RAR 2026/27
Uitzendovereenkomst. Heeft Upfield misbruik gemaakt van de uitzendrelatie?
HR 21-11-2025, ECLI:NL:HR:2025:1733
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 november 2025
- Magistraten
Mrs. G. de Groot, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, S.J. Schaafsma, G.C. Makkink
- Zaaknummer
24/03307
- Conclusie
A-G mr. R.H. de Bock
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD45153:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1733, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑11‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:356, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 21‑03‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 29‑08‑2024
- Wetingang
Art. 7:690 BW; art. 5 lid 5 Uitzendrichtlijn (Richtlijn 2008/104/EG)
Essentie
Uitzendovereenkomst. Uitzendwerk. Europees arbeidsrecht.
Heeft Upfield misbruik gemaakt van de uitzendrelatie met de uitzendwerknemer in de zin van art. 5 lid 5 Uitzendrichtlijn (Richtlijn 2008/104/EG)?
Samenvatting
De uitzendwerknemer is in augustus 1996 in dienst getreden van uitzendbureau Randstad. In 2003 is de uitzendwerknemer door Randstad tewerkgesteld in een margarinefabriek van Unilever. In juli 2006 heeft Unilever de inlening van de uitzendwerknemer beëindigd. Met ingang van 2 juli 2009 is de uitzendwerknemer door Randstad opnieuw tewerkgesteld bij Unilever. In 2015 is Unilever van uitzendbureau gewisseld. In augustus 2015 heeft Adecco de uitzendwerknemer van Randstad overgenomen. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.