door gemeenten worden ontvangen. Het oude recht blijft ook van toepassing op aanschrijvingen die zijn gedaan op grond van artikel 19 van de Woningwet of het in verband met zo'n aanschrijving bekend gemaakt besluit tot toepassing van bestuursdwang, bedoeld in artikel 26 van de Woningwet.
Een uitzondering op het bovenstaande geldt voor de aanvragen om bouwvergunning en meldingen van bouwvoornemens die per 15 augustus 2002 (antenne-installaties voor mobiele telefonie en C-2000 antenne-opstelpunten) respectievelijk 1 januari 2003 vergunningsvrij zullen worden. Indien deze aanvragen en meldingen op 15 augustus 2002 respectievelijk 1 januari 2003 nog in behandeling zijn, is het nieuwe recht van toepassing. Dat betekent dat deze aanvragen en meldingen geretourneerd moeten worden aan de aanvrager respectievelijk de melder, met de mededeling dat er voor het desbetreffende bouwvoornemen geen vergunning of melding nodig is omdat sprake is van een bouwvergunningsvrije activiteit.
De bouwvoornemens die per 15 augustus 2002 respectievelijk 1 januari 2003 vergunningsvrij zullen worden, maar waarvoor op 15 augustus 2002 respectievelijk 1 januari 2003 reeds een bouwvergunning of een akkoordverklaring is afgegeven, mogen in afwijking van die vergunning of melding worden gebouwd, mits wordt voldaan aan de eisen die bij of krachtens het nieuwe artikel 43 zijn gesteld (het gaat hier met name om de eisen die zijn gesteld in het Besluit bouwvergunningsvrije en licht bouwvergunningplichtige bouwwerken en het Bouwbesluit).
Het verbod uit artikel 40 van de Woningwet blijft buiten toepassing op het bouwen van bouwwerken die thans nog vergunningvrij zijn maar na 1 januari 2003 bouwvergunningplichtig worden, mits met de bouwwerkzaamheden voor 1 januari 2003 is aangevangen. Vergunningsvrije bouwwerken die onder het nieuwe regime niet meer vergunningvrij zijn mogen dus worden afgebouwd als met de bouw van deze bouwwerken maar voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet is begonnen.
Welstand
Ten aanzien van de welstandsbeoordeling van bouwwerken geldt dat deze gedurende een periode van 18 maanden na inwerkingtreding van de nieuwe Woningwet nog niet behoeft te worden gebaseerd op de welstandsnota. Zodra de welstandsnota echter in werking is getreden dient de welstandsadvisering en -beoordeling echter te worden gebaseerd op de criteria die zijn opgenomen in de welstandsnota. Indien na het verstrijken van de overgangsperiode van 18 maanden geen welstandsnota in werking is getreden kunnen bouwplannen niet meer worden beoordeeld op redelijke eisen van welstand. Hetzelfde geldt voor bestaande bouwwerken. Bij het ontbreken van een welstandsnota kan na de overgangsperiode ook geen toepassing meer gegeven worden aan het instrument van het repressieve welstandstoezicht zoals opgenomen in artikel 19 van de Woningwet. Eerst nadat alsnog een welstandsnota is vastgesteld kan er weer welstandstoezicht plaatsvinden.
De zittingsduur voor leden van een welstandscommissie is in de nieuwe Woningwet bepaald op maximaal drie jaar, welke periode eenmalig met maximaal drie jaar kan worden verlengd. Voor zittende leden (en voorzitters) van welstandscommissies vangt deze periode van drie jaar aan op het tijdstip van de inwerkingtreding van de wet. Het overgangsrecht bepaalt op dit punt dat het lidmaatschap van leden (en voorzitters) van een welstandscommissie die op het moment van inwerkingtreding van de nieuwe wet reeds meer dan drie jaren lid zijn van de desbetreffende commissie, drie jaar na dat tijdstip (van inwerkingtreding) automatisch komt te vervallen. Het lidmaatschap van deze leden (en voorzitters) kan dus niet worden verlengd. Wel is het toegestaan dat deze leden in een andere gemeente worden benoemd.
5. Voorlichting
Over het Bouwbesluit 2003 heeft reeds uitgebreide voorlichting plaatsgevonden. In dit verband is door het ministerie van VROM een aantal brochures en een praktijkhandboek beschikbaar gesteld welke besteld kunnen worden bij het ministerie, telefoon: 0900-8052 (voor het praktijkboek is € 15,50 verschuldigd). De brochures zijn ook beschikbaar op www.vrom.nl/bouwregelgeving. In juli zal overigens nog een brochure aan gemeenten worden toegezonden met betrekking tot de brandveiligheidsaspecten.
Rond de wijzigingen van de Woningwet en de nieuwe AMvB's zal worden voorzien in de volgende voorlichtingsmiddelen:
- •
één informatiebrochure voor beroepspraktijk en één voor burgers;
- •
een tiental specifieke informatiebladen over veelvoorkomende bouwwerken (dakramen, dakkapellen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen, (schotel)antennes, zonnecollectoren en zonnepanelen, erf- en perceelafscheidingen, kozijn- en gevelwijzigingen);
- •
een internetdossier op de VROM-site waarop alle informatie en VROM-publicaties over de wijziging van de Woningwet te vinden zullen zijn en waarop via een keuzeprogramma eenvoudig kan worden vastgesteld of en zo ja, welke bouwvergunning vereist is;
- •
een praktijkboek Woningwet, een praktische handleiding bij de nieuwe en gewijzigde procedures;
- •
een CD-rom met de integrale teksten van de Woningwet en bijbehorende AMvB's, het praktijkboek, het aanvraagformulier, de digitale versie van de brochures en factsheets en de stroomschema's (een applicatie aan de hand waarvan snel en eenvoudig kan worden vastgesteld of en zo ja, welke bouwvergunning vereist is).
