Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden
Einde inhoudsopgave
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.6:8.6 CONCLUSIE
Het beheerplan voor Natura 2000-gebieden (SteR nr. 17) 2014/8.6
8.6 CONCLUSIE
Documentgegevens:
mr. drs. S.D.P. Kole, datum 31-01-2014
- Datum
31-01-2014
- Auteur
mr. drs. S.D.P. Kole
- JCDI
JCDI:ADS441316:1
- Vakgebied(en)
Natuurbeschermingsrecht / Algemeen
Natuurbeschermingsrecht / Gebiedsbescherming
Natuurbeschermingsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk is onderzocht hoe de wettelijke verplichting tot vaststelling van beheerplannen zich verhoudt tot het inrichtingsplan op basis van de Wilg. In dat verband is aandacht besteed aan mogelijke knelpunten en de vraag of het inrichtingsplan het beheerplan kan vervangen (en vice versa) en of het beheerplan kan fungeren als een complementair instrument naast het inrichtingsplan. Het inrichtingsplan speelt een belangrijke rol bij de realisering van het gebiedsgerichte beleid. Dit instrument kan op verschillende manieren worden ingezet voor de bescherming van Natura 2000-gebieden. Zoals gezegd vormt het inrichtingsplan vanwege het ontbreken van juridische afdwingbaarheid geen volledige implementatie van artikel 6 Hrl. Het is niet mogelijk om een beheerplan te vervangen door een inrichtingsplan en vice versa. In dat verband is gewezen op het toepassingsbereik van beide plannen, de onmogelijkheid om het gebruik van gronden en bouwwerken met behulp van algemeen verbindende voorschriften te reguleren en de bevoegdheid om een inrichtingsplan vast te stellen. In de praktijk functioneert het beheerplan als een complementair instrument. Hierbij kan worden gedacht aan het beschrijven van bestaand gebruik waarop de vergunningplicht van artikel 19d Nbw 1998 niet van toepassing is, en het beoordelen van aanvragen voor een Nbw 1998-vergunning.
Natuur vormt een belangrijk bestanddeel van het gebiedsgerichte beleid. De uitvoering van dat beleid en de bescherming van Natura 2000-gebieden lopen vanwege een bewuste keuze van de wetgever over verschillende sporen. De bescherming van Natura 2000-gebieden loopt over het Nbw 1998-spoor. Het is niet mogelijk om met behulp van het inrichtingsplan de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid (inclusief de bescherming van Natura 2000-gebieden) af te dwingen. De Wilg bevat geen bevoegdheid tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften om het gebruik van gronden en bouwwerken te reguleren. De borging en de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid is grotendeels afhankelijk van het instrumentarium van de Wet ruimtelijke ordening. Daarbij is een belangrijke rol weggelegd voor het bestemmingsplan. Om die reden ligt het voor de hand om het inrichtingsplan te integreren in het bestemmingsplan. Ondanks de twee-sporen-benadering van de wetgever speelt het gebiedsgerichte beleid een belangrijke rol bij de bescherming van Natura 2000-gebieden. De planning, aanleg en het beheer van de EHS vormt een belangrijk bestanddeel van het gebiedsgerichte beleid. De EHS en Natura 2000-gebieden zijn in ecologisch en planologisch opzicht nauw met elkaar verbonden. De realisatie en de instandhouding van de EHS draagt in belangrijke mate bij aan de bescherming van habitats en soorten in de Nederlandse Natura 2000-gebieden. In de praktijk speelt het instrumentarium van de Wilg een belangrijke (indirecte) rol bij de bescherming van habitats en soorten.
De voorgaande conclusies zijn gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving. Ondertussen staan de vervanging van de Nbw 1998 en een ingrijpende wijziging van de Wilg op het programma. De aanleiding hiervoor vormt het natuurakkoord (najaar 2011) dat is gesloten tussen vertegenwoordigers van het Rijk en de provincies. Het natuurakkoord voorziet in het overdragen van taken aan provincies, de realisatie van de ‘herijkte’ EHS en bezuinigingen op het natuur- en landschapsbeheer. In september 2013 is door de Staatssecretaris van EZ en de provincies het Natuurpact gesloten. In dit akkoord worden de hoofdlijnen van het Nederlandse natuurbeleid tot 2027 vastgelegd. In vergelijking met het Natuurakkoord hebben de gemaakte afspraken een positief effect op de staat van instandhouding van kwalificerende habitats en soorten in de Natura 2000-gebieden. Het PBL waarschuwt echter dat bij de uitvoering van het voorgenomen beleid de internationale langetermijndoelen in 2027 nog niet binnen bereik zullen zijn. Als gevolg van het natuurakkoord is het noodzakelijk om de Wilg (ingrijpend) aan te passen. In het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wilg worden alle regels met betrekking tot de programmering, de financiering en de uitvoering van het gebiedsgerichte beleid geschrapt. De provincies worden verantwoordelijk voor de realisering van het gebiedsgerichte beleid. Gelet op de beschikbare middelen en de afspraken in het natuurakkoord is het de vraag of provincies over voldoende ruimte beschikken om een eigen beleid te voeren.