NJ 1915, p. 691
HR, 19-03-1915
HR 19-03-1915, ECLI:NL:HR:1915:156
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
19 maart 1915
- Magistraten
Voorzitter: Jhr. Mr. W. H. de Savornin Lohman. Raden: Mrs. S. Gratama, A. J. L. Nijpels, C. Krabbe en A. P. L. Nelissen.
- Zaaknummer
[19031915/NJ_1915,_p._691]
- Conclusie
Mr. Ledeboer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1915:156, Uitspraak, Hoge Raad, 19‑03‑1915
- Wetingang
(BW art. 676.)
Samenvatting
Onze wetgever heeft in art. 676 B. W., blijkens de geschiedenis, de bepalingen van den code (art. 644) willen overnemen, ook al bleef in ons wetsartikel eene uitdrukkelijke verwijzing naar art. 577 B. W. (art. 538 c. c.) achterwege. De stelling, dat door de uitdrukking „openbaar domein" alle openbare wateren zouden zijn te verstaan, is dan ook onaannemelijk.
Noch een hooger gelegen oevereigenaar, noch een ander, heeft het recht om het voorbijstroomende water zoodanig te gebruiken, dat het, — zooals i. c. feitelijk vaststaat — voor den logeren oevereigenaar geheel onbruikbaar is geworden.
Reeds in het recht ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.