Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.8.1.2:III.8.1.2 Aanvullende bescherming voor leidinggevenden?
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/III.8.1.2
III.8.1.2 Aanvullende bescherming voor leidinggevenden?
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460196:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Een gedetailleerdere samenvatting van het antwoord op de tweede onderzoeksvraag van dit hoofdstuk kan worden gevonden in par. III.7.4.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor het beantwoorden van de tweede vraag – of (bepaalde soorten) leidinggevenden aanvullende bescherming verdienen tegen bestuurlijke sancties – heb ik getracht het debat over de bestuursrechtelijke aansprakelijkheid van leidinggevenden in kaart te brengen, te bezien of de gebruikte argumenten steekhoudend zijn, en vervolgens deze argumenten tegen elkaar af te wegen om te beoordelen of de aanvullende bescherming gerechtvaardigd is. Ik kom tot de conclusie dat geen van de bestudeerde argumenten de toepassing van een afwijkend, restrictief aansprakelijkheidsregime voor bestuursrechtelijke bestuurdersaansprakelijkheid kan dragen. Daarentegen zijn er wel verschillende dringende argumenten denkbaar waarom de toepassing van de gewone overtrederschapsvereisten voor bestuurders passend en wenselijk is.
Allereerst heb ik beargumenteerd dat de aansprakelijkheidsdrempel voor bestuurders – bij een nauwgezette toepassing van de overtrederschapsvereisten – reeds een passende hoogte heeft. Vervolgens heb ik betoogd dat het zogeheten ‘bange bestuurders’-argument ook in het bestuursrecht niet kan rechtvaardigen dat bestuurders aanvullend worden beschermd tegen aansprakelijkheid. Er is namelijk geen bewijs dat de hogere aansprakelijkheidsdrempel defensief gedrag van bestuurders kan voorkomen, en los daarvan is enig defensief gedrag ten aanzien van het nemen van milieurisico’s mijns inziens niet onwenselijk. Daarna heb ik betoogd dat het secundaire karakter van het overtrederschap van bestuurders dogmatisch gezien ongefundeerd is. Daaropvolgend heb ik beargumenteerd dat convergentie tussen het bestuursrecht en het privaatrecht – gezien de verschillende aard, functie en systematiek van deze rechtsgebieden – onlogisch en onwenselijk is, en dat aansluiting van het bestuursrecht bij het strafrecht meer voor de hand ligt. Ten slotte heb ik betoogd dat de complexiteit van of veelheid aan milieuvoorschriften geen reden is voor het introduceren van aanvullende vereisten voor de bestuursrechtelijke milieuaansprakelijkheid van bestuurders.
Al met al bestaat er mijns inziens geen aanleiding voor de toepassing van een afwijkend, restrictief aansprakelijkheidsregime voor de bestuursrechtelijke milieuaansprakelijkheid van bestuurders of andere leidinggevenden, en zijn voor de vraag of aan deze personen een bestuurlijke sanctie kan worden opgelegd de ‘gewone’ overtrederschapsvormen leidend.1