Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/9.6.1:9.6.1 Inleiding
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/9.6.1
9.6.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS305586:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Heffingsbevoegdheid
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Zou het plafond worden geschrapt dan behoeft, naar het mij voorkomt, ook art. 10d, lid 9, Wet VPB 1969 aanpassing. Hierin is namelijk bepaald dat de rente die van aftrek is uitgesloten bij de berekening van de voorkoming niet wordt beperkt tot de rente die is verschuldigd op verbonden leningen. Aangezien deze uitzondering alleen in het voordeel van de belastingplichtige kan werken, is zij niet meer te handhaven wanneer de begrenzing van het plafond vervalt. De uitzondering voor de concernratio moet om vergelijkbare redenen vervallen. Verder is, zoals is opgemerkt in paragraaf 9.5.4.2, de uitsluiting van het tweede lid overbodig. Dit betekent dat art. 10d, lid 9, kan vervallen. Datzelfde geldt voor art. 10d, lid 11.
Het heeft echter mijn voorkeur om art. 10d VPB 1969 in zijn geheel te schrappen en te vervangen door een andere regeling tegen onderkapitalisatie. In hoofdstuk 6 is een aantal alternatieven besproken. In de eerste plaats is het mogelijk om een regeling tegen onderkapitalisatie te baseren op het arm’s length-beginsel. De rente op een schuld aan een gelieerd lichaam is dan niet aftrekbaar voor zover zij niet zou zijn verstrekt door een onafhankelijke partij. Deze maatregel kan, naar het mij voorkomt, evenzeer van toepassing zijn bij de berekening van de winst van een vaste inrichting.
In de tweede plaats kan de actieradius van de regeling tegen onderkapitalisatie worden uitgebreid tot externe rente. In paragraaf 6.10 is in dat verband de zuivere capital allocation approach uitgewerkt. Hierna wordt eerst ingegaan op de vraag hoe deze benadering worden toegepast op een vaste inrichting. Vervolgens komt aan de orde of zij in overeenstemming zijn met de vrijheid van vestiging.