BA 2019/264
Weigering VOG, terugkijktermijn van 30 jaar is de uitzondering en behoeft deugdelijke motivering, beleid; wijziging jurisprudentie over gebruik van bewijs uit strafzaken.
RvS 24-07-2019, ECLI:NL:RVS:2019:2535
- Instantie
Raad van State
- Datum
24 juli 2019
- Zaaknummer
201806515/1/A3
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Bestuursrecht algemeen (V)
Bestuursrecht algemeen / Besluit (algemeen)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2019:2535, Uitspraak, Raad van State, 24‑07‑2019
- Wetingang
Art. 7:12 lid 1 en 8:51d Algemene wet bestuursrecht (Awb); art. 35 lid 1 en 3 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg); paragraaf 2.2, 3.1.1, 3.2 en 3.3 Beleidsregels VOG-NP-RP 2018
Essentie
Weigering VOG, terugkijktermijn van 30 jaar is de uitzondering en behoeft deugdelijke motivering, beleid; wijziging jurisprudentie over gebruik van bewijs uit strafzaken.
Samenvatting
De beoordeling of een VOG kan worden afgegeven, vindt plaats aan de hand van het objectieve en het subjectieve criterium, als uiteengezet in de Beleidsregels. Door een termijn van 30 jaar te hanteren, heeft de minister ervoor gekozen een groot deel van het hele verleden van de aanvrager bij zijn beoordeling te betrekken. Een zo lange termijn behoeft een deugdelijke motivering. Bij de beoordeling van de vraag of de terugkijktermijn van 30 jaar is gerechtvaardigd, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.