Deze middelen zullen naar verwachting in september gereed zijn.
Voor de brochures, informatiebladen en het praktijkboek geldt dat VROM in eerste instantie zal voorzien in een gratis werkvoorraad. Met de digitale versies op de CD-rom kunnen gemeenten ook zelf voorlichtingsbrochures ontwikkelen. De brochures zijn tegen kosten ook na te bestellen bij VROM.
Net zoals het praktijkboek voor het Bouwbesluit 2002 zal ook het praktijkboek Woningwet aan diverse opleidingsinstituten worden aangeboden om hen in staat te stellen bestaande cursussen aan te passen en nieuwe cursussen op te starten. VROM zal zelf geen cursussen verzorgen.
Op het gebied van welstand worden diverse voorlichtingsactiviteiten georganiseerd door het projectbureau Welstand op een nieuwe leest. Dit bureau ontwikkelt ook een databank met voorbeelden van welstandsbeleid. Meer informatie over de activiteiten van het projectbureau is te vinden op www.welstand.org.
6. Erkende Kwaliteitsverklaringen
De toepassing van een erkende kwaliteitsverklaring moet bij de toetsing van de aanvraag om bouwvergunning door gemeenten worden aanvaard als voldoende bewijs dat is voldaan aan de voorschriften van het Bouwbesluit, waar de verklaring betrekking op heeft. De toetsing aan het Bouwbesluit op dit onderdeel van het bouwplan moet dan achterwege blijven.
Erkende kwaliteitsverklaringen worden afgegeven voor bouwmaterialen, bouwdelen of samenstellingen van bouwmaterialen of bouwdelen, dan wel een bouwwijze. Voor de definitie van erkende kwaliteitsverklaringen verwijs ik naar artikel 1, onderdeel j, van de Woningwet, en artikel 415 van het (huidige) Bouwbesluit.
De geactualiseerde lijst van kwaliteitsverklaringen is in maart 2002 door de Minister van VROM erkend. De actualisatie, uitgevoerd door de Stichting Bouwkwaliteit, omvat vooral de toevoeging van in het kader van het Bouwstoffenbesluit erkende kwaliteitsverklaringen. De lijst van erkende kwaliteitsverklaringen van 1 januari 2001 komt hiermee te vervallen. Met deze mededeling wordt uitvoering gegeven aan artikel 5, derde lid, van de Regeling Bouwbesluit CE-markering en erkende kwaliteitsverklaringen.
De Stichting Bouwkwaliteit heeft aan de gemeenten schriftelijk de actualisatie kenbaar gemaakt en hierbij verwezen naar de website van de SBK (www.bouwkwaliteit.nl) waar de volledige tekst van de aansluitingen op het Bouwbesluit te raadplegen is. Bij de Stichting Bouwkwaliteit zijn tevens exemplaren tegen kostprijs verkrijgbaar (tel.nr. 070-3072929). De geactualiseerde lijst van erkende kwaliteitsverklaringen ligt eveneens ter inzage in de bibliotheek van de hoofdzetel van het ministerie van VROM, Rijnstraat 8 te Den Haag.
7. Helpdesk Bouwregelgeving en helpdesk Welstand
Vanaf 1 maart 2002 is de Helpdesk Bouwregelgeving operationeel. De helpdesk is bedoeld voor uitleg en interpretatie van de nieuwe bouwregelgeving. Vragen over concrete bouwplannen worden niet door de helpdesk beantwoord. De helpdesk is bereikbaar:
- —
via mail: www.vrom.nl/bouwregelgeving, daarna doorklikken naar mailformulier;
- —
via fax: 015 - 2763440; en,
- —
per post: Helpdesk Bouwregelgeving, Postbus 6001, 2600 JA DELFT.
Vragen over de vernieuwing van het welstandstoezicht en het ontwikkelen van een welstandsnota kunnen worden voorgelegd aan het projectbureau Welstand op een nieuwe leest via info@welstand.org.
Informatie over het Nationaal Antennebeleid, het in dit verband gesloten convenant en over het plaatsen van antenne-installaties voor mobiele telecommunicatie in concrete gevallen is te verkrijgen bij het Nationaal Antennebureau. Het Nationaal Antennebureau is bereikbaar op telefoonnummer 0900-ANTENNE (0900-2683663), 0,15 euro per minuut. De helpdesk is bereikbaar op werkdagen van 8.00 tot 17.00 uur. Het is ook mogelijk om via internet (www.antennebureau.nl) een vraag of opmerking aan het Antennebureau door te geven. Vragen en verzoeken worden binnen vijf werkdagen beantwoord.
Voetnoten
Staatsbladen en Kamerstukken zijn in te zien op www.overheid.nl.