RFR 2023/30
Familieprocesrecht. Had het hof de stukken die na de mondelinge behandeling in de zaak waren ingediend, mogen weigeren?
HR 18-11-2022, ECLI:NL:HR:2022:1700
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
18 november 2022
- Magistraten
Mrs. M.V. Polak, M.J. Kroeze, F.J.P. Lock
- Zaaknummer
22/00365
- Conclusie
A-G mr. M.L.C.C. Lückers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS689629:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
Personen- en familierecht / Gezag en omgang
Staatsrecht / Rechtspraak
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1700, Uitspraak, Hoge Raad, 18‑11‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:851, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑09‑2022
- Wetingang
Essentie
Familieprocesrecht.
Had het hof de stukken die na de mondelinge behandeling in de zaak waren ingediend, mogen weigeren?
Samenvatting
Partijen hebben vier kinderen uit een affectieve relatie. Over drie kinderen hebben zij gezamenlijk gezag en over één kind niet. De moeder heeft bij de rechtbank eenhoofdig gezag over de drie kinderen gevraagd. De vader heeft hiertegen verweer gevoerd en verzocht om gezamenlijk gezag over het ene kind. De rechtbank heeft het verzoek van de moeder toegewezen en dat van de vader afgewezen. De vader is in hoger beroep gegaan. Achttien dagen na de mondelinge behandeling bij het hof ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.