De reikwijdte van medezeggenschap
Einde inhoudsopgave
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.1:2.1 Inleiding
De reikwijdte van medezeggenschap (MSR nr. 63) 2014/2.1
2.1 Inleiding
Documentgegevens:
Datum 01-01-2014
- Datum
01-01-2014
- JCDI
JCDI:ADS388490:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Door aan te sluiten bij het begrip onderneming is de WOR rechtsvormonafhankelijk vormgegeven. Met andere woorden: voor de toepasselijkheid van de WOR maakt het niet uit of de onderneming waarbij de or is ingesteld, wordt gedreven door een eenmanszaak of bijvoorbeeld een beursgenoteerde NV. Beide kunnen ondernemer zijn in de zin van art. 1 lid 1 sub d WOR. Het is het bestuur van de onderneming dat overleg voert met de or en ook de bevoegdheden van de or zien op de onderneming, de arbeidsorganisatie. Het rechtsvormonafhankelijke uitgangspunt van de WOR gaat echter voorbij aan de omstandigheid dat de zeggenschap binnen de verschillende rechtsvormen – ondernemers in de zin van de WOR – aanzienlijk verschilt. In het geval dat de onderneming wordt gedreven door een eenmanszaak is het één ondernemer, veelal tevens bestuurder, die de besluiten neemt. Die besluiten hebben rechtstreeks betrekking op de onderneming die door de ondernemer wordt gedreven. Wordt de onderneming echter door een kapitaalvennootschap – BV of NV – gedreven, dan is dit wezenlijk anders. In dat geval zijn er niet alleen besluiten die de onderneming betreffen, maar ook belangrijke besluiten die de vennootschap –de rechtspersoon – betreffen, zoals statutenwijziging, ontbinding, benoeming, ontslag en beloning van leden van de organen van de vennootschap en winstuitkering. Het gaat hier om besluiten die strikt genomen niet de arbeidsorganisatie betreffen, maar wel van ingrijpende invloed kunnen zijn op de onderneming. Deze besluiten worden bij kapitaalvennootschappen bovendien niet genomen door het bestuur (van de onderneming), maar door de algemene vergadering (AV(A))1, die bestaat uit aandeelhouders. Het begrippenapparaat van de WOR sluit daardoor niet goed aan bij de zeggenschapsverhoudingen uit Boek 2 BW. In dit hoofdstuk beantwoord ik de vraag in hoeverre het principe ‘medezeggenschap volgt zeggenschap’ onder druk komt te staan bij de besluitvorming in kapitaalvennootschappen. Ik richt me daarbij vooral op de rol van de or ten aanzien van de besluitvorming in de vennootschap. Nadat ik uiteen heb gezet wat in het algemeen de rol van de or in het vennootschapsrecht is, onderzoek ik ten aanzien van verschillende vennootschapsrechtelijke besluiten welke invloed de or daarop kan uitoefenen. Bijzondere aandacht in dit hoofdstuk krijgt de vennootschapsrechtelijke medezeggenschap. Medezeggenschap van werknemers is tweesporig ontstaan. De or heeft niet alleen bevoegdheden op grond van de WOR, maar ook op grond van Boek 2 BW. In tegenstelling tot de WOR, gaat het bij het laatste om medezeggenschap die juist uitdrukkelijk gekoppeld is aan bepaalde rechtsvormen. Ik ga in op de vraag of deze vennootschapsrechtelijke medezeggenschap beter aansluit bij de zeggenschapsverhoudingen in kapitaalvennootschappen dan de medezeggenschap op grond van de WOR. Ook bespreek ik andere mogelijkheden van de or (en vakbonden) in het vennootschapsrecht om invloed uit te oefenen op de besluiten die betrekking hebben op de vennootschap